vrijdag 28 februari 2014

De Hulpbrandstofweg en de Belastingdrukhof - isogrammen om in te wonen

Ik verzamel graag rariteiten in straatnamenland. Eerder heb ik bijvoorbeeld al wel eens wat geschreven over straatnamen die een palindroom zijn, over straatnamen met maar één soort klinker erin (de zogenaamde klinkerstraten) en over straatnamen met grote medeklinkerclusters. Deze keer ga ik op zoek naar straatnaamisogrammen.

Een isogram is een woord waar geen letter vaker dan één keer in zit. Het woord 'fiets' is bijvoorbeeld een isogram en 'isogram' zelf ook. De lol is natuurlijk om isogrammen te vinden met zo veel mogelijk letters. In theorie kan een isogram 26 letters lang zijn, maar die komen in de praktijk niet voor. De langste Nederlandse isogrammen die in officiële naslagwerken staan, zijn dampkringslucht, sandwichformule en whiskyproducent. Allemaal 15 letters. Youp van 't Hek doet het met 11 verschillende letters goed in de categorie persoonsnamen.

zondag 23 februari 2014

Arnhem Dubbelstad - over de straatnamen van Arnhem

Mijn peetoom woonde vroeger in Arnhem en dus kwam ik als klein kind regelmatig in die stad. Ik denk dat ik daardoor eerder een trolleybus heb zien rijden dan een tram of metro. Het intrigeerde me altijd dat Westervoort ten oosten van Arnhem ligt en Oosterbeek ten westen. En doordat mijn oom in de Sweelincklaan woonde, wist ik al wie Sweelinck was voordat ik ooit een briefje van 25 gulden had gezien.

Ik was direct geïnteresseerd toen ik een jaar geleden hoorde dat Kees Crone een boek over de straatnamen van Arnhem aan het schrijven was. Dat boek is eind vorig jaar verschenen: "Arnhem Dubbelstad. Straatnamen in wijken en buurten." In zijn boek vertelt Kees Crone uitgebreid over de verschillende wijken en buurten van de stad. Hij vertelt echter zó uitgebreid allerlei feiten en achtergronden over de statige herenhuizen, de moderne kantoorpanden, de beroemde bewoners, de winkels en de neringen, dat het even zoeken is naar de verhalen over de straatnamen. Er komen mooie namen voorbij zoals de Weerdjesstraat en de Schrassertstraat... maar helaas zonder uitleg. Soms wordt wel verklaard waar een bepaalde straatnaam vandaan komt, maar net zo makkelijk wordt er uitgeweid over de architecten van de beeldbepalende panden en over de bijzondere gebouwen die helaas verdwenen zijn. Ik las dat de Pastoorstraat beter Rabbijnstraat had kunnen heten, omdat er sinds 1853 een synagoge is gevestigd. Vervolgens gaat het verder over de synagoge, maar weet ik nog niet waarom de straat dan toch ooit Pastoorstraat is genoemd!

dinsdag 18 februari 2014

Straatnamen voor kampioenen - alsof een olympische medaille nog niet voldoende is! (2)

De Nederlandse sporters doen het bijzonder goed tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji. Hebben we wel genoeg straatnamen beschikbaar voor al onze olympische helden?

Er zijn 23 Nederlandse deelnemers aan de Olympische Zomerspelen waar een straat naar is genoemd. Twee jaar geleden heb ik ze allemaal op een rij gezet in het stuk 'Straatnamen voor kampioenen'. Ik beloofde toen dat ik tijdens de Olympische Winterspelen van Sotsji eens uit zou zoeken hoeveel deelnemers aan de Winterspelen een eigen straatnaam hebben. Dat is een véél korter lijstje...
  • Sjoukje Dijkstra was kunstrijdster. Ze werd vijf keer Europees kampioen, drie keer wereldkampioen en nam vooral ook drie keer deel aan de Olympische Winterspelen. Ze debuteerde bij de Winterspelen van 1956 in Cortina d'Ampezzo, ze won zilver bij de Winterspelen van 1960 in Squaw Valley, en ze eindigde met een gouden medaille bij de Winterspelen van 1964 in Innsbruck. Ook heel bijzonder: ze was de eerste Nederlander die een gouden medaille won bij de Winterspelen. Daarmee verdient ze wel een straatnaam, zou je zeggen. En inderdaad: in Hoofddorp ligt in een wijk met allemaal straten die naar Olympiërs zijn genoemd ook de Sjoukje Dijkstralaan.
  • Na Sjoukje Dijkstra kwam de periode van 'Ard en Keessie'. Tussen 1964 en 1972 hebben Ard Schenk en Kees Verkerk behoorlijk wat wedstrijden tegen elkaar - en tegen de rest van de wereld - geschaatst. Ze werden in die periode allebei Europees kampioen en wereldkampioen. Verkerk won de gouden medaille op de 1.500 meter tijdens de Olympische Winterspelen in Grenoble van 1968 - Schenk won toen zilver op die afstand. Bij de Olympische Spelen van 1972 in Sapporo ging Schenk onderuit op de 500 meter, maar hij won vervolgens gouden medailles op de 1.500, de 5.000 én de 10.000 meter - Verkerk won op die laatste afstand zilver. We gaan weer naar Hoofddorp: haaks op de Sjoukje Dijkstralaan liggen daar de Ard Schenkstraat en de Kees Verkerkstraat.
  • Jochem Uytdehaage schaatste op de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City twee wereldrecords, en won daarmee twee gouden medailles (op de 5.000 en de 10.000 meter). Hij won ook nog een zilveren medaille op de 1.500 meter. In datzelfde jaar werd hij ook Europees en Wereldkampioen allround - dat laatste met een wereldrecord puntentotaal. Logisch dat men in zijn geboortestad Utrecht direct na de Olympische Spelen een plantsoen in zijn geboortewijk tot Jochem Uytdehaageplantsoen doopte.

Er zijn een heleboel olympische helden die nog op een straatnaam wachten, zoals Yvonne van Gennip (drie gouden medailles bij de Winterspelen van 1988), Marianne Timmer (drie gouden medailles, in 1998 en 2006) en Gianni Romme (twee keer goud in 1998 en ook nog zilver in 2002). En dan hebben we ook nog de gouden medailles van Piet Kleine, Bob de Jong, Carry Geijssen, Ids Postma, Mark Tuitert, Bart Veldkamp, Ans Schut, Annie Borckink, Gerard van Velde, Nicolien Sauerbreij, Sven Kramer en Ireen Wüst. Dat is toch genoeg om een hele Winterspelen-woonwijk mee aan te leggen!

Tijdens de Winterspelen van Sotsji wonnen Sven Kramer, Ireen Wüst, Michel Mulder, Stefan Groothuis en Jorien ter Mors een gouden medaille. De meeste kans op een snelle straatnaam hebben ze in hun eigen geboorteplaats. Misschien komt er in Heerenveen later dit jaar een Sven Kramerplein, komt Goirle met een Ireen Wüstlaan, Zwolle met een Michel Mulderstraat, Empe met een Stefan Groothuispad of Enschede met een Jorien ter Morsplantsoen. Of zouden de kampioenen van dit jaar netjes op hun beurt moeten wachten?

dinsdag 11 februari 2014

De Bredaseweg naar Breda - niet alle wegen leiden naar Rome (en ook niet naar Breda)

Vroeger was het helemaal niet ingewikkeld om straatnamen te bedenken. De straat waar de kerk stond, werd de Kerkstraat genoemd. Het plein waar in paarden werd gehandeld, werd de Paardenmarkt. En de weg naar Rotterdam werd gewoon de Rotterdamseweg genoemd. Wel zo makkelijk, want dan weet meteen iedereen waar je het over hebt.

Dergelijke plaatsnaamstraatnamen kom je in het hele land tegen. Meestal gaat het dan inderdaad om straten die van de ene naar de andere plaats leiden. Maar als je van de andere kant komt, moet de straat natuurlijk net andersom heten. Zo loopt de Enschedesestraat van Hengelo naar Enschede en de Hengelosestraat van Enschede naar Hengelo. Ergens halverwege gaat de ene straat over in de andere. Zo worden er op veel plaatsen in het land straatnamen 'geruild'.

Breda blinkt uit in deze plaatsnaamstraatnaamruil. Om dat te laten zien, neem ik je mee op een rondje om Breda. We beginnen met de weg tussen Breda en Tilburg en gaan dan linksom om Breda heen:
  • De weg van Breda naar Tilburg heet de Tilburgseweg. In Tilburg heet die heel netjes de Bredaseweg. Handig voor de mensen die vanuit Tilburg de weg naar Breda moeten vinden. Tussendoor heet de weg trouwens heel saai Rijksweg; dat zal vroeger wel anders zijn geweest.
  • De weg van Breda naar Oosterhout heet de Oosterhoutseweg. Halverwege gaat die weg over in de Bredaseweg. Een nette ruil.
  • Vanuit Breda loopt de Terheijdenseweg richting Terheijden. Even verderop heet de weg Nieuwe Bredase Baan. In Terheijden gaat het over in de Bredaseweg, want daar is dezelfde weg natuurlijk de weg naar Breda.
  • Etten-Leur is ontstaan door het samengroeien van de dorpjes Etten en Leur. Er lopen vanuit Breda dan ook twee wegen die kant op: de Ettensebaan en de Leursebaan. Duidelijk voor als je naar Etten óf naar Leur moet. De eerste gaat halverwege over in de Bredaseweg. De tweede gaat over in de Liesbosweg - dat is de weg die vanuit Leur leidt naar het Liesbos, nabij Breda.
  • Ook vanuit Roosendaal loopt een Bredaseweg richting Breda, maar die straat wordt vanuit Breda helaas niet beantwoord met een Roosendaalseweg. In Sint Willebrord - dat ongeveer halverweg tussen Roosendaal en Breda ligt - hebben ze dan weer wel een Roosendaalseweg én een Bredaseweg.
  • Gaan we verder naar Rijsbergen. Daarvoor nemen we natuurlijk de Rijsbergenselaan. En als je van Rijsbergen naar Breda gaat, moet je daar gewoon de Bredaseweg hebben. Een stuk voorbij Rijsbergen en daar heet de weg richting Breda ook Bredaseweg. Het was wel zo aardig geweest als ze in Rijsbergen de weg richting Zundert de Zundertseweg hadden genoemd, maar daar keken ze wat verder dan dat: de straat heet Antwerpseweg.
  • Wil je vanuit Breda naar Ulvenhout? Neem dan de Ulvenhoutselaan. Maar nu moet je even opletten, want als je van Ulvenhout terug wilt naar Breda moet je niet de Bredaseweg hebben maar de Dorpsstraat. Blijkbaar werd dat vroeger meer gezien als de belangrijkste straat van het dorp dan als de weg naar Breda.
  • De weg naar Chaam is in Breda wat lastiger te vinden. Daarvoor moet je eerst naar Ulvenhout (via de Ulvenhoutselaan) en daar begint vervolgens de Chaamseweg die je naar Chaam leidt. Vanuit Chaam kun je wel weer gewoon de Bredaseweg nemen om terug naar Breda te gaan. Vanuit Chaam kun je trouwens ook de andere kant op: via de Baarleseweg richting Baarle-Nassau. Vanuit Baarle-Nassau begint deze zelfde ook als Bredaseweg.
  • De weg van Breda naar Bavel heet de Bavelselaan, maar dat is logisch. In de nieuwbouwwijk Nieuw Wolfslaar gaat de laan verder als de Nieuw Wolfslaarlaan. De straat komt uit bij de A27. Aan de andere kant van de snelweg zitten we in Bavel en daar heet de weg Oude Bredaseweg. Toen de A27 er nog niet lag kon je via die weg naar Breda.

Dat is dus netjes geregeld daar in de omgeving van Breda: er liggen behoorlijk wat wegen met de naam Bredaseweg en die leiden je allemaal naar Breda. En de weg terug is vanuit Breda vaak ook makkelijk te vinden. Wat verderop in Noord-Brabant liggen ook nog wel wat straatnamen die naar Breda verwijzen. Daarvan is me echter niet altijd duidelijk of ze vroeger ook echt als 'de weg naar Breda' werden gezien.

Ook elders in het land liggen nog namen die naar Breda verwijzen. Zo hebben ze in Heerlen een Bredastraat, in Almere een Bredaweg, in Arnhem een Bredasingel en in Stadskanaal Bredalaan. Die straten zullen je niet naar Breda leiden, want de straatnamen liggen allemaal in nieuwbouwwijken en zijn gekozen omdat ze binnen het straatnaamthema van de wijk passen: 'steden', 'Brabantse plaatsnamen', 'plaatsnamen met een B' of gewoon 'Brabant'. Je bent dus gewaarschuwd: niet alle Breda-wegen leiden naar Breda. En ook niet naar Rome, trouwens.

zaterdag 1 februari 2014

Boeken over straten voor mensen met namen

Het gebeurt niet vaak dat er straatnamen worden genoemd naar personen die nog in leven zijn. En het komt ook niet vaak voor dat er boeken worden gemaakt over die straatnamen. Toch zijn er afgelopen jaar twee van die boeken verschenen: After Mandela (over alle straatnamen voor Nelson Mandela) en Koninklijke Wegen (over alle straatnamen voor koning Willem-Alexander). Ik heb ze allebei verslonden.

Koninklijke Wegen
Er zijn in Nederland in de loop der jaren meer dan tweehonderd straten, wegen, lanen en pleinen naar Willem-Alexander genoemd. Fotografe Charlotte Bogaert heeft drie jaar de tijd genomen om van al die straten een foto te maken. Het resultaat heeft ze gebundeld in het boek 'Koninklijke Wegen'. Met die foto's heeft ze iets bijzonders gedaan: in plaats van gewoon één foto te maken, heeft ze van iedere straat een hele serie foto's gemaakt en die in één beeld samengevoegd. Dat levert heel bijzondere foto's op van drukke straten waar overal mensen lopen, fietsen en spelen. Een vrolijke drukte, die tegelijkertijd onwerkelijk én geloofwaardig is.

Meer dan tweehonderd straten - dat zijn dus ook meer dan tweehonderd foto's. Samen geven die drukke straatfoto's een mooi beeld van Nederland. Als je je ogen goed de kost geeft, is er op iedere foto's wel iets bijzonders te ontdekken. Rare mannetjes, dubbele honden, vreemde taferelen. Wat opvalt, is dat er heel veel Willem-Alexanderstraten zijn die erg op elkaar lijken. Dat is niet vreemd: veel van die straten zijn in de jaren zeventig en tachtig vernoemd, en ze liggen dus veelal in typische jarenzeventig- en jarentachtigwijken. Veel rijtjeshuizen met puntdaken dus, zoals je die overal ziet. Er zitten nauwelijks straten bij met de allure die bij een koning past. Er waren blijkbaar maar weinig plaatsen die het geduld op konden brengen om met het vernoemen van de kroonprins te wachten tot zich een passende straatnaam aandiende.

Bij het samenstellen van het boek hoorde Charlotte Bogaert ook veel verhalen over de geschiedenis van de Willem-Alexanderstraten. Voor die verhalen was in het boek geen ruimte meer, dus die krijgen binnenkort een plekje op de website www.koninklijkewegen.nl. Achterin het boek staat wel een lijst met het 'bouwjaar' van alle Willem-Alexanderstraten.

After Mandela
Als er in Nederland een nieuw kroonprinsje of kroonprinsesje wordt geboren, is het bijna vanzelfsprekend dat er direct overal straten naar de toekomstige troonopvolger worden genoemd. Bij Nelson Mandela is dat bijna tegenovergesteld. Toen de eerste straatnamen in Nederland werden genoemd, zat hij nog in de gevangenis. Sommige mensen zagen hem toen al als vrijheidsstrijder en held, maar voor anderen was hij een rebel, een terrorist en een crimineel. Het was maar net van welke kant je het bekeek. Dat moet haast wel interessante verhalen opleveren. In After Mandela verzamelden Jan Dirk van der Burg en Stefanie Grätz informatie over alle straten die in Nederland naar Nelson Mandela zijn genoemd.

After Mandela is net als Koninklijke Wegen een fotoboek. Maar daar waar de Willem-Alexanderstraten met een vrolijke drukte zijn vastgelegd, zijn de Mandelastraten op de foto's juist helemaal leeg; er is geen mens te bekennen. Daardoor ga je nog meer letten op het soort straten en pleinen dat naar Mandela genoemd is. Dan dient zich automatisch de vraag aan die Jan Dirk van der Burg zichzelf ook stelde: wat zou Mandela nou van zo'n eerbetoon vinden?

Het bijzondere van het boek dat is er naast de foto's ook allerlei verhalen van 'achter de schermen' in zijn verzameld. Delft was de eerste plaats in Nederland waar een straatnaam naar Mandela is genoemd; het lijkt erop dat dat was omdat die naam mooi binnen het gekozen thema 'De Derde Wereld' paste. Veel vernoemingen die volgden in andere plaatsen waren onderdeel van de anti-apartheidspolitiek die veel gemeentes in de jaren tachtig gingen voeren. In sommige steden werd flink discussie gevoerd of je nou wel een straat naar Mandela (en andere vrijheidsstrijders) moest noemen, terwijl men in andere plaatsen juist graag gehoor gaf aan suggesties van betrokken burgers of vooruitstrevende raadsleden. De verhalen geven een mooi beeld van de politiek aan het eind van de vorige eeuw, en vooral ook van de discussies die er kunnen zijn bij de vernoeming van straten naar nog levende personen.De meeste vernoemingen zijn overigens uit de jaren negentig; die zijn dus van ná de vrijlating van Mandela en van ná zijn benoeming tot president. En natuurlijk is iedere vernoeming een eerbetoon aan Mandela, hoe mooi of lelijk de straat zelf ook is.

Samenvat
Twee personen met al hun straatnamen. Dat levert twee interessante boeken op. Koninklijke Wegen is interessant vanwege de vrolijk drukke foto's die goed zijn voor uren kijkplezier. En After Mandela is interessant vanwege de boeiende verhalen die een inkijkje geven in de straatnaampolitiek. Beide boeken laten wat van de wereld zien die schuilgaat achter de straatnaambordjes.


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...