zondag 16 november 2014

Bewoners van de Peperstraat: moerasvolk of rijke kooplui?

Op tientallen plaatsen in Nederland liggen Peperstraten. Vaak wordt verteld dat deze straten herinneren aan ons rijke koopmansverleden, toen er volop in peper werd gehandeld en er in alle steden peperpakhuizen moeten zijn geweest. Voor de meeste Peperstraten geldt echter een heel ander verhaal.

Peper werd al als specerij gebruikt door oude volken als de Perzen, de Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen. In de Middeleeuwen was het in Europa echter nog bijzonder schaars, en daardoor 'peperduur'. Het waren toen vooral de Arabieren die peper naar Europa brachten. Rond 1500 ontdekte de Portugees Vasco da Gama dat je rond Kaap de Goede Hoop naar 'de Oost' kon varen, en vanaf dat moment brachten ook de Portugezen peper naar Europa. Daarmee verdween de schaarste. De Nederlanders zagen wel wat in de handel in peper en andere specerijen uit Oost-Indië. Dat was een van de redenen dat in 1602 de Vereenigde Oostindische Compagnie werd opgericht. Er ontstond een - letterlijk en figuurlijk - rijke handel in peper. Op een gegeven moment werd meer dan de helft van de Europese peperconsumptie door de VOC aangevoerd; peper vormde in de 17e eeuw ongeveer één derde van de totale veilingopbrengsten in ons land. Allemaal bijzonder interessant, maar de vraag is natuurlijk: is die rijke handel inderdaad de verklaring voor al die Peperstraten?

Peper in je straat
Er zijn in Nederland ongeveer zeventig Peperstraten. Die liggen verspreid over het hele land, maar de meeste liggen in de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland en Gelderland, met ieder meer dan tien Peperstraten. In andere provincies komen nergens meer dan vijf Peperstraten voor. In Drenthe, Flevoland en Zeeland hebben ze er zelfs ieder maar één. Veel van de straten liggen in het rivierengebied, of elders in de buurt van het water. Een flink deel van de Peperstraten ligt in historische binnensteden. Zo was er volgens oude bronnen in 1533 al een Peperstraat in Enkhuizen, in 1471 al een Pepersteeg in Haarlem, in 1469 al een Peperstraat in Amersfoort, 1410 al een Pepergasse in Nijmegen, in 1386 was er al een Peperstraat in Groningen, de Peperstraat in Delft kwam in 1374 al voor (hoewel die toen nog de Pepersteeg heette) en de Peperstraat in Den Bosch werd zelfs in 1303 al genoemd.

Die straten bestonden dus al lang voordat de peperhandel in de zeventiende eeuw een vlucht nam. Ze herinneren helemaal niet aan het koopmansverleden, maar aan een periode daarvoor. Het zou best kunnen dat in al die historische straten toen al apothekers of kruideniers zaten die peper verkochten, maar waarom zou men die straten dan juist naar peper noemen en niet naar een van de vele andere producten die er te koop waren, of naar de handelaar zelf? Het lastige van al die oude straatnamen is dat de precieze herkomst soms moeilijk te achterhalen is. Ze zijn allemaal in de volksmond ontstaan, en bestonden vaak al een tijdje voordat ze voor het eerst op schrift werden vastgelegd. Het zou ook best kunnen dat er in zo'n Peperstraat gewoon iemand woonde die 'Peper' heette, want die familienaam kwam in die tijd ook al voor. Er is echter nog een verklaring, en die lijkt in veel plaatsen te gelden.

Pepers en biezen
'Peper' is ook de volksnaam voor de mattenbies, een grasplant die veel groeit in en aan het water. In deze betekenis is het woord 'peper' verwant met het oude woord 'peep' of 'pepe' dat 'riet- of strohalm' betekent. De mattenbies werd in de Middeleeuwen veel gebruikt voor allerlei soorten vlechtwerk, zoals biezen manden, zittingen van stoelen en krukjes, en matten. Deze peper zal in die tijd bij veel mensen bekender zijn geweest dan de gelijknamige specerij. De mattenbies groeide volop langs het water rondom de oude steden, en het is goed voor te stellen dat er vanuit de oude stad een pad naar dat biezengebied liep. Zo ligt aan de westkant van de oude binnenstad van Delft een Peperstraat, terwijl aan de oostkant een straat ligt die Rietveld heet. Het is opvallend dat veel van de eeuwenoude Peperstraten haaks op een kreek, beek of riviertje lopen.

Van de Peperstraat in Amsterdam staat wel vast dat die is genoemd naar de peperwerf, die op de plaats van de straat lag en behoorde bij de pakhuizen van de VOC (en het is ook geen toeval dat iets verderop de Foeliestraat ligt). De meeste Peperstraten herinneren ons echter helemaal niet aan ons rijke koopmansverleden, maar aan de tijd daarvoor toen we onze steden en dorpen bouwden in een drassige delta en daar onze biezen pakten.

dinsdag 11 november 2014

Vol gas door de Gymergas, de Goudgraversgas, de Giergasse en de Gassergasse

Straatnaamachtervoegsels zoals -straat, -weg en -steeg kennen we allemaal, maar het achtervoegsel -gas is veel minder bekend. Dat is niet vreemd: ondanks dat het een eeuwenoude aanduiding is, komt het in Nederland maar in de straatnamen van één stad voor. Typisch toch?

Het woord 'gas' (of 'gasse') kwam in de vijftiende eeuw al voor in het Nederlands met de betekenis 'onverharde weg'. Het Woordenboek der Nederlandse Taal noemt bij het woord enkele voorbeeldzinnen van P.C. Hooft, waaronder: "Mits dat de Koning deze gas insloegh, werdt hy den heer van Montigny gewaar". Het woord is verwant met het Duitse 'Gasse' (en het Oudhoogduits 'Gazza'), het Oudnoorse 'gata' en het Gotische 'gatvo'. Waarschijnlijk is het ook verwant met het woord 'gat' ('opening'), en daarmee ook met het achtervoegsel van zeestraten zoals het Kattegat tussen Denemarken en Zweden.

Maar goed, 'gas' was dus gewoon een aanduiding voor een weg, net als 'weg', 'pad' en 'steeg'. En daarmee was het woord ook beschikbaar om als achtervoegsel gebruikt te gaan worden. Een klein steegje naar de kerk kon je gewoon Kerkengas noemen. In het Duitse taalgebied is dat volop gebeurd. In Berlijn liggen bijvoorbeeld straten met namen zoals Schmale Gasse, Breite Gasse en Brüder-Grimm-Gasse. Een van de oudste - en tevens de kortste - straat van Berlijn is de Eiergasse; die straatnaam kwam in de Middeleeuwen al voor. Ook in Bonn liggen allerlei gassen, zoals de Giergasse die in 1359 al zo genoemd werd. In Wenen hebben ze ook tientallen gassen; ik kwam daar bijvoorbeeld de Gassergasse tegen (dat klinkt dubbelop, maar die straat is genoemd naar de kunstenaar Hanns Gasser).

In Duitsland en Oostenrijk liggen dus honderden gassen en daar kijkt niemand ervan op, maar in Nederland komen we in totaal niet verder dan 18. En die liggen ook nog eens zonder uitzondering in Nijmegen. Omdat het er zo weinig zijn en er heel mooie namen tusen zitten, noem ik ze hier gewoon allemaal even: Arsenaalgas, Bezembindersgas, Duivengas, Gulden Wagengas, Hanengas, Kabelgas, Karrengas, Kerkegasje, Keumegas, Kronenburgergas, Lompenkramersgas, Mussengas, Ottengas, Papengas, Pepergas, Vijfringengas, Vinkegas en Vlaamsegas. Het zijn stuk voor stuk nauwe straatjes die in andere binnensteden waarschijnlijk het achtervoegsel -steeg zouden hebben gekregen. Ooit waren er in Nijmegen nog veel meer van dit soort gassen, maar die zijn in de loop der tijd allemaal verdwenen. Er ligt in Nijmegen overigens maar één -steeg: de Smallesteeg. Dat was echter geen smal straatje in de binnenstad, maar een weg op het platteland.

Hoe komt het dan dat die gassen juist in Nijmegen redelijk vaak voorkomen? Die vraag heb ik voorgelegd aan Rob Essers (van de Stratenlijst gemeente Nijmegen). Hij vertelde me dat het ongetwijfeld samenhangt met het feit dat Nijmegen een oude Duitse Keizerstad is. Keizer Hendrik VI is in 1165 ook in Nijmegen geboren. De dubbele adelaar en de keizerskroon in het stadswapen herinneren eraan dat Nijmegen een vrije rijksstad van het Heilige Roomse Rijk is geweest. En de gassen dus ook.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...