dinsdag 28 februari 2012

De Taartstraat en de Staalplaats - palindromen om in te wonen

Een palindroom is een mooi verschijnsel: het is een symmetrisch woord dat hetzelfde blijft als je het van achter naar voor leest. 'Lepel', bijvoorbeeld, of 'meetsysteem'. Af en toe vragen mensen mij of er in Nederland ook palindromische straatnamen zijn. Zou het niet geweldig zijn om als taalfanaat in de Taartstraat te wonen? Of aan de Staalplaats?

Ik heb eens zitten puzzelen of het mogelijk is om palindromische straatnamen te maken met veelgebruikte achtervoegsels zoals -straat, -weg, -laan en -plein. Behalve de Taartstraat en de Staalplaats die ik net al noemde, kom ik dan nog op namen zoals de Naaldlaan, de Edakade, de Geweg en het Neilplein (die laatste zou in een buurt kunnen liggen met voornamen van astronauten, net als de Buzzstraat). Maar van die mooie namen komt er niet eentje in het echt voor. Jammer eigenlijk. Er zijn trouwens ook geen plaatsen met een Draveluoboulevard of een Thcargracht, maar dat kan ik wel begrijpen.

Er zijn wel plaatsen die kansen hebben laten liggen. Misschien dat ze in Holwerd nog wel het dichtst in de buurt van een palindroom komen met het Kijdykje. Noem het de 'Kijdijk' en je hebt een palindroom - mits je de 'ij' als één letter telt. Er zijn aardig wat plaatsen met een Staalweg, Staalkade of Staalstraat. Had niet eentje daarvan kunnen bedenken dat een Staalplaats veel leuker is? In Etten-Leur hebben ze een Naaldstraat en in Epe een Naaldweg. Juist in Epe - een van de weinige palindromische plaatsnamen in Nederland - had dat natuurlijk een Naaldlaan moeten zijn!

In Assen hebben ze overigens wel een straat die 'Epe' heet. Dat is dus een heuse palindroomstraat! Helaas wel maar drie letters, net als de Sas in Zierikzee en in 's-Gravendeel. Door naar de vier letters. In het hele land zijn plaatsen met een straatnaam Egge, die komt in totaal een stuk of tien keer voor. Een egge is een landbouwwerktuig, dat ook wel bekend is als 'eg'. Verder kun je in Geldrop wonen in de Eppe (een gewas) in De Meern in de Gaag (een riviertje), in Milheeze in de Kaak en in Meerssen in de Raar (een toponiem).

Wil je liever een palindromische straatnaam met vijf letters? Dan kun je terecht in de Radar in Almere (in deze buurt zijn straten genoemd naar navigatiehulpmiddelen), de Kajak in Veenendaal (de straten in de buurt zijn genoemd naar vaartuigen) of de Lemel in Hapert ('Lemel' is een toponiem). Een bijzonder geval is de straatnaam 'Iewei'. Die komt op drie plaatsen voor in Friesland, namelijk in Itens, Hommerts en Jutrijp. Het is een Friese straatnaam; 'Ie' is Fries voor 'Ee' (een watertje) en 'wei' betekent 'weg'. Eigenlijk is het dus de Eeweg, maar dat is dan weer geen palindroom. Slim dus van de Friezen om het in het Fries te doen!

De langste palindromische straatnaam van Nederland heeft zes letters en ligt in Ruinen. Daar kun je wonen in een straat die 'Netten' heet. Ik weet helaas niet waar die naam vandaan komt. Het zou net als Kajak en Radar iets met de scheepvaart te maken kunnen hebben, maar dat ligt in Drenthe misschien wat minder voor de hand. Wie het weet, mag het zeggen. Wat ik wel weet, is dat 'Netten' de langste palindroomstraatnaam van Nederland is!

dinsdag 21 februari 2012

Een boulevard voor André van Duin? Die verdient een hele wijk!

Gisteren werd André van Duin 65 jaar. Vanwege dat heuglijke feit is in het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum een tentoonstelling geopend die helemaal gewijd is aan zijn carrière. En het wordt nog mooier, want de burgemeester van Hilversum maakte bij de opening bekend dat er op het Media Park een straat naar André van Duin zal worden genoemd: de André van Duinboulevard.


Het gebeurt niet vaak dat mensen tijdens hun leven al een eigen straatnaam krijgen. Die eer wordt meestal gereserveerd voor grote sporthelden en leden van het koninklijk huis. Bij andere mensen wacht men liever even af tot ze een tijdje overleden zijn, om te voorkomen dat er wellicht nog iets onoorbaars over ze bekend wordt. In Hilversum zijn ze echter druk bezig om de vaderlandse mediahelden aan het eervolle rijtje toe te voegen. In 2007 werden bij het Media Park ook al drie presentatoren vernoemd. Daar hebben ze sindsdien een Mies Bouwmanboulevard, Willem Duysvijver en de Joost den Draaijerrotonde. Joost den Draaijer... dat is wel een mooie naam voor een rotonde.

Met een succesvolle carrière van inmiddels bijna 50 jaar verdient André van Duin wel een straatnaam op een mooie plek. Het zou nou mooier zijn als er ergens in Nederland een plaats het aandurft om in een hele wijk de straten te noemen naar zijn typetjes. Er zijn er meer dan genoeg, en het zal nog lastig genoeg zijn om te kiezen. Dat wordt vast een prachtige wijk met bijvoorbeeld de Dik Voormekaarstraat, de Joep Meloenstraat, de Flip Fluitketelstraat, de Meneer de Bokstraat en de Mevrouw de Bokstraat, de Willempieweg, de Jaap Aapstraat, de Jan Wijdbeensweg en de Ome Joopstraat. Misschien iets voor in zijn geboortestad Rotterdam?

dinsdag 14 februari 2012

Bomen over straatnamen - staan er lindes in de Lindelaan?

Er zijn in Nederland nogal wat straten naar bomen genoemd. Er zijn zelfs behoorlijk wat plaatsen met een hele bomenwijk. Bij straten en bomen denk ik meteen aan lanen. De officiële betekenis van het woord 'laan' is namelijk 'straat die aan beide zijden met bomen beplant is'. Maar hebben de meeste bomenstraten ook daadwerkelijk -laan als achtervoegsel? Staan er ook lindes in de Lindelaan? En is de populier ook populair?

Er zijn in Nederland ongeveer 3500 straten die genoemd zijn naar bomen. Van Dennenweg tot Kastanjesingel en van Wilgenstraat tot Esdoornhof. Er zijn ook mooie rijmende straatnamen zoals de Plataanlaan en de Eikdijk (niet te verwarren met de 'ijkdijk' van TNO). Met al die combinaties van voor- en achtervoegsel zijn er veel verschillende straatnamen te bedenken. Laten we eerst eens kijken welke bomen het vaakst vernoemd zijn.

De populairste boom in straatnamenland is de berk. Van alle bomenstraten in Nederland is ongeveer 12% genoemd naar de berk - dat zijn ongeveer 400 straten. Daarna komen de eik, de beuk en de meidoorn, met ieder ongeveer 10%. De top-10 bestaat verder uit de kastanje, de esdoorn, de acacia, de den, de populier en de spar. De linde en de wilg volgen op de voet, maar vallen net buiten de top-10. Is er een verklaring voor deze populariteit? De eik, de beuk en de berk zijn natuurlijk gewoon veelvoorkomende bomen die tot de klassiekers behoren. De meidoorn is als sierboom en heester misschien wel een beetje een vreemde eend in de bijt.

Dan de achtervoegsels. Is de -laan werkelijk zo populair in bomenland als je zou verwachten? Het antwoord is eenvoudig: ja, -laan is zonder twijfel het populairste achtervoegsel. Van alle bomenstraten in Nederland eindigt maar liefst 40% op 'laan'. De laan wordt op grote afstand gevolgd door de -straat (met 26%) en de -weg (met 6%). Opvallend is ook de nummer vier op de lijst: 5% van de bomenstraten heeft namelijk helemaal geen achtervoegsel! Die heten gewoon 'Acacia' of 'Meidoorn'. Op nummer vijf staat de -hof; een omheinde tuin met bomen, dat klinkt ook wel logisch. Met die top-5 hebben we al 83% van alle bomenstraten gehad. Verder hebben we - in volgorde van populariteit - ook nog wat dreven, pleinen, dijken, paden, parken en plantsoenen, maar de bijbehorende aantallen zijn nauwelijks het vermelden waard.

De berk en de laan winnen dus allebei hun klassement, maar is de Berkenlaan dan ook de winnaar in het combinatieklassement? Nee, want de winnaar in dat klassement is de Kastanjelaan, met de Eikenlaan en de Beukenlaan als nummers twee en drie. Pas daarna komt de Berkenlaan - een eervolle vierde plaats, maar net geen medaille. Op de vijfde en zesde plaats komen de eerste niet-lanen: de Meidoornstraat en de Esdoornstraat. De top-10 wordt verder volgemaakt met de Meidoornlaan, de Esdoornlaan, de Acacialaan en de Wilgenstraat. Van deze top-10 is de Wilgenstraat trouwens de eerste op de lijst die minder dan 100 keer voorkomt in Nederland.

De Lindelaan en de Larikslaan verdienen nog een bijzondere vermelding. Van alle straten die naar de linde zijn genoemd, is namelijk 60% een -laan. Bij de lariks ligt dat percentage op bijna 40%. Dat is toch bijzonder bovengemiddeld. Zou dat puur vanwege de alliteratie komen? 'Larikslaan' en 'Lindelaan' klinken allebei natuurlijk wel lekker. En lindes doen het in het algemeen prima langs een laan. Misschien dat het bekende zinnetje "Lientje leerde Lotje lopen langs de lange Lindelaan" ook nog heeft bijgedragen aan de populariteit van de Lindelaan. Als allitereren zo populair is in straatnamenland, dan zou je verwachten dat er ook meer Populierenpaden, Peppelparken en Sparsingels zijn, maar die komen in het hele land niet voor.

Mijn onderzoek is natuurlijk puur taalkundig. Ik heb niet gekeken of er wel bomen in die bomenstraten staan. En dus al helemaal niet of dat wel de bomen zijn waar de straat naar genoemd is. De vraag of er in alle Lindelanen in Nederland ook echt lindes staan, kan ik met dit onderzoek dus niet beantwoorden. Bij oude Lindelanen ligt dat overigens wel voor de hand; die kregen nou eenmaal vaak die naam omdat er lindes stonden. Zo ging dat vroeger. Maar sinds de introductie van de 'bomenwijk' waar de boom slechts als thema voor de straatnamen in de wijk werd gebruikt, is het wat minder waarschijnlijk dat in een bomenstraat ook de bijbehorende bomen staan. Tegenwoordig gaat het misschien juist wel andersom: dat men lindes langs een laan plaatst, omdat die 'Lindelaan' heet.


1. Voor dit onderzoek heb ik alle voorvoegsels bij elkaar geteld die voor mijn gevoel ook bij elkaar horen, en dat heb ik bij de achtervoegsels ook gedaan. Enkelvouds- en meervoudsvormen (zoals Wilgkade en Wilgendijk bij de wilg) heb ik bij elkaar opgeteld, net als spellingsvarianten (zoals 'lariks' en 'larix') en gewone en verkleiningsvormen (zoals Wilgendijk en Berkendijkje bij de dijken). In Nieuwerkerk aan den IJssel is een Burgemeester Van de Lindelaan. Ik weet niet of die burgemeester een boom van een vent was, maar die straatnaam heb ik toch maar niet meegeteld.

2. Het valt me op dat ik in deze tekst best vaak het woord 'populair' gebruik. Iedere keer dat ik dat typte, moest ik opletten dat ik niet per ongeluk 'populier' schreef. Dat heb ik anders nooit! Het zal wel door het onderwerp van het verhaal komen.

dinsdag 7 februari 2012

Over spanten en spaties - de straatnamen van de Westergasfabriek

Geen mooiere straatnaam dan een historische straatnaam. Als er in een historische omgeving straten nieuwe namen moeten krijgen, is het altijd mooi om te kijken of je daarbij iets met de geschiedenis van het gebied kunt doen. Een goed voorbeeld daarvan zijn de namen die de straten op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam in 1999 kregen.

Het complex van de Westergasfabriek werd tussen 1885 en 1903 gebouwd. In de fabriek werd uit kolen gas geproduceerd, dat bijvoorbeeld werd gebruikt voor de stadsverlichting. Het was op dat moment de grootste steenkolengasfabriek van Amsterdam en de fabriek zou jarenlang een belangrijke functie hebben voor de stad. Het gas uit de Westergasfabriek kreeg echter in de loop der tijd concurrentie van gas uit andere bronnen. Zo ging de gemeente steeds meer over op gas van de Hoogovens in IJmuiden en vanaf 1963 ook op aardgas uit het toen net ontdekte gasveld in Slochteren. In 1967 kwam definitief een einde aan de gasproductie van de Westergasfabriek. Al bijna meteen werd er nagedacht over mogelijkheid om het gebied te herontwikkelen tot een park. Maar het terrein was zwaar vervuild en het was daardoor niet makkelijk om het snel een nieuwe bestemming te geven. Het terrein werd tot 1993 als opslag- en werkplaats gebruikt door Gemeentelijk Energie Bedrijf. Vervolgens namen kunstenaars en creatieve ondernemers tijdelijk hun intrek in de gebouwen. Pas in 2001 begon men met de sanering van het terrein, en in 2003 werd het nieuwe park geopend. De herontwikkeling geldt als succesvol voorbeeld van de herontwikkeling van industrieel erfgoed.

Bij de herontwikkeling hielden de gebouwen hun oorspronkelijke naam, zoals Ketelhuis, Ladderhuis, Regulateurshuis, Transformatorhuis en de Zuiveringshal. Er moesten natuurlijk ook namen komen voor de straten op het terrein. Daarvoor greep men terug naar de namen van de personen die honderd jaar eerder betrokken waren bij de ontwikkeling van het fabriekscomplex: Julius Pazzani, August Klönne, Isaac Gosschalk en Camille Polonceau. Pazzani was de directeur - hij nam zelf de technische planning van het fabricageproces en het terrein voor zijn rekening. De Duitse ingenieur Klönne ontwierp de gashouder van de fabriek. Voor het ontwerp van de overige gebouwen schakelde men de Amsterdamse architect Gosschalk in. Gosschalk werkte in een rijke stijl die men wel 'de Hollandsche neo-renaissance' noemt. Het is niet voor niks dat veel van de gebouwen nu rijksmonumenten zijn. Een aantal gebouwen - waaronder het Tranformatorhuis en de Zuiveringshal - maken voor de dakconstructie gebruik van monumentale Polonceau-spanten. De Franse ingenieur Polonceau ontwierp deze spantconstructie speciaal om grote ruimtes te kunnen overspannen.

In maart 1999 stelde de gemeente Amsterdam vier straatnamen vast voor het gebied: de Pazzanistraat, het Klönne plein, de Gosschalklaan en de Polonceau-kade. In nieuwe wijken kiest men voor de herkenbaarheid tegenwoordig vaak voor een of twee vaste achtervoegsels, maar dat vond men hier blijkbaar niet nodig. Op het terrein liggen nu dus een straat, een plein, een laan en een kade, en dat heeft eigenlijk ook wel wat. Er is nog iets opvallends: daar waar ze de naam van de straat en de laan netjes helemaal aaneenschrijven, gebruiken ze bij de kade een koppelstreepje en bij het plein een spatie. Dat is niet erg consistent. Het streepje is strikt genomen niet noodzakelijk, maar ik kan me voorstellen dat men 'Polonceau-kade' ietsje duidelijker vond dan 'Polonceaukade'. Maar waarom heeft men de straatnaam 'Klönne plein' officieel met een spatie vastgesteld? Dat is hoogst ongebruikelijk voor straatnamen, en ook niet volgens de regels. Een slordigheidje of een bewuste keuze... ik weet het niet. Misschien is het wel een héél subtiele extra verwijzing naar de geschiedenis van de Westergasfabriek - die heette in het begin namelijk nog 'Wester Gasfabriek', met een spatie. Amsterdam had in die tijd ook een 'Ooster Gasfabriek'. Het is vast ook geen toeval dat het terrein van 1967 tot 1993 is gebruikt door het gemeentelijke 'energie bedrijf'...

Maar goed: de straten en gebouwen van de Westergasfabriek blijven een mooi voorbeeld van hoe je in de naamgeving van het gebied de namen uit de geschiedenis voort kunt doen leven.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...