zaterdag 26 september 2015

Een straat voor Balthasar Gerards? Dat nooit! Of toch?

Straten noemen we naar helden, en niet naar moordenaars. Maar het is bij historische figuren soms lastig om te bepalen of het helden zijn of niet. Dat hangt bijvoorbeeld af van de omstandigheden, de tijdgeest, aan welke kant je staat, en hoe kwaad het daglicht is. Zo af en toe komt er een verhaal voorbij van iemand die vindt dat bepaalde straten hernoemd zouden moeten worden, omdat een vermeende held eigenlijk een moordenaar was. En we noemen toch geen straten naar moordenaars?

Er zijn bijvoorbeeld op tientallen plekken straten en pleinen genoemd naar Jan Pieterszoon Coen. Het bekendste voorbeeld is de Coentunnel bij Amsterdam. Maar was Coen nou een VOC-held of eigenlijk stiekem gewoon een gewelddadige kolonisator? Toen de Tweede Coentunnel in 2013 werd geopend, stelde iemand voor om de naam maar helemaal te veranderen. Een jaar daarvoor besloot men in Hoorn dat een standbeeld van Coen gewoon mocht blijven staan, maar dat er wel een kritische tekst op de sokkel toegevoegd moest worden over zijn kwade daden. Nog zo eentje: Piet Hein. Naar hem zijn nog veel meer straten genoemd, maar soms hoor je ineens weer van iemand die zich afvraagt of Hein een zeeheld was of dat we hem tegenwoordig gewoon een piraat zouden noemen. Er zijn ook makkelijke gevallen. Neem Balthasar Gerards, de moordenaar van onze vader des vaderlands Willem van Oranje, daar zullen we dus écht nooit een straat naar noemen. Nou, het is grappig dat ik daarover begin, want er is dus wél een straat naar hem genoemd.

Balthasar Gerards werd in 1557 geboren in Vuillafans, in de regio Franche-Comté in Frankrijk. Eigenlijk heette hij - op zijn Frans - Balthasar Gérard. Gerards werd nogal streng katholiek opgevoed, en in de strijd tussen de katholieken en de protestanten stond hij dus vol overtuiging aan de kant van de katholieke kerk en van koning Filips II van Spanje. Willem van Oranje nam het juist op voor de protestanten die zich verzetten tegen de Spaanse overheersing van Nederland. Toen Gerards in 1581 hoorde dat Willem van Oranje door Filips II vogelvrij was verklaard, besloot hij meteen dat hij hem zou gaan vermoorden. Drie jaar later trok Gerards naar Delft waar hij Willem van Oranje in het Prinsenhof neerschoot.

Balthasar Gerards werd stevig gemarteld en vervolgens ter dood veroordeeld. De straf was niet mild: zijn rechterhand werd met een gloeiende tang afgeknepen, ook op andere plekken werd met gloeiende tangen tot op het bot gegaan, hij werd levend gevierendeeld, waarna zijn hart uit zijn lijf werd getrokken en tenslotte werd zijn hoofd afgehakt en op een spies tentoongesteld. En toen werden ook nog zijn bezittingen in beslag genomen. Past er in die opsomming nog een verering met een eigen straatnaam? Je zou zeggen van niet. Niet in Nederland in ieder geval. Maar wel in Frankrijk! In Vuillafans heet de straat waar Balthasar Gerards (als 'Balthasar Gérard') geboren werd tegenwoordig namelijk de Rue Gérard. In de ogen van de Fransen heeft Balthasar Gerards een vijandige prins vermoord, en dat maakt hem een held. En helden vereer je met een straatnaam.

Ik ben benieuwd of de burgemeester van Vuillafans wel eens brieven ontvangt die hem vertellen dat Balthasar Gerards toch ook geen lieverdje was.

zaterdag 19 september 2015

Hoe lang is de Driehonderdmeterweg?

In Aalten ligt - niet ver van de grens met Duitsland - de Driehonderdmeterweg. Hoe lang denk je dat die weg is?

Nee, dat is fout. De weg is niet driehonderd meter lang, en de werkelijke lengte ligt daar ook niet in de buurt. In werkelijkheid is de weg namelijk ruim vijf kilometer lang! Maar waarom heet die weg dan zo? De weg loopt voor een groot deel parallel aan de Duitse grens, op driehonderd meter afstand om precies te zijn. De naam is dus niet afgeleid van de lengte, maar van de afstand tot de grens.

Zijn er straatnamen die wel laten zien hoe lang de straat is? Ik heb er drie kunnen vinden en toevallig zijn die allemaal even lang: de Duizendmeterweg in Bentveld, de Kilometerwei (Fries voor 'Kilometerweg') in Nijega en De Duizendmeterweg in Amstelveen. Die laatste ligt in het Amsterdamse Bos en begint haaks op de Bosbaan, de bekende roeibaan. De Duizendmeterweg is niet alleen duizend meter lang, maar hij begint ook nog eens op duizend meter afstand van de start van de roeibaan. Dubbel mooi.

Weet jij nog meer straten die van hun lengte zijn afgeleid?

dinsdag 15 september 2015

Een straatnaam voor de gouden Dafne Schippers? Nee, daarvoor is het blijkbaar nog te vroeg.

Dafne Schippers heeft haar tamelijk succesvolle sportseizoen een paar dagen geleden afgesloten met een overwinning op de 100 meter bij de Great North CityGames in Newcastle. Het hoogtepunt van het seizoen was natuurlijk het WK Atletiek in Peking waar Schippers goud won op de 200 meter en zilver op de 100 meter. Op beide afstanden verbeterde ze haar persoonlijke record. Met de gouden medaille was ze de eerste Nederlandse vrouw ooit die een medaille won op de WK Atletiek. In december zal ze natuurlijk verkozen worden tot Nederlandse sportvrouw van het jaar. Maar krijgt ze nou ook een eigen straatnaam?

Als er ergens een straat naar Dafne Schippers moet worden genoemd, denken we natuurlijk in de eerste plaats aan haar geboorteplaats: Utrecht. Die stad heeft wel een traditie met het vernoemen van sporters. Er is sowieso een klein buurtje waar de straten zijn genoemd naar de oude sporthelden Pahud de Mortanges, Jaap Eden, Fanny Blankers-Koen en Fenny ten Bosch. Anton Geesink woonde in Utrecht zelf jarenlang in de naar hem genoemde Anton Geesinkstraat. En toen Jochem Uytdehaage twee gouden medailles haalde bij de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City werd het Jochem Uytdehaageplantsoen naar hem genoemd. Dafne Schippers heeft maar geluk dat ze in zo'n sportminnende stad is geboren.

Na haar overwinning bij het WK Atletiek kwamen er bij de gemeente Utrecht al direct suggesties binnen van inwoners die nog wel een park, plein of pad wisten dat naar Schippers genoemd zou kunnen worden. Zo'n pad zou dan natuurlijk wel minimaal 100 meter lang moeten zijn, of nog liever 200 meter. Schippers werd na haar terugkeer in Nederland officieel gehuldigd in Utrecht en een babyzeehond die in de Utrechtse grachten werd gevonden werd 'Dafne' genoemd. Maar voor een eigen straatnaam is de wereldtitel nog niet genoeg; via Twitter liet de gemeente Utrecht weten dat die straatnaam pas volgt na olympisch succes.

We moeten dus nog even wachten tot Schippers volgend jaar goud heeft gehaald in Rio de Janeiro.

zaterdag 12 september 2015

Borrelen op het Marie Heinekenplein. Biertje?

Er zijn in Nederland nauwelijks straatnamen die naar bedrijven of merken zijn genoemd. Dat is heel begrijpelijk want zo'n straatnaam zou veel te veel verbonden zijn aan de identiteit van het bedrijf. Als een bedrijf negatief in het nieuws komt, kan dat negatieve gevolgen hebben voor het imago van een straat die naar het bedrijf is genoemd. Onlangs voerde de gemeente Bergen op Zoom dat nog als reden op toen een voorstel om straatnamen aan bedrijven te gaan 'verkopen' werd afgewezen. Daarnaast willen gemeentes de straatnamen ook niet misbruiken om reclame mee te maken. Maar sluikreclame kan natuurlijk wel...

In de Amsterdamse wijk De Pijp werd in 1993 een groot plein aangelegd. De ruimte voor het plein was vrijgekomen omdat een paar jaar eerder een deel van de Heineken-brouwerij was gesloopt. Het plein moest horecagebied worden en het lag voor de hand om het het Heinekenplein te noemen. De regels van de gemeente Amsterdam staan het echter niet toe dat straten naar bedrijven worden genoemd. En dus moest er een list verzonnen worden.

In dit deel van De Pijp zijn de straten naar Nederlandse schilders genoemd, zoals Ferdinand Bol, Frans Hals, Jacob van Campen en Gerard Dou. Men ontdekte dat Gerard Heineken - de man die in 1864 de Heineken-brouwerij had opgericht - een nicht had die ook schilderijen had gemaakt: Marie Heineken. Zij schilderde voornamelijk stillevens met bloemen die ze cadeau had gekregen of in haar eigen tuin geplukt had. Ze was dus een Nederlandse schilderes en ze was ook al geruime tijd overleden, dus daarmee was de weg vrij om netjes volgens de regels een plein in De Pijp naar haar te noemen. In 1994 werd het Marie Heinekenplein geopend; in de volksmond werd dat natuurlijk al gauw gewoon het Heinekenplein genoemd, maar de regel dat een straat niet naar een bedrijf mag worden genoemd, werd zo vakkundig omzeild.

We zijn inmiddels twintig jaar verder en het plein is toe aan een stevige opknapbeurt. Vorige week werd het ontwerp daarvoor gepresenteerd. Het plein moet veel groener worden en midden op het plein komt een grote fontein in de vorm van een ster. Het is de bedoeling dat de waterstralen groen worden verlicht. Groen met een ster... dat zijn natuurlijk duidelijke verwijzingen naar het Heineken-logo. En dat is niet zo vreemd, want de bierbrouwer betaalt flink mee aan de fontein. Het wordt dus de Heinekenfontein. Als Ajax ooit de Champions League wint, gaat men er ongetwijfeld voor zorgen dat er bier uit die fontein komt.

Maar even voor de duidelijkheid: het Heinekenplein is dus niet naar een bekend biermerk genoemd, maar naar een bekende Nederlandse schilder. Dat je dat weet.

zaterdag 5 september 2015

Wie noemt zo'n fietspad nou het Halve Zolenpad?!

Vorige week was het Halve Zolenpad in Waspik in het nieuws, nadat een masturberende man daar een vrouw had lastiggevallen. Met een verwarde man, een Halve Zolenpad en de plaatsnaam Waspik liggen de grappen voor het oprapen. Maar ik vroeg me vooral af: wie noemt zo'n fietspad nou Halve Zolenpad? Daar bleek eigenlijk best een goede verklaring voor te zijn.

Het Halve Zolenpad is een fietspad van Raamsdonksveer via Waspik, Waalwijk en Drunen naar 's-Hertogenbosch. Het pad volgt de route van een voormalige spoorlijn. Heel vroeger was dit gebied in het westen van Brabant het centrum van de Nederlandse leer- en schoenenindustrie. Voor het transport van en naar alle schoenfabrieken werd in 1890 een spoorlijn aangelegd. De lijn liep van Lage Zwaluwe in het westen (waar een overlaadpunt was voor schepen vanuit Rotterdam) oostwaarts langs alle fabrieken tot aan 's-Hertogenbosch. Na de Tweede Wereldoorlog nam de leer- en schoennijverheid sterk af, en daarmee ook het gebruik van de spoorlijn. De laatste trein reed er in 1972.

De spoorlijn liep door de Langstraat en werd daarom officieel de Langstraatspoorlijn genoemd. 'Langstraat' is in dit geval niet een straatnaam, maar de naam van de streek. In de volksmond werd de spoorlijn de Halvezolenlijn genoemd. Die bijnaam had de lijn natuurlijk te danken aan de schoenenindustrie in het gebied. Er gaan ook verhalen dat het juist een verwijzing is naar de trage snelheid waarmee de trein voorbijreed. Heel misschien heeft het er ook nog mee te maken dat er bij de aanleg van de lijn al rekening mee werd gehouden dat het ooit een dubbelspoorse lijn zou worden, maar dat is er nooit van gekomen. En het fijnste verhaal is natuurlijk dat de lijn zijn bijnaam dankt aan de inwoners van het gebied die van de trein gebruikmaakten. Een stelletje halve zolen, dat was het. Het scheldwoord 'halve zool' is trouwens afgeleid van het Engelse scheldwoord 'asshole'. Amsterdamse en Rotterdamse bootwerkers vingen dat woord op en maakten er 'zool' van.  En later werd daar nog 'halve' ter versterking toegevoegd, waarschijnlijk naar voorbeeld van de 'halve gare'.

Terug naar de Langstraat. Sinds 1972 rijden er dus geen treinen meer over de Halvezolenlijn. Op een deel van het traject heeft men sindsdien een fietspad aangelegd, en het is wel toepasselijk dat dat het Halve Zolenpad heet. In Waalwijk loopt het pad door een park dat men het Halvezolenpark heeft genoemd. Een mooie plek voor halve zolen om samen te komen. Maar je weet nu dat de namen van het pad en het park dus niks zeggen over de geestelijke toestand van de omwonenden. Het is allemaal terug te voeren op de oude schoenenindustrie.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...