zaterdag 22 oktober 2016

Straatnaamborden met onderschriften - daar steek je wat van op!

Op de meeste straatnaamborden staat alleen de straatnaam en verder niets. Daarmee doet het bord precies waar het voor bedoeld is: laten zien wat de naam van de straat is. Maar je kunt op allerlei plekken straatnaamborden zien waar behalve de straatnaam ook een onderschrift op staat. Vaak ter leeringh, soms ter vermaeck.

Eerst even iets over al die borden z√≥nder onderschrift. Als ik een bord zie waar Mozartlaan, Industrieweg of Kerkstraat op staat, mis ik die onderschriften niet. Behalve dan misschien als er bij die Kerkstraat in geen velden of wegen een kerk te bekennen is, want dan word ik toch weer nieuwsgierig. Maar soms zie ik straatnamen staan die me nieuwsgierig maken naar de herkomst of betekenis. Als een straat naar een  specifieke datum genoemd is bijvoorbeeld, of als er een mysterieuze naam op staat.



Dergelijke straatnamen roepen toch om een toelichting. Dat is ook het geval als de straat naar een persoon is genoemd wiens naam me helemaal niks zegt. Dan is het toch prettig als er in een kort regeltje onder staat waar ik die persoon misschien van zou kunnen kennen of waarom er een straat naar genoemd is. Al staat er alleen maar 'kunstschilder' of 'wethouder van 1958 tot 1974', dan weet ik tenminste iets.



Een onderschrift kan ook antwoord bieden op de vraag waarom een bepaalde naam juist op die specifieke plek toepasselijk is, zoals bij de Kerkstraat waar ik hierboven over schreef.



Dan weet je dat ook weer.

Soms vertelt het onderschrift niks over de herkomst van de straatnaam, maar wordt de ruimte gebruikt voor de vermelding van de naam van de buurt, dee wijk of het stadsdeel. Dan weet je in ieder geval waar je bent.




De combinatie komt ook voor: dan staat er in welke wijk je bent en tegelijk ook nog iets over de betekenis van de straatnaam:


In tweetalige gebieden is het puur praktisch om in het onderschrift de straatnaam in het lokale dialect te vermelden, zoals in Maastricht:


In Franker is een buurt waar in de onderschriften op de borden staat wie de straatnaam ooit bedacht heeft:



Ik zie wel eens borden waar de onderschriftenschrijver blijkbaar vond dat enkele trefwoorden niet genoeg waren om het belang van een persoon te duiden en maar meteen een aanzet tot een complete biografie heeft gedaan:


En als je dan toch bezig bent, kan er net zo goed meteen een afbeelding van de vernoemde persoon bij. Dat zijn geen straatnaamborden meer, maar complete wandversieringen.


Als een afbeelding niet genoeg is, kun je er ook nog voor kiezen om het object waar de straat naar genoemd is bij het bordje te hangen. Dat kun je met een schietspoel nog makkelijk doen, maar bij een straat die naar een fregat of vliegtuig is genoemd kun je het beter bij een afbeelding houden.


Het gevaar van het toevoegen van onderschriften is dat ze aanleiding geven tot discussie. Dan is er met de straatnaam misschien niks mis, maar dan struikelen er weer mensen over het onderschrift. Bijvoorbeeld als er staat dat de straat naar een "Afrikaans negervolk" is genoemd, of naar een "stad in Palestina".



Aan de andere kant kunnen onderschriften ook juist weer misverstanden voorkomen. De Nickersteeg is helemaal niet naar nikkers of negers genoemd, de Turk niet naar een Turk, en de Piet Heinstraat niet naar de Piet Hein die je denkt.




Een straatnaambord kan in het onderschrift ook leuke extraatjes bieden. Het lijkt niet zo nodig om een toelichting te geven bij een straat die naar een bosmuis, een groene kikker of een ransuil genoemd is. Maar ik Uitgeest hebben ze in het onderschrift behalve de latijnse naam van deze dieren ook vermeld welk geluid het dier maakt. "Piepie", zegt de bosmuis.


Een onderschrift op een straatnaambord, daar steek je eigenlijk altijd wel wat van op!



woensdag 5 oktober 2016

Een Nobelprijs voor Ben Feringa - krijgt hij nu ook zijn eigen straatnaam?

De Nederlandse wetenschapper Ben Feringa heeft (samen met twee anderen) de Nobelprijs voor Scheikunde gewonnen, zo werd vandaag bekend. Sporthelden worden soms direct met een eigen straatnaam vereerd als ze een olympische gouden medaille gewonnen hebben. Wat een gouden medaille op de Olympische Spelen is voor een sporter, is de Nobelprijs voor een wetenschapper. Wordt Ben Feringa nou ook meteen met een straatnaam beloond voor zijn werk?

De Nobelprijzen werden in 1901 voor het eerst uitgereikt. Er zijn twintig Nederlanders die sindsdien een Nobelprijs hebben gewonnen. Als klein eerbetoon noem ik ze hier allemaal: Jacobus Henricus van 't Hoff (1901, Scheikunde), Hendrik Antoon Lorentz (1902, Natuurkunde), Pieter Zeeman (1902, Natuurkunde), Johannes Diderik van der Waals (1910, Natuurkunde), Tobias Asser (1911, Vrede), Heike Kamerlingh Onnes (1913, Natuurkunde), Willem Einthoven (1924, Geneeskunde), Christiaan Eijkman (1929, Geneeskunde), Peter Debye (1936, Scheikunde), Frits Zernike (1953, Natuurkunde), Jan Tinbergen (1969, Economie), Niko Tinbergen (1973, Geneeskunde), Tjalling Koopmans (1975, Economie), Nico Bloembergen (1981, Natuurkunde), Simon van der Meer (1984, Natuurkunde), Paul Crutzen (1995, Scheikunde), Gerardus 't Hooft (1999, Natuurkunde), Martinus Veltman (1999, Natuurkunde),  Andre Geim (2010, Natuurkunde) en - tot nu toe de laatste - Ben Feringa (2016, Scheikunde).

Dat is toch een mooi rijtje, met genoeg namen om een hele wijk van straatnamen te voorzien. Er zijn dan ook tientallen plaatsen in Nederland waar meerdere Nobelprijswinnaars zijn vernoemd. In Leiden en De Bilt zijn tien Nobelprijswinnaars vernoemd, in Nijkerk komen ze tot elf en in Hoensbroek is een wijk waar maar liefst dertien van deze mannen een eigen straatnaam hebben gekregen. De topper is Lorentz, met meer dan honderd straatnamen. Hij wordt gevolgd door respectievelijk Kamerlingh Onnes, Van der Waals, Van 't Hoff, Zeeman, Zernike, Asser en Einthoven. Die laatste komt toch ook op nog bijna dertig straatnamen. Daarmee scoren de wetenschappers in het totaal aantal straatnamen veel beter dan de sporthelden waar ik ze mee vergeleek.

Opvallend is dat de vernoemde personen die ik net noemde - op Zernike na - allemaal in de eerste helft van de twintigste eeuw overleden zijn. En net zo opvallend: de wetenschappers die na 1980 een Nobelprijs hebben gewonnen, zijn de grote afwezigen in al die 'Nobelwijken'. De kans dat je daar Einstein, Leeghwater, Archimedes of Alfred Nobel zelf in een straatnaam tegenkomt, is groter dan dat je Bloembergen, Van der Meer, Crutzen, 't Hooft, Veltman of Geim op een straatnaambord ziet staan. Er zijn op dit moment nog maar twee straten genoemd naar nog levende Nobelprijswinnaars, en dat zijn de Prof. Bloembergenstraat in Hoensbroek en de Prof. dr. P.J. Crutzenlaan in De Bilt. Blijkbaar durfde men het daar wel aan om deze 'helden van de wetenschap' al tijdens hun leven te vernoemen. Maar Geim, Veltman en 't Hooft moeten het nog steeds zonder straatnaam doen.

De helden van de wetenschap verslaan dus de sporthelden als het gaat om aantallen, maar dat hebben ze wel te danken aan de oude wetenschappers. Als je nog tijdens je leven een straatnaam naar je genoemd wilt krijgen, is je kans toch groter als sporter dan als wetenschapper. Waarschijnlijk moet Ben Feringa nog even wachten op zijn straatnaam.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...