Doorgaan naar hoofdcontent

Van Roelof Kleinpad tot Anky van Grunsvenstraat - Straatnamen voor olympisch kampioenen

Met een gouden medaille op de Olympische Spelen vergroot je als sporter je kansen op een eigen straatnaam. Dat goud is natuurlijk een mooie beloning, maar dat er een straat naar je genoemd wordt is pas echt het begin van de eeuwige roem. Gaat het Marit Bouwmeester, Yuri van Gelder of Tom Dumoulin lukken om de komende weken een eigen straatnaam te verdienen tijdens de Olympische Spelen in Rio? 


Ik heb eens op een rijtje gezet wie hen voor zijn gegaan, zowel op de zomerspelen als de winterspelen. Dit zijn de olympisch kampioenen waar in Nederland een straat naar genoemd is:
  • De roeiers Roelof Klein en François Brandt deden in 1900 mee aan de Olympische Spelen in Parijs. Samen wonnen ze goud op het onderdeel 'twee met stuurman' en ze waren onderdeel van de ploeg die brons won bij de 'acht met stuurman'. Roelof Klein is voor zijn prestaties geëerd met een straatnaam in Amsterdam: het Roelof Kleinpad. Klein en Brandt hebben ook samen een straatnaam: Klein-Brandt Sportpark in Almere.
  • Charles Pahud de Mortanges deed als ruiter mee aan de Olympische Spelen van 1924, 1928, 1932 en 1936 en won daarbij vier gouden en een zilveren medailles. Naar hem zijn de Pahud de Mortangesdreef in Utrecht en de Pahud de Mortangeslaan in Doorn genoemd.
  • Bokser Bep van Klaveren ('the Dutch Windmill') werd tijdens de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 kampioen in de vedergewicht-klasse. Natuurlijk is er in Rotterdam - zijn geboortestad - een straat naar hem genoemd, maar hij heeft ook straten in Amsterdam, Haarlem en Hoofddorp.
  • Marie 'Zus' Braun won goud op de 100 meter rugslag bij de Olympische Zomerspelen van 1928 in Amsterdam. Tijdens het zelfde toernooi won ze ook nog zilver op de 400 meter vrije slag. Naar Braun zijn straten genoemd in Amsterdam, Arnhem en Rotterdam.
  • De Nederlandse damesturnploeg won goud tijdens de Spelen van 1928. De ploeg bestond uit Agsteribbe, Nordheim, Burgerhof, De Levie, Polak, Simons, Stelma, Van den Berg, Van den Bos, Van der Vegt, Van Randwijk en Van Rumt. Van deze twaalf dames hebben alleen Stella Agsteribbe en Lea Nordheim een eigen straatnaam gekregen in Heerhugowaard.
  • Bernard Leene en Daan van Dijk wonnen bij de Olympische Spelen in Amsterdam goud op de tandem. In Amsterdam liggen het Bernard Leenepad en het Daan van Dijkpad dicht bij elkaar.
  • Zwemster Willy den Ouden won twee keer zilver tijdens de Olympische Zomerspelen 1932 in Los Angeles: op de 100 meter en op de 4x100 meter vrije slag. Bij de Olympische Zomerspelen van 1936 in Berlijn, werd zij olympisch kampioen op de 4x100 meter samen met Rie Mastenbroek, Tini Wagner en Jopie Selbach. Ze heeft straatnamen in Arnhem en Rotterdam.
  • Zwemster Rie Mastenbroek won bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn drie gouden medailles, op de 100 meter vrije slag, de 400 meter vrije slag en de 4x100 meter vrije slag (samen met Willy den Ouden, Tini Wagner en Jopie Selbach), en ook nog een zilveren, op de 100 meter rugslag. Er zijn straten naar haar genoemd in Almere, Amsterdam en Haarlem.
  • Fanny Blankers-Koen is de succesvolste atlete die Nederland gehad heeft. Ze won tijdens de Olympische Spelen van 1948 vier gouden medailles, op de 100 meter, de 200 meter, de 80 meter horden en de 4x100 meter estafette. Er zijn straten naar haar genoemd in Amstelveen, Arnhem, Haarlem, Hoofddorp, Utrecht en Zutphen.
  • Anton Geesink won als judoka de gouden medaille tijdens de Olympische Spelen van 1964 in Tokio; een grote verrassing omdat hij de in finale een Japanner versloeg. Heel bijzonder: hij woonde in Utrecht jarenlang zelf in de Anton Geesinkstraat. Er zijn ook straten naar hem genoemd in Hoofddorp en Oldenzaal.
  • Sjoukje Dijkstra was kunstrijdster op de schaats. Ze werd vijf keer Europees kampioen, drie keer wereldkampioen en nam vooral ook drie keer deel aan de Olympische Winterspelen. Ze debuteerde bij de Winterspelen van 1956 in Cortina d'Ampezzo, ze won zilver bij de Winterspelen van 1960 in Squaw Valley, en ze eindigde met een gouden medaille bij de Winterspelen van 1964 in Innsbruck. In Hoofddorp ligt de Sjoukje Dijkstralaan.
  • Joop Zoetemelk is vooral bekend van zijn wereldtitel en van de overwinning (en veel tweede plaatsen) in de Tour de France, maar hij heeft in 1968 aan het begin van zijn loopbaan ook een gouden olympische medaille gewonnen op ploegentijdrit. In Oldenzaal is een straat naar hem genoemd en in Nieuwe Wetering ligt een fietspad dat het Joop Zoetemelkpad heet. 
  • Zwemster Ada Kok won bij de Spelen van 1968 in Mexico goud op de 200 meter vlinderslag. Vier jaar daarvoor had ze op de Spelen van Tokio al twee keer zilver gewonnen (op de 100 meter vlinderslag en op de 4x100 meter wisselslag). Er is een straat naar haar genoemd in Oldenzaal.
  • Tussen 1964 en 1972 hebben Ard Schenk en Kees Verkerk behoorlijk wat wedstrijden tegen elkaar - en tegen de rest van de wereld - geschaatst. Ze werden in die periode allebei Europees kampioen en wereldkampioen. Verkerk won de gouden medaille op de 1.500 meter tijdens de Olympische Winterspelen in Grenoble van 1968 - Schenk won toen zilver op die afstand. Bij de Olympische Spelen van 1972 in Sapporo ging Schenk onderuit op de 500 meter, maar hij won vervolgens gouden medailles op de 1.500, de 5.000 én de 10.000 meter - Verkerk won op die laatste afstand zilver. In Hoofddorp liggen haaks op de Sjoukje Dijkstralaan de Ard Schenkstraat en de Kees Verkerkstraat.
  • Ellen van Langen won bij de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona verrassend goud op de 800 meter, en behaalde daarmee voor het eerst sinds 1948 een gouden medaille voor Nederland op een loopnummer. Later werd er een straat naar haar genoemd in haar geboorteplaats Oldenzaal.
  • Jochem Uytdehaage schaatste op de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City twee wereldrecords, en won daarmee twee gouden medailles (op de 5.000 en de 10.000 meter). Hij won ook nog een zilveren medaille op de 1.500 meter. In zijn geboortestad Utrecht doopte men direct na de Olympische Spelen een plantsoen in zijn geboortewijk tot Jochem Uytdehaageplantsoen.
  • Anky van Grunsven nam als dressuurruiter deel aan de Olympische Spelen van Seoul in 1988, Barcelona in 1992, Atlanta in 1996, Sydney in 2000, Athene in 2004 en Peking in 2008. Ze won in totaal acht medailles: vijf keer zilver en drie keer goud. In 2009 werd een straat naar Van Grunsven genoemd in haar geboorteplaats Erp.
  • Ranomi Kromowidjojo won tijdens de Olympische Spelen van 2012 twee gouden medailles en ook nog een zilveren met de estafetteploeg. In haar geboortedorp Sauwerd mocht ze daarna zelf het bordje onthullen van het nieuwe Ranomi plantsoen
Marit Bouwmeester, Niek Kimmann, Kim Polling, Anna van der Breggen, Yuri van Gelder en Tom Dumoulin worden genoemd als kanshebbers voor een gouden medaille in Rio. In hun geboorteplaatsen Boornsterhem, Lutten , Zevenhuizen, Zwolle, Waalwijk en Maastricht kunnen ze dus beter maar vast op zoek naar een geschikte straat, pad of plantsoen. Dafne Schippers hoeft het trouwens voor de straatnaam niet te doen; zij werd in 2015 al vereerd met een eigen brug in Utrecht nadat ze wereldkampioen was geworden.



Reacties

André (via Twitter) zei…
De postbode vond het zeker teveel gevraagd om 1 straat naar alle 12 dames van de turnploeg te vernoemen.
Rob Essers zei…
In het overzicht ontbreekt de Anna Polaktuin (openbare ruimte ID 0398300000000026). Ook zij maakte in 1928 deel uit van de gouden turnploeg. De straten in Heerhugowaard zijn genoemd naar drie van de vier ploegleden die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd: Anna Polak († Sobibor 23 juli 1943), Lea Nordheim († Sobibor 2 juli 1943) en Stella Agsteribbe († Auschwitz 17 september 1943). Er is geen straat genoemd naar Judik Simons († Sobibor 20 maart 1943).
Dinx zei…
@Rob:
De Anna Polaktuin is niet genoemd naar turnster Anna Polak uit Amsterdam, maar naar feministe Anna Polak uit Rotterdam.
Dinx zei…
Ik kan een naam toevoegen aan het lijstje. Olympisch kampioen Elis Ligtlee krijgt een straatnaam in Eerbeek: het Elis Ligtleeplein.
Anoniem zei…
Van Joep Zoetemelk had ik nog nooit gehoord, maar *Joop* zullen de meeste mensen wel kennen... ;)

Carl
Dinx zei…
@Carl:
Hm, slordig. Gelukkig hebben ze het in de straatnamen wel goed geschreven. ;-)
Rob Essers zei…
In De Stentor van 26 augustus 2016 staat dat het Stationsplein in Eerbeek het Elis Ligtleeplein gaat heten. De naam Elis Ligtleeplein staat (nog) niet in de BAG. Moet het besluit nog door het college van burgemeester en wethouders van Brummen genomen worden?

Er is in de woonplaats Eerbeek wel een Stationstraat (openbare ruimte ID 0213300000000554), maar geen Stationsplein. Het station Eerbeek is op 1 augustus 1950 gesloten. Het huidige Stationsplein mag kennelijk geen naam hebben...

In een bericht op de gemeentelijke website staat dat er in de toekomst een vernieuwd plein naar haar genoemd wordt. "Het huidige Stationsplein krijgt na de beoogde herinrichting (waarvoor binnen het programma Ruimte voor Eerbeek plannen worden gemaakt), de naam ‘Elis Ligtleeplein’"
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...

Populaire posts van deze blog

Is het nou Dorpstraat of Dorpsstraat - over de tussen-s in straatnamen

Onlangs stelde iemand me de vraag waarom in Rotterdam de Heemraadssingel en het Heemraadsplein een tussen-s hebben, maar de nabijgelegen Heemraadstraat niet. Komt dat door willekeur van de naamgevers of is er iets anders aan de hand? 

Hoe zit het ook al weer met het gebruik van de tussen-s in de Nederlandse taal? In het Taalportaal wordt uitgelegd wanneer er een tussen-s wordt gebruikt in een samenstelling. Die s komt bijvoorbeeld altijd voor als het eerste deel een verkleinwoord is ('meisjesjurk') of een persoonsaanduiding die in het meervoud een s krijgt ('vissersboot'). En een tussen-s kan ook voorkomen wanneer het eerste deel een meervoud op -en heeft ('dorpsplein') of als het eerste deel helemaal geen meervoud heeft ('eeuwigheidswaarde'). Snap je het nog? Vergeet het dan toch maar weer snel, want er zijn ook nog allemaal uitzonderingen op deze regels. De geleerden weten ook niet precies wat nou de functie van die tussen-s is en in welke gevallen di…

De langste straatnamen van Nederland

Wat zijn de langste straatnamen van Nederland? Ik zet deze mooie namen graag voor je op een rijtje.

Om de lengte van een straatnaam te bepalen volstaat het niet om op de straatnaamborden te kijken, want soms hangen er in één straat al borden met verschillende schrijfwijzen van dezelfde naam. Het is beter om uit te gaan van de officiële schrijfwijze van de straatnaam zoals die is vastgelegd in de BAG, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen. Dat levert de volgende top-10 op:
Ir. Mr. Dr. van Waterschoot van der Grachtstraat in Heerlen (48 tekens in totaal, 38 tekens zonder punten en spaties)Burgemeester Baron van Voerst van Lyndenstraat in Gramsbergen (46/41 tekens)Wethouder Fierman Eduard Meerburg senior kade in Katwijk (45/40 tekens)Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg in Tilburg (43/38 tekens)Burgemeester van Nispen van Sevenaerstraat in Laren (42/38 tekens)Burgemeester van Hövell tot Westerflierpad in Halfweg (42/38 tekens)Burgemeester Hoytema van Konijnenburglaan in Scherpe…

Van Arnhem tot San Francisco - iedere stad zijn eigen Lombardstraat. Maar waarom eigenlijk?

Een Lombardsteeg in Alkmaar, een Lombardstraat in Goes, een Lombardkade in Rotterdam en een Lange en Korte Lombardstraat in Den Haag. Een Lombardenstraat en Lombardenvest in Antwerpen, en een Lombardstraat in Brussel. En dan ook nog Lombard Street in Londen, een in Philadelphia en een in San Francisco. Waar komen al die Lombard-straten toch vandaan? Was er misschien ooit een meneer Lombard, en waar heeft hij het dan aan verdiend dat er in de hele wereld straatnamen naar hem zijn genoemd? Nee, de straten zijn niet naar een meneer genoemd, maar naar een heel volk: de Lombarden. Maar waarom zou je daar een straat naar noemen?

De Lombarden zijn de inwoners van Lombardije, de streek rondom Milaan in het noorden van Italië. De naam gaat terug op de 'Longobarden' (de 'Langbaarden'), een Germaanse volksstam waarvan de mannen blijkbaar opvallend lange baarden hadden. Tijdens de Germaanse volksverhuizing in de vijfde eeuw trokken ze naar Noord-Italië en richtten daar een eigen r…

Wat is de echte Monopoly-stad van Nederland? En waar ligt Ons Dorp?

Een tijd geleden heb ik al eens uitgelegd wie de straatnamen heeft gekozen voor het Nederlandse Monopoly-spel. De Nederlandse editie van het spel was de eerste waarin straatnamen uit verschillende steden werden gebruikt. Dus vroeg ik me af: is er misschien toch één stad te vinden die al die straatnamen heeft? Dan zouden ze daar mooi hun geheel eigen editie van het spel kunnen maken. Tijdens die zoektocht diende nog een tweede vraag zich aan: waar ligt Ons Dorp?

Laten we eerst eens even kijken hoe bijzonder die straatnamen uit het Monopoly-spel eigenlijk zijn. In de top-10 met straatnamen die in het Nederland het meest voorkomen, staat één straat uit Monopoly: de Dorpsstraat. Die komt in Nederland 315 keer voor, van Aalsmeer tot Zwolle. De Brink komt 67 keer voor, van Almelo tot Zuidwolde. Op 43 plaatsen ligt een Steenstraat, van Alphen aan den Rijn tot in Zwolle. Dan komen we bij een bijzonder geval: de Houtstraat komt 32 keer voor in Nederland (van Almere tot Wolvega), maar vreemd ge…