dinsdag 17 december 2013

De angstschreeuw van de slechtstschrijvende gerechtsschrijver... in de Borsjtsjstraat

In het Nederlands kom je soms woorden tegen met een grote verzameling medeklinkers achter elkaar. 'Medeklinkerclusters' noemt men dat. Met slimme combinaties van woorden kun je tot een flinke lengte komen. Iemand die driftig een bord borsjtsj - Russische rodebietensoep - zit weg te werken, kun je bijvoorbeeld een 'borsjtsjschranser' noemen. In de titel van dit verhaal staan nog wat voorbeelden. Komen er ook van die grote medeklinkerclusters voor in straatnamen?

Bij het toekennen van straatnamen probeert men er meestal op te letten dat de namen makkelijk te schrijven en uit te spreken zijn. Dat is wel zo praktisch in het dagelijks gebruik. Eigenlijk is het dus helemaal niet handig om een straatnaam met een lange reeks medeklinkers te hebben. Met het achtervoegsel -straat heb je echter al meteen drie medeklinkers te pakken. Als je een straat noemt naar iets of iemand die op een aantal medeklinkers eindigt, heb je dus al snel een straatnaam met een flink medeklinkercluster. Noem een straat naar een roodborst of naar iemand die Brinkhorst, Roland Holst of Diepenhorst heet, en je hebt al zes medeklinkers op een rij. Er zijn in Nederland ongeveer dertig Ambachtsstraten en vier Eendrachtsstraten - allemaal met zeven medeklinkers achter elkaar. Die namen zijn op zich nog best goed uit te spreken.

Voor het medeklinkerclusterrecord moeten we naar Edam. Het lijkt wel of men het erom gedaan heeft, want daar liggen twee straatnamen met maar liefst acht medeklinkers achter elkaar op nog geen tweehonderd meter van elkaar: de Jan Huibrechtszstraat en de Hendric Dirckszstraat. Hebben Jan en Hendric iets bijzonders gepresteerd, of hebben ze die straatnamen alleen verdiend met hun verzameling medeklinkers?

Nu is het wachten tot er een keer een gemeente komt die bedenkt om een soepenbuurt te bouwen, met straten zoals de Snertstraat, de Bouillonstraat en het Gazpachopad. Want daar moet dan natuurlijk ook een Borsjtsjstraat komen, met negen medeklinkers op een rij!

dinsdag 3 december 2013

Een mooie straatnaam? Dat zal me worst wezen!

De worst is een populair vleesproduct dat al vele eeuwen wordt gemaakt, verhandeld en gegeten. Toch is het aantal straatnamen met 'worst' erin op de vingers van één hand te tellen. Dat maakt het makkelijk om ze even állemaal op een rij te zetten.

De bekendste worst-straat is waarschijnlijk de Dubbeleworststeeg, een steeg in het centrum van Amsterdam tussen de Singel en de Herengracht. De straatnaam wordt op internet vaak genoemd in lijstjes met opmerkelijke straatnamen, net als de Eendekotsweg. En het is natuurlijk ook best een vreemde naam. Als die steeg zo heet omdat er ooit worsten werden gemaakt, waarom heet die dan niet gewoon Worststeeg of Worstenmakersteeg? Het antwoord is eenvoudig: de steeg is niet naar worsten of worstenmakers genoemd. In werkelijkheid is de steeg genoemd naar Lourens Dubbelworst, een voorname Amsterdammer die er ooit in het huis op de hoek woonde. Hij stierf er in 1672. De straatnaam komt in de Amsterdamse archieven ook voor als Dubbeldeworststeeg en Dubbele Worststeeg. Er was trouwens nog een Dubbeleworststeeg in Amsterdam: de Damraksteeg heette tot 1922 namelijk ook zo. Waarschijnlijk heeft Lourens Dubbelworst daar ook ooit gewoond.

Er is nog een worst-straat in Amsterdam: de Ewoud Worststraat in de wijk Geuzenveld. Ewoud Pietersz. Worst was een Zeeuwse admiraal die in de Tachtigjarige Oorlog leiding gaf aan de Watergeuzen. Dat er een straat naar hem genoemd is in een wijk die 'Geuzenveld' heet, ligt wel voor de hand. Verder zijn er er echter nauwelijks geuzen vernoemd; de andere straten in de wijk zijn vooral naar staatslieden en architecten genoemd. Het verhaal gaat dat de geuzen hier in de buurt hun uitvalsbasis hadden tijdens het beleg van Haarlem in 1573. De naam van de wijk Geuzenveld is ontleend aan een boerenhofstede uit de zeventiende eeuw die dezelfde naam droeg.

Wonen op een worst 
Voor de andere worst-straten moeten we naar het noorden van het land. Op de grens van Friesland en Overijssel ligt de Worstsloot. Als je die sloot naar het noordoosten volgt, kom je uit bij de Worstdijk in Kuinre. Hoe komen die Worstsloot en Worstdijk aan hun naam? Loopt de sloot of de dijk misschien in de vorm van een worst? Werden hier vroeger dan misschien worsten verhandeld en verscheept? Of woonde er gewoon iemand die verre familie was van Lourens of Ewoud?

We gaan een paar eeuwen terug in de tijd, naar de vijftiende eeuw. Het IJsselmeer was toen nog de Zuiderzee, en de Noordoostpolder bestond nog niet. Als je nu op de kaart kijkt, is het misschien moeilijk voor te stellen, maar Kuinre lag toen aan zee. Vandaar dat er nabij Kuinre bijvoorbeeld ook een straat met de naam Zeedijk ligt. Kuinre was in de vijftiende eeuw een heerlijkheid die behalve de plaats zelf ook nog een aantal gehuchten bevatte: Veenhuizen, Wijberga of Wyberburen en... de Worst. Die laatste naam is vermoedelijk afgeleid van 'woerd' in de betekenis 'terp', een kunstmatige verhoging in het landschap die is aangelegd als bescherming tegen het water. Het is verwant met het Oudsaksische woord 'wurth' en het Oudfries 'worth'. Als je dat woord een beetje slissend op zijn Engels uitspreekt, klinkt het al bijna als 'worst'! Het gehucht de Worst heette waarschijnlijk zo omdat het op een terp lag. En de namen van de Worstdijk en de Worstsloot - voor een nabijgelegen dijk en sloot - zijn daar later van afgeleid.

Een worstcasescenario
Zo, dat waren alle worst-straten. Wat valt je op? Precies: niet één van deze namen heeft direct iets met worsten te maken! Misschien dat er ooit ergens een Worstkade, een Worstenweg of Worstenmakersteeg is geweest, maar die heeft de tand des tijds dan niet overleefd.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...