Doorgaan naar hoofdcontent

Nieuwe straatnamen voor de Gebakbuurt - een verslag van de straatnaamcommissie

De straatnaamcommissie van de gemeente Heibroek heeft gisteren vergaderd over de straatnamen in een nieuwe buurt waar vroeger een bakfabriek zat. Omdat die vergadering een leuk inkijkje geeft in de werkwijze en overwegingen van de commissie deel ik hieronder het complete verslag van de vergadering.

Aanwezig:
Lisette Homan (voorzitter), Stef Bolboer, José Grietmaat, Iwan Karbijn, Twan Uffels, Anneke Jetter (secretaris)

Verslag:
De voorzitter opent de vergadering.

Twan Uffels start met een introductie van de locatie. Op het terrein waar tot eind jaren negentig de bakfabriek van Franssen Banket gevestigd was, wordt in de komende jaren een nieuwe woonbuurt gerealiseerd met enkele straten en een centraal plantsoen met speeltoestellen. Veel inwoners hebben in de afgelopen decennia gebak van Franssen gegeten en velen zullen ook iemand kennen die in de fabriek gewerkt heeft. Vanwege de geschiedenis van de locatie heeft men bedacht dat het toepasselijk is om de straten te vernoemen naar verschillende soorten gebak. Een dergelijke 'gebakbuurt' bestaat nog niet in Nederland, dus daarmee hebben we een mooie primeur. De projectontwikkelaar heeft de buurt enkele jaren geleden al 'De Backerij' gedoopt, maar Twan spreekt liever van de Gebakbuurt.

Anneke Jetter heeft met behulp van het gebakwoordenboek Van Appelbol tot Zeeuwse bolus al een eerste selectie gemaakt van gebaksnamen die voor vernoeming in aanmerking komen. Daarbij zijn namen die wellicht te ingewikkeld zijn (Citroen-meringuetaart, Schwarzwalderkirschtorte) of juist te 'alledaags' (boterkoek, ontbijtkoek, appeltaart) buiten beschouwing gelaten. Ook heeft ze geen namen opgenomen die mogelijk niet direct als gebak herkend worden, zoals de madeleine (meisjesnaam?), kano (vaartuig?) en financier (beroepen?). Daarmee kwam ze tot de volgende lijst: appelflap, bokkenpootje, chipolata, dyonaise, eclair, janhagel, krakeling, makroon, moorkop, pavlova, speculaas, stroopwafel, tompoes. Dat is ruim voldoende voor de straatnamen die nu voorzien zijn. Mocht er in de toekomst nog een uitbreiding van de wijk komen dan zijn er nog meer geschikte namen te vinden in het boek.

Twan Uffels geeft aan dat zijn schoonzus van bakken houdt en dat hij haar om namen heeft gevraagd. Zij kwam nog met tiramisu, macaron en de red velvet cake. Volgens Anneke leent de red velvet cake zich niet zo voor een straatnaam en is tiramisu geen gebak maar een dessert. Alleen de macaron wordt nog toegevoegd aan de lijst. Besloten wordt om eerst de lijst door te nemen en te bepalen welke namen het meest geschikt zijn. Daarna kan worden gekeken welke naam het beste bij welke straat past.

  • De appelflap is een populaire lekkernij, maar Iwan Karbijn geeft aan dat hij de naam wat de gewoontjes vindt voor een straatnaam. Wie zou er in de Appelflapstraat willen wonen? Lisette Homan is het met hem eens en ook de rest sluit zich hierbij aan.
  • Iedereen is het eens met de keuze voor het bokkenpootje. Stef Bolboer belooft meteen om bij de volgende vergadering bokkenpootjes mee te nemen.
  • José Grietmaat vindt 'chipolata' lekker klinken, maar geeft aan dat de naam behalve voor gebak ook voor pudding en ijs wordt gebruikt. Is het wel duidelijk genoeg gebak? Anneke Jetter oppert om de naam onderaan de lijst te zetten.
  • Niemand weet wat dyonaise is, dus Anneke Jetter legt uit dat dat een andere naam is voor hazelnootschuimtaart. Lisette Homan vindt dyonaise niet geschikt en hazelnootschuimtaart is te lang. Twan Uffels voegt toe dat ze eigenlijk niet om de dyonaise heen kunnen, omdat dat een van de populairste taarten van Franssen Banket was. Veel - met name oudere - inwoners zullen zich de dyonaise herinneren. Iwan Karbijn vraagt of er geen verwarring zal zijn over de spelling - mensen zullen dijonaise of dyonnaise schrijven. Anneke Jetter denkt dat dat wel mee zal vallen. José Grietmaat is het ermee eens dat de naam op de lijst moet, en oppert om de naam voor het centrale plantsoen te gebruiken. Daar komen geen huizen aan dus krijgt niemand de naam als adres. Sowieso zal de familie Fransen het bijzonder vinden als de dyoniase terugkomt in de buurt.
  • Stef Bolboer vraagt wat een eclair is. Anneke Jetter legt het uit. De anderen vinden de naam wel mooi klinken en zijn het eens met de keuze.
  • Janhagel is een lekker koekje, aldus Iwan Karbijn, maar we hebben al een Jan Hagestraat (genoemd naar Jan Hage die begin vorige eeuw burgemeester was). Vanwege de mogelijke spraakverwarring gaat janhagel van de lijst.
  • Iedereen is het eens met de keuze voor de krakeling.
  • De macaron is een lekker koekje met een mooie naam, maar de naam lijkt wel erg op die van de makroon en het lijkt dus niet verstandig om ze allebei te gebruiken. De voorzitter zegt een groot liefhebber van kokosmakronen te zijn, en spreekt daarom een voorkeur voor makroon uit. De rest gaat daarin mee. Er wordt nog geopperd om dan maar kokosmakroon te gebruiken, maar besloten wordt om het voor de straatnaam gewoon bij makroon te houden.
  • De moorkop is een Nederlandse klassieker die niet lijkt te mogen ontbreken. Maar recent is er in de media discussie ontstaan over de naam, die als aanstootgevend ervaren zou kunnen worden. Twan Uffels stelt dat gebak net als personen 'van onbesproken gedrag' moet zijn om voor vernoeming in aanmerking te komen. Als de discussie over de moorkop doorzet, is het beter om de naam niet te gebruiken. De moorkop wordt voorlopig als reserve onderaan op de lijst gehouden.
  • Pavlova. Iwan Karbijn meldt dat we al bijna vijftig jaar een Anna Paulownastraat hebben en vraagt of dat niet te veel op pavlova lijkt. José Grietmaat denkt dat dat mee zal vallen, helemaal als voor een ander achtervoegsel dan straat wordt gekozen. Daar sluit iedereen zich bij aan.
  • Iedereen is het eens met de keuze voor de speculaas.
  • Ook de stroopwafel mag van iedereen op de lijst blijven.
  • Iedereen deelt de mening dat de tompouce een typisch Nederlands gebakje is dat niet in de gebakbuurt mag ontbreken. Er volgt een discussie over de schrijfwijze: schrijven we tompouce of tompoes? Beide schrijfwijzen staan in het woordenboek. Gekozen wordt voor 'tompoes', omdat dat waarschijnlijk de minste problemen oplevert.
Daarmee wordt de voorlopige lijst: bokkenpootje, dyonaise, krakeling, makroon, pavlova, speculaas, stroopwafel, tompoes (chipolata, moorkop).

Stef Bolboer vraagt zich af of het wellicht een idee zou kunnen zijn om eventueel de gebaksnamen als straatnamen te gebruiken, dus zonder straat of weg of laan erachter. De lange weg die door de buurt kronkelt kan dan de Krakeling gaan heten en het korte straatje aan de oostkant van het plantsoen bijvoorbeeld het Bokkenpootje. Twan Uffels zegt dat dat een paar jaar geleden al geprobeerd is in de wijk Heerenstein met straten zoals Vuistbijl en Potscherf, en dat de commissie daar na klachten van bewoners en pers erg veel spijt van kreeg (dit moet niet in het verslag!). Lisette Homan vindt het ook beter om toch maar weer gewoon achtervoegsels te kiezen.

De plattegrond van de nieuwe buurt komt op tafel en de namen worden over de kaart verdeeld. Het centrale speelveld krijgt zoals besproken de naam Dyonaiseplantsoen. Voor de doorgaande weg stelt Stef Bolboer de Krakelinglaan voor. De drie woonblokken ten zuiden van die weg zijn gebouwd rondom een binnentuin en daarom stelt Iwan Karbijn voor om daar 'hof' als achtervoegsel te gebruiken. Er wordt besloten om daar drie koeken voor te gebruiken: Stroopwafelhof, Speculaashof en Makroonhof. Voor de weg die haaks op de Krakelinglaan loopt, stelt Lisette Homan de Pavlovalaan voor maar volgens Iwan Karbijn zal men dat mogelijk lezen als 'Pavlo, val aan!'. Die kans lijkt de anderen klein, maar toch wordt het na enige discussie Pavlovaweg. De laatste twee straten krijgen zonder verdere discussie de namen Bokkenpootjestraat en Tompoesstraat.

Daarmee wordt het advies aan het College van B&W om de volgende straatnamen vast te stellen:
  • Bokkenpootjestraat
  • Dyonaiseplantsoen
  • Krakelinglaan
  • Makroonhof
  • Pavlovaweg
  • Speculaashof
  • Stroopwafelhof
  • Tompoesstraat
Anneke Jetter zal zorgen voor een duidelijke kaart van de buurt waarop de begrenzing van de straten en de nieuwe namen staan ingetekend, zodat die bij het advies gevoegd kan worden.

De voorzitter dankt iedereen voor zijn inbreng en sluit de vergadering.


---

Reacties

"dit moet niet in het verslag!" ??
Thijs zei…
Ik vind bokkepootjessteeg mooier dan bokkepootjesstraat
Anoniem zei…
Briljant. Hazelnootschuimtaartstraat. Ik snap wel dat die het niet gehaald heeft.
Petros zei…
Ik had Arretje NOfhof ook wel leuk gevonden
(https://simoneskitchen.nl/arretje-nof-de-meest-eenvoudige-cake/)
Dinx zei…
@Petros:
Arretje Nof is meer een stripfiguur, dus die hof zou dan in de stripfigurenbuurt horen. De Arretjescakehof zou hier dan weer wel passen, maar die klinkt dan weer minder mooi.
@Thijs, er staat geen bokkepootjesstraat. Er staat bokkenpootjestraat. Met N en enkel S. Ik denk dat dat adres regelmatig verkeerd geschreven gaat worden. Echter zal dat voor de postbezorging geen probleem zijn die kijkt toch alleen naar de postcode.
Verder lijkt mijn inziens tompoes ook teveel op Tom Poes (vriend van Olivier B. Bommel en zou daarom niet kunnen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...

Populaire posts van deze blog

Wat is de echte Monopoly-stad van Nederland? En waar ligt Ons Dorp?

Een tijd geleden heb ik al eens uitgelegd wie de straatnamen heeft gekozen voor het Nederlandse Monopoly-spel. De Nederlandse editie van het spel was de eerste waarin straatnamen uit verschillende steden werden gebruikt. Dus vroeg ik me af: is er misschien toch één stad te vinden die al die straatnamen heeft? Dan zouden ze daar mooi hun geheel eigen editie van het spel kunnen maken. Tijdens die zoektocht diende nog een tweede vraag zich aan: waar ligt Ons Dorp?

Laten we eerst eens even kijken hoe bijzonder die straatnamen uit het Monopoly-spel eigenlijk zijn. In de top-10 met straatnamen die in het Nederland het meest voorkomen, staat één straat uit Monopoly: de Dorpsstraat. Die komt in Nederland 315 keer voor, van Aalsmeer tot Zwolle. De Brink komt 67 keer voor, van Almelo tot Zuidwolde. Op 43 plaatsen ligt een Steenstraat, van Alphen aan den Rijn tot in Zwolle. Dan komen we bij een bijzonder geval: de Houtstraat komt 32 keer voor in Nederland (van Almere tot Wolvega), maar vreemd ge…

Wat is in Nederland de langste straat met één naam?

De Oudebildtdijk in de Friese gemeente Het Bildt wordt vaak de langste straat van Nederland genoemd. De straat loopt van Westhoek naar Oudebildtzijl en is volgens Google Maps in totaal 12,1 kilometer lang. Dat is best een eind inderdaad. Maar is het daarmee inderdaad de langste straat van Nederland? En meer specifiek: de langste straat die van begin tot eind dezelfde straatnaam heeft? Ik zal het maar meteen verklappen: dat is dus niet.

Als je gaat zoeken naar 'langste straat van Nederland' kom je allerlei straatnamen tegen. Ik zag dat ergens iemand de Voorstraat in Dordrecht noemde, maar die is 'slechts' 1.200 meter en daarmee met afstand niet de langste. De Laan van Meerdervoort in Den Haag wordt ook vaak genoemd, maar die is met een lengte van 5.800 meter ook zeker niet de langste straat van Nederland. Hier en daar lijkt men dat door te hebben, want daar noemt men het specifiek de langste láán van Nederland.

Ik vind gemakkelijke een paar straten die een stuk langer z…

Wie heeft de straatnamen van Monopoly gekozen?

De Barteljorisstraat, Neude, A-Kerkhof en de Kalverstraat. Iedereen kent de straatnamen uit het Monopoly-spel. Maar waarom hebben nou juist deze straatnamen een plekje in het spel gekregen? Waarom heeft men uit Rotterdam niet de Weena of de Lijnbaan gekozen, en voor Amsterdam de P.C. Hooftstraat? En waarom zitten Haarlem en Arnhem er wel in, en Maastricht en Eindhoven niet? Wie heeft dat allemaal bedacht?

Voor de geschiedenis van het spel gaan we even helemaal terug naar 1904. Elizabeth Magie vroeg toen patent aan op het bordspel 'The Landlord's Game'. Geïnspireerd door dat spel liet Charles Darrow in 1934 in eigen beheer 5000 exemplaren van het spel 'Monopoly' maken en die waren binnen een jaar verkocht. Toen toonde Parker Brothers interesse om het spel in de Verenigde Staten uit te geven. Zij verkochten binnen een jaar meer dan een miljoen exemplaren. De populariteit van het spel bleef niet onopgemerkt en de Engelse firma Waddington kocht in 1936 de rechten om he…