dinsdag 28 oktober 2014

Namen raden: straatnaam of verfkleur? Doe de quiz!

Prinsengracht en Leidseplein zijn bekende Amsterdamse straatnamen. En verf bestaat in kleuren zoals marineblauw en citroengeel. Ooit was alles zo heel overzichtelijk. Maar op een of andere manier gaan straatnamen en verfnamen steeds meer op elkaar lijken. Dan krijg je namen zoals Geduld, Duizendschoon en Overleg. 

Kun jij herkennen of iets een straatnaam of een verfkleur is? Doe dan de quiz. Daarin krijg je 20 namen te zien. De vraag is iedere keer hetzelfde: is het een bestaande straatnaam in Amsterdam of een officiële verfkleur uit het palet van Histor?



Powered by Interact

(Werkt de quiz hierboven niet? Klik dan hier: start de quiz.) 

De namen in de quiz zijn echte Amsterdamse straatnamen en verfkleuren van Histor. Geloof je het niet? Zoek de straten dan op op de kaart van Amsterdam en bekijk de kleuren in het palet van Histor.

vrijdag 24 oktober 2014

Welke plaats heeft de meeste populaire straatnamen?

Toen ik onlangs Helvoirt uitreed, zag ik aan de linker- en rechterkant achtereenvolgens de Kastanjelaan, de Sportlaan, de Stationsweg, de Parallelweg en de Industrieweg voorbijkomen als zijstraten. Zie jij ook wat er zo bijzonder is aan deze straten? Misschien helpt het als ik zeg dat iets verderop in Helvoirt ook nog de Kerkstraat, de Julianastraat en de Molenstraat liggen. Prachtig toch?

De vijf zijstraten die ik na elkaar passeerde staan allemaal in de top-15 van meest voorkomende straatnamen van Nederland. Het zijn om precies te zijn de nummers zeven, tien, elf, dertien en veertien van die ranglijst. Met die drie andere straten die ik noemde, heeft Helvoirt ook nog de nummers één, drie en zes van de lijst. En dat in een dorp met honderd straatnamen en nog geen vijfduizend inwoners! Je begrijpt dat ik in mijn euforie nog een extra rondje door het dorp heb gereden. Tijdens dat rondje vroeg ik me af of er plaatsen zijn waar de hele top-tien van straatnamen voorkomt.

Voor als je de top-tien niet uit je hoofd kent, herhaal ik hem hier nog even: van één tot en met tien zijn dat de Kerkstraat, de Schoolstraat, de Molenstraat, de Dorpsstraat, de Molenweg, de Julianastraat, de Parallelweg, de Nieuwstraat, de Wilhelminastraat en de Sportlaan. Het is eigenlijk jammer dat er in de top-tien zowel een Molenstráát als een Molenwég voorkomt, want de kans dat die allebei in één plaats bestaan is niet zo groot. Om verwarring te voorkomen, kiest men tegenwoordig namelijk liever geen straatnamen die zo op elkaar lijken.

Je zou denken dat de grote steden goed scoren, want daar hebben ze immers ook de meeste straatnamen. In Amsterdam hebben ze er echter maar vier uit de top-tien: de Kerkstraat, de Schoolstraat, de Wilhelminastraat en de Parallelweg. In plaats van een Nieuwstraat hebben ze er nog wel een Oude Nieuwstraat en een Nieuwe Nieuwstraat, maar die tellen in dit geval natuurlijk niet mee. Utrecht komt ook maar tot vier van de tien, maar daarvan komen er wel heel mooi drie uit de top-drie. Rotterdam en Den Haag komen allebei tot zeven van de tien. Er zijn trouwens bijna vijfhonderd plaatsen in Nederland waar ze precies één straatnaam uit de top-tien hebben liggen.

Ik vond twee plaatsen in Nederland waar je acht van de tien meest voorkomende straatnamen kunt tegenkomen, en dat zijn toch echt niet de grootste steden: Almelo en Nijverdal. In Almelo missen ze de Molenweg en de Dorpsstraat nog en in Nijverdal ontbreken de Dorpsstraat en de Molenstraat.

Er zijn twee plaatsen waar ze maar liefst negen van de straatnamen uit de top-tien hebben: Hellevoetsluis en Enschede. Van de top-tien ontbreekt in Hellevoetsluis alleen de Nieuwstraat. Opmerkelijk genoeg hebben ze in Hellevoetsluis wel een Molenweg én een Molenstraat. Om van de een naar de ander te komen, moet je een half uurtje lopen. In Enschede hebben ze van de top-tien alleen de Molenweg niet. In plaats daarvan hebben ze in Enschede nog wel een Molenpad, een Molenveld en een Molenbergweg. Hadden ze een van die drie nou niet gewoon Molenweg kunnen noemen? Dan hadden ze in Enschede de top-tien compleet gehad.

zaterdag 18 oktober 2014

Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?

Zijn alle schilders naar wie straten zijn genoemd in de schilderswijk even bekend? Nee, natuurlijk niet. Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh zijn bij het grote publiek veel bekender dan bijvoorbeeld Jan van der Heijden en Pieter de Molijn. En dat geldt ook voor de schrijvers in de schrijversbuurt en de zeehelden in het zeeheldenkwartier. Personen die we anders misschien al lang vergeten zouden zijn, leven dankzij hun straatnamen in onze herinnering voort. Soms is het nog iets erger: dan kennen we de straatnaam nog wel, maar hebben we geen idee meer wie de persoon was waar de straat naar is genoemd.

De schrijver Gerard Reve vertelde in 1982 in een interview hoe hij dacht over de vergankelijkheid van roem, en de rol die straatnamen daarbij kunnen spelen: "Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?" Reve ging er dus van uit dat hij binnen enkele decennia vergeten zou worden; een eventueel naar hem genoemde straatnaam zou daar niets aan kunnen redden. Ik hoef niet uit te leggen dat Reve natuurlijk best wist dat de persoon uit zijn voorbeeld niet echt 'Tweede' als voornaam had. Maar ik moet eerlijk bekennen dat de naam 'Van der Helst' mij ook niet veel zegt.

Reve verwijst met zijn opmerking naar de Tweede Van der Helststraat in Amsterdam. Die straat ligt in het verlengde van de Eerste Van der Helststraat. De twee worden van elkaar gescheiden door het Sarphatipark, net zoals het park ook de Eerste Jan Steenstraat en de Tweede Jan Steenstraat uit elkaar houdt, en de Eerste Jan van der Heijdenstraat en de Tweede Jan van der Heijdenstraat. Veel van de straten rond het Sarphatipark zijn naar kunstschilders genoemd. Van der Helst zal dus wel een schilder zijn geweest, net als Jan Steen en Jan van der Heijden. We kennen Jan Steen van zijn 'huishoudens' en Jan van der Heijden is behalve als schilder ook bekend als uitvinder van de straatlantaarn. Maar waar zouden we Van der Helst van kunnen kennen?

Bartholomeus - want dat is zijn echte voornaam - van der Helst was inderdaad ook een kunstschilder. Hij werd geboren in 1613 in Haarlem en hij verhuisde rond zijn 23e naar Amsterdam. Hij schilderde in de Gouden Eeuw en was dus een tijdgenoot van Rembrandt van Rijn. Van der Helst maakte in Amsterdam vooral veel portretten en schuttersstukken, en hij was daar heel succesvol mee. Wat 'De Nachtwacht' is voor Rembrandt is de 'Schuttersmaaltijd in de Voetboogdoelen te Amsterdam ter ere van de Vrede van Munster' voor Van der Helst. Dat schilderij hangt samen met enkele andere van zijn werken in het Rijksmuseum, naast de werken van Rembrandt van Rijn. Bartholomeus van der Helst overleed in 1670, een jaar na Rembrandt van Rijn.


Er is een belangrijk verschil tussen Rembrandt van Rijn en Bartholomeus van der Helst: in Nederland zijn meer dan 200 straten naar Rembrandt genoemd en slechts ongeveer 30 naar Van der Helst. Drie daarvan liggen in Amsterdam: behalve de Eerste Van der Helststraat en de Tweede Van der Helststraat ligt daar ook nog een Van der Helstplein. Verder zijn er nog straten, pleinen en lanen naar hem genoemd in bijvoorbeeld Baarn en Bilthoven, Enschede en Eindhoven, Helmond en Hoogezand, Maassluis en Meppel, en Veenendaal en Vlissingen. Verrassend genoeg heeft hij geen eigen straatnaam gekregen in zijn geboortestad Haarlem.

Gerard Reve overleed in 2006. Naar hem zijn inmiddels ook al de eerste straatnamen genoemd, en daarmee ligt hij dus voor op het door hem voorspelde schema richting vergetelheid. Er zijn lanen naar hem genoemd in Groningen en Goes, een singel in Voorschoten, een hof in Leiden en straten in Utrecht in Haarlem. Hij heeft dus al wél een eigen straat in Haarlem. Het was mooi geweest als ze die de Tweede Van der Helststraat hadden genoemd...

zondag 12 oktober 2014

Straten zonder einde? Die lopen vaak dood.

Iedere straat eindigt wel ergens een keer, zou je denken. Veel straten komen immers op andere straten uit, en anders lopen ze waarschijnlijk dood. Maar er zijn ook straatnamen die doen vermoeden dat straten eindeloos door kunnen lopen. Het Straatje-zonder-einde in Mechelen bijvoorbeeld, of het Laantje zonder Eind in Zeist. Wat zijn dat voor eindeloze straten?

Zo heel veel van die eindeloze straten zijn er niet in Nederland en België. Behalve de twee die ik al noemde, vond ik nog het Straatje Zonder Einde in Gent, de Straat zonder einde in Oostende en Laan Eindeloos in Heiloo. Als je deze straten op de kaart bekijkt, valt meteen op dat twee ervan alles behalve eindeloos zijn: de twee straatjes in Mechelen en Gent zijn doodlopend. Ook de straten in Oostende en Heiloo hebben een onbeduidende lengte van hooguit een paar honderd meter. Alleen het Laantje zonder Eind in Zeist geeft enigszins de schijn van eindeloosheid: het loopt ten oosten van Zeist de bossen in en is wel enkele kilometers lang, helemaal tot aan Soesterberg!

Als die straatjes zo kort of zelfs doodlopende zijn, waarom hebben ze dan zo'n 'eindeloze' naam? Ik weet het niet. Misschien danken ze hun naam juist wel aan het feit dat ze zo onbeduidend zijn, en is het pure ironie. Het zou ook iets te maken kunnen hebben met de uitdrukking 'een straatje zonder eind', wat gezegd wordt van processen of dingen die nooit ophouden. (De website Taalhelden is trouwens op zoek naar foto's van straatnaamborden van eindeloze straten. Als je in één van de straten uit dit artikel woont, kun je ze vast blij maken met een foto van het bord bij jou in de straat.)

Ook in andere landen bestaan eindeloze straten. Zo is er de Endless Street in Salisbury (in het Verenigd Koninkrijk), de Endless Road in Collinsville en de Infinite Drive in Louisville (beide in de Verenigde Staten. Die laatste twee zijn trouwens allebei ook weer doodlopend. De beroemdste eindeloze straat ter wereld is ongetwijfeld die waar het hoofdkantoor van Apple aan gevestigd is: de Infinite Loop. Die straat loopt rond en daar kun je dus écht eindeloos rondjes op blijven rijden.

Het Einde
Ben je op zoek naar straten die werkelijk Het Einde zijn? Dan moet je in Nederland naar Elsloo en in België naar Arendonk. Eindes hebben we trouwens in alle soorten en maten: Kort Eind (in Steenbergen), Het Korte Eind en Het Lange Eind (in De Kwakel), 't-Lage Eind (in Rottum) en 't Hoge Eind (in Westervoort), het Bovenste Eind (in Echt), het Gulden Eind (in Grathem), het Smalle Einde (in Ouddorp), en het Open Einde (in Musselkanaal). Open Einde... dat klinkt ook wel eindeloos.

vrijdag 3 oktober 2014

Een wroetende mol, en andere dieren die dingen doen

Als je het Groningse dorp Bedum aan de noordkant uitrijdt, kom je langs een paar straatnamen die ook veel in andere plaatsen voorkomen: de Irenelaan (50x), de Parallelweg (225x) en de Lageweg (67x). En dan ineens ligt daar een straat met de bijzondere naam Wroetende Mol. Het lijkt me niet nodig om te zeggen dat die straatnaam uniek is. Wie noemt er nu een straat naar een wroetende mol?!

Een mol die wroet, en dat daar dan een straat naar genoemd wordt. Ik vind dat mooi. Ik heb even gekeken of er meer 'dieren of dingen die iets doen' zijn waar een straat naar genoemd is. Ik vond er nog acht in Nederland: de Vliegende Koffer in Eindhoven (genoemd naar een sprookje), de Vliegende Vaart in Terneuzen, Vliegend Hert in Deventer (genoemd naar een insect), de Vliegende Hollanderstraat in Rijsenhout, de Vliegend Hertlaan in Utrecht (genoemd naar een oud schip), De Helpende Hand in Amstelveen, de Gloeiende Spijker in Nieuwerbrug (genoemd naar een molen die in brand vloog en daarna op een grote spijker leek) en de Razende Bol in Heemskerk (genoemd naar een zandplaat bij Texel). Het zijn er niet veel, maar het komt dus wel vaker voor dat straten worden genoemd naar dieren of dingen die iets doen. Maar ik vind die wroetende mol toch wel het mooist.

Terug naar de Wroetende Mol in Bedum. Want hoe komt die straat nou aan zijn naam? De straat komt uit op de Bedumerweg en die loopt langs het Boterdiep. Daar op die hoek stond heel vroeger een herberg die 'De Wroetende Mol' heette. Het lijkt er erg op dat de straat dus gewoon naar de herberg is genoemd. Dat kwam vroeger wel vaker voor: herbergen werden vaak gebruikt als herkenningspunt in een routebeschrijving - "bij de Wroetende Mol moet je links" - en zo droegen ze hun naam over aan de straat waaraan ze lagen. In de stad Groningen waren vroeger bijvoorbeeld herbergen met mooie namen zoals 'De Blauwe Engel', 'De Bruine Ruiter', 'De Vergulde Helm' en de 'De Witte Swaen', en daar hebben ze in die stad de straatnamen Engelenpoortje, Bruine Ruiterstraat, Helmsgang en Zwanestraat aan te danken.

Dat er in de stad Groningen een heleboel herbergen waren, is niet zo vreemd. Maar wie begint er nou een herberg iets ten noorden van een dorpje zoals Bedum, in the middle of nowhere? Ik schreef al dat de Wroetende Mol uitkomt op het Boterdiep. Dat is een oude trekvaart die aan het begin van de zeventiende eeuw werd gegraven van de stad Groningen naar Uithuizen. Het eerste stuk van Groningen naar Bedum is het oudste; dat dateert uit 1625. De herberg was ooit een halteplaats voor alle dorstige en hongerige lieden die daar per trekschuit voorbijkwamen. Best een slimme plek dus om een herberg te beginnen.

De straat is dus waarschijnlijk ooit naar die herberg genoemd. Maar daarmee zijn we er nog niet. Want waarom noemde men die herberg dan naar een wroetende mol? Dat heb ik niet kunnen achterhalen, maar ik kan er wel naar raden. In het Nieuwsblad van het Noorden van 18 maart 1926 schreef men over de naam van deze herberg: "De bewoner van dit café moet inderdaad een wijsgeer zijn geweest. Een groote tuin.... veel werk.... zal gedacht hebben en niet onaardig gaf hij z'n café den naam 'De Wroetende Mol'." Of misschien was het wel een metafoor, zoals de naam van herberg 'De Mol' die vroeger aan de weg van Zwolle naar Almelo stond. Op het uithangbord van die herberg stond de tekst "Al wroetend komt men er door". Dat wordt wel eens uitgelegd als een verwijzing naar de slechte kwaliteit van de wegen in die tijd; misschien geldt dezelfde verklaring wel voor de naam van de herberg in Bedum. Het blijft allemaal gissen... misschien zaten er gewoon wel veel mollen in de grond rondom de herberg.

Het pand op de hoek van de Wroetende Mol staat er trouwens nog steeds. En het heeft nog steeds een uithangbord met 'De Wroetende Mol' erop. Als je het pand zoekt, moet je de straatnaam invoeren in je navigatiesysteem. Dat is dus net andersom dan vroeger.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...