donderdag 31 januari 2013

Herkomst en betekenis van alle Delftse straatnamen - in één app

Delft heeft sinds deze week een speciale app over de herkomst en betekenis van alle straatnamen in de stad. Burgemeester Bas Verkerk - voorzitter van de Commissie Straatnaamgeving - nam de app als eerste in gebruik. Met de app kun je op je telefoon alles opzoeken wat je wilt weten over de Delftse straatnamen.

De app 'Straatnamen van Delft' biedt de herkomst en betekenis van alle straatnamen van Delft. Je kunt op je telefoon dwalen over de kaart op zoek naar nieuwe straatnamen. Loop je met je telefoon op straat? Dan kun je gemakkelijk opzoeken hoe de straten in de directe omgeving aan hun namen komen. Natuurlijk kun je ook in de database zoeken naar specifieke personen of trefwoorden.

Straatnamen van Delft
De geschiedenis van Delft is vastgelegd in de straatnamen. Vroeger zat in een straatnaam vaak een verwijzing naar de bewoners, het gebruik of de locatie van de straat. In de historische binnenstad van Delft zie je veel van die verwijzingen in de straatnamen terug. In de nieuwere buitenwijken hebben de straatnamen vaak één gezamenlijk thema. Sommige thema's zijn heel algemeen, zoals bomen, vogels en componisten. Maar veel van de thema's zijn typisch Delfts; ze verwijzen bijvoorbeeld naar Delftse verzetsstrijders, Delftse weldoeners of de oude hoefslagen van de Hof van Delft.

Achter straatnamen gaan vaak hele verhalen schuil. Wat is het verhaal van de 'kromme lijn' en de Crommelinlaan? Wie waren Ruys de Beerenbrouck, Van Foreest en Schoemaker? Liepen er echt ooit kalveren in het Kalverbos? En hoe oud is de Oude Delft eigenlijk? Met de app 'Straatnamen van Delft' leer je op een leuke manier meer over de geschiedenis van de stad.

Gratis te downloaden
Wil je ook meer weten over de herkomst en betekenis van de straatnamen in Delft? De app is beschikbaar voor Apple en Android. Je kunt de app gratis downloaden via www.straatnamenvandelft.nl.

dinsdag 29 januari 2013

En tóch zijn er Brinken in Noord-Brabant!

Op de onvolprezen Taalkalender van Onze Taal is het iedere vrijdag straatnamendag. Dat was voor mij reden genoeg om de kalender aan te schaffen. Op vrijdag 18 januari ging het over de straatnaam Brink - onder andere bekend van het Monopoly-spel. Volgens de kalender zijn er wel brinken te vinden in Noord-Brabant, maar heten ze daar nooit 'Brink'. Nou ben ik toevallig Brabander en daardoor weet ik dat die informatie helemaal niet klopt. Dat zet ik dus graag even recht.

Wat is een brink eigenlijk? Op de Taalkalender schrijft men hierover: "De brinken zijn in de late Middeleeuwen ontstaan. Oorspronkelijk waren het open ruimtes aan de rand van het dorp, waar men het vee verzamelde om daarmee naar de gemeenschappelijke weidegronden te gaan. Pas later kwam de brink in de dorpskom te liggen, en veranderde hij in een dorpsplein." Zo, dat is duidelijk. En waar in Nederland liggen die brinken dan zoal? De tekst op de kalender gaat verder: "Brinken zijn te vinden in Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord-Holland. In wezen zijn ze ook in Noord-Brabant te vinden, maar daar heten ze anders, namelijk plaats(e) of heuvel." En dáár gaat Onze Taal dus in de fout, want ook in Noord-Brabant liggen brinken die 'Brink' heten.

Midden in het dorp Sint Anthonis ligt bijvoorbeeld een prachtige brink. Het plein is de reden dat het dorp in de wijde omtrek bekendstaat als 'brinkdorp'; het helpt daarbij vast dat de plaatselijke VVV die term ook gebruikt. Voor het dorpsplein in Sint Anthonis is officieel de straatnaam Brink vastgesteld. En zo liggen er ook brinken met die naam in Someren, Geldrop, Ravenstein en Empel (tegenwoordig een wijk van 's-Hertogenbosch). Er ligt ook nog een Brink in Ottersum in Limburg, net over de provinciegrens met Noord-Brabant. Als we die stiekem nog meetellen, liggen er in Noord-Brabant evenveel straatnamen die Brink heten als in Gelderland. Drenthe, Overijssel en Noord-Holland hebben er nog nét een paar meer, maar het aantal Brinken in Noord-Brabant kunnen we niet negeren. Al is het alleen al vanwege al die mensen die heel tevreden aan een Brabantse Brink wonen.

Brink op Wikipedia
Waarom schrijft Onze Taal dat er in Noord-Brabant geen Brinken te vinden zijn? Waarschijnlijk hebben ze de Wikipedia-pagina over de brink geraadpleegd. Daar staat namelijk een vrijwel identieke uitleg van wat een brink precies is, en bovendien vertelt men daar over de naamgeving het volgende: "Regionaal heeft het fenomeen van de brink verschillende namen. De term brink zelf wordt gebruikt in Drenthe, Overijssel, Gelderland en Noord-Holland, terwijl men in Noord-Brabant spreekt over een plaetse of heuvel." Hmm, dat lijkt best een beetje op de tekst op de kalender. Maar die informatie op Wikipedia klopt dus ook niet!

Ik heb even opgezocht of de straatnamen 'Plaats' en 'Heuvel' typisch Brabants zijn. De straatnaam Plaats komt helemaal niet voor in Noord-Brabant, maar wel vier keer in Zuid-Holland, drie keer in Flevoland, een keer in Gelderland en nog een keer in Utrecht. Plaatse met een e erachter heb ik maar één keer kunnen vinden: in Eersel en dat is inderdaad Noord-Brabant. De straatnaam Heuvel lijkt wel typisch Brabants te zijn. Die straatnaam komt ruim twintig keer in Noord-Brabant voor. Daarnaast liggen er ook nog zeven in Limburg, een in Gelderland en een in Utrecht. Op die straatnaam lijken ze in Brabant dus wel een monopolie te hebben.

(Ik heb voor dit artikel overigens alleen gekeken naar straatnamen 'Brink', 'Heuvel', 'Plaats' en 'Plaatse', en dus niet naar varianten zoals  'De Brink', 'Grote Brink' of 'Aan de Brink'.

Brink in Monopoly
Aanleiding van het stuk op de Taalkalender was de vraag of de straatnaam Brink uit het Monopoly-spel in Nederland ook echt bestaat. Dat is dus inderdaad zo. In het spel ligt de straat in Ons Dorp, samen met de Dorpsstraat. Die combinatie van twee straatnamen komt in Nederland in een paar dorpen voor. Eén van die dorpen is Someren. Blijkbaar ligt Ons Dorp uit het Monopoly-spel gewoon in Noord-Brabant!

dinsdag 22 januari 2013

Louis Couperus met al zijn straatnamen

In 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de Nederlandse schrijver Louis Couperus werd geboren. Daarom is het jaar ook uitgeroepen tot Couperus-jaar. Het is volgepland met allerlei activiteiten. Normaal zou je bij zo'n jubileum ook kijken of het mogelijk is om ergens een straat naar de jubilaris genoemd te krijgen, maar dat is bij Couperus niet nodig...

Louis Couperus werd in 1863 geboren in Den Haag. Zijn verre voorvaderen heetten nog gewoon 'Kuiper', maar aan het begin van de 17e eeuw werd de familienaam heel chique verlatijnst tot 'Couperus'. Louis Couperus staat met zes werken in de Canon van de Nederlandse letterkunde: Eline Vere (uit 1889), De stille kracht (1900), De boeken der kleine zielen (1901), De berg van licht (1906), Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906) en Iskander (1920). Couperus en Willem Elsschot zijn de enige schrijvers die er zes keer in staan. Ter vergelijking: P.C. Hooft en Simon Vestdijk staan er vijf keer in, Nescio, Nijhoff, Hermans en Vondel vier keer, en Claus, Mulisch, Reve en Slauerhoff drie keer. Je kunt dus wel stellen dat hij een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers was.

Couperus en zijn straatnamen
Van zo'n groot schrijver mag je verwachten dat er wel her en der in het land straten naar zijn genoemd. En inderdaad: hij heeft in Nederland bijna vijftig straatnamen. Van de Louis Couperusstraat in Alkmaar tot de Couperusstraat in Zuidbroek, van de Couperusweg in Almere tot de Louis Couperusstraat in Zevenaar, van de Louis Couperussingel in Amstelveen tot de Couperussingel in Zevenhuizen en van de Couperusstraat in Arnhem tot de Louis Couperushove in Zoetermeer. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht... ze hebben allemaal een straat naar Couperus genoemd. In Den Haag mocht die natuurlijk ook niet ontbreken, want dat is zijn geboortestad; het Haagse Louis Couperusplein ligt niet ver van zijn geboortehuis.

Maar een schrijver zoals Couperus verdient nog meer eer: er zijn ook straatnamen genoemd naar zijn romanfiguren! In plaatsen zoals Amstelveen, Gouda, Hoogvliet en Zaandam zijn in hele wijken de straten genoemd naar beroemde figuren uit de Nederlandse literatuur. Daar zijn altijd wel straten genoemd naar Max Havelaar (uit de gelijknamige roman van Multatuli), Jan Wandelaar (uit Hollands Glorie, van Jan de Hartog), Sara Burgerhart (uit De Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart, door Betje Wolff en Aagje Deken), Ferdinand Huyck (uit De Lotgevallen van Ferdinand Huyck, van Jacob van Lennep) en Joachim Stiller (uit De komst van Joachim Stiller, van Hubert Lampo). En Eline Vere ontbreekt gelukkig niet in dat rijtje. In Oosterhout gaan ze nog wat verder: daar hebben ze niet alleen een Eline Verelaan, maar ook een Leonie van Oudyckstraat. Die straat is natuurlijk genoemd naar de hoofdpersoon uit De stille kracht.

Spaar ze allemaal
Amersfoort spant de kroon in deze Couperus-verering. In een deel van de wijk Schothorst zijn de straten genoemd naar personages uit de Nederlandse literatuur. Het lijkt wel of Couperus daar een eigen buurtje heeft gekregen, want in de noordwesthoek liggen niet alleen de Eline Verestraat en het Van Oudijckerf, maar ook nog de Elly Takmastraat en het Iskanderpad. Daarmee zijn niet alleen de personages Eline Vere en Leonie van Oudijck vernoemd (zoals in Oosterhout), maar ook nog Otto van Oudijck, Elly Takma (uit Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan...) en Iskander (de bijnaam van Alexander de Grote, waar Couperus zijn roman naar noemde). Jammer dat ze niet ook nog een plekje hebben gevonden voor straatnamen voor Henri van der Welcke en zijn vrouw Constance, of voor keizer Heliogabalus. Dat had er nog mooi bij gepast.

Het zou natuurlijk mooi zijn als ze in dit jubileumjaar in zijn geboortestad Den Haag zouden besluiten om een hele Couperuswijk te plannen, maar dat zal er wel niet van komen. Jammer, want daar hadden we genoeg mooie straatnamen voor kunnen bedenken. Tot die tijd moet je je in Den Haag beperken tot een wandeling langs de straten waar Couperus gewoond heeft. Die wandeling voert je - in chronologische volgorde - van de Mauritskade (waar hij geboren is), via de Nassaukade, het Nassauplein, de Surinamestraat, de Jacob van der Doesstraat naar de Hoge Wal. Echte fans lopen halverwege naar de Roeltjesweg te Hilversum, want dat uitstapje maakte Couperus ook. En de wandeling eindigt in de Arnhemse Straatweg in De Steeg, waar Couperus in 1923 overleed.

woensdag 16 januari 2013

Straten met sneeuw? En namen met sneeuw!

Met al die sneeuw op straat ligt de vraag natuurlijk voor de hand of er ook straatnamen zijn die naar de sneeuw genoemd zijn. Daar ligt dan namelijk het hele jaar sneeuw op straat! Tenzij de naam niet direct iets met sneeuw te maken heeft...

Er zijn allerlei planten en dieren met 'sneeuw' in de naam. De plantennaam die bij mij het meest tot de verbeelding spreekt is de Sneeuwbal. Ik heb al eens een stuk geschreven over de Sneeuwbalstraat in Den Haag. Blijkbaar spreekt de naam meer mensen aan, want er zijn ook straten naar de Sneeuwbal genoemd in Poortugaal, Hellevoetsluis, Rotterdam, Nijmegen, Vlaardingen en Amsterdam. Verder hebben we ook nog het Sneeuwklokje (met straten in Naaldwijk, Papendrecht, Venray, Almere, Den Haag en Swifterbant), de Sneeuwheide (met straten in Rotterdam, Helmond en Wolvega) en de Sneeuwbes (in Leiden, Groesbeek, Gouda, Bleiswijk, Musselkanaal, Hoogeveen, Ederveen, Hengelo en Wezep). Ook een mooie naam is de Sneeuwroem; dit plantje uit de familie van de asperge heeft alleen in Twello een straat gekregen.

Ik heb vier sneeuwdieren kunnen vinden waar straten naar genoemd zijn: de Sneeuwgans (in Uithoorn, Nibbixwoud, Nieuwegein en Alkmaar), de Sneeuwgors (in Emmen, Zoutelande, Noordwijk en Nuenen), de Sneeuwuil (Bedum, Emmen en Mierlo) en de Sneeuwvink (in Emmen). Ik weet niet of het toeval is, maar het zijn allemaal vogels. Op de Sneeuwgansstraat in Alkmaar en de Sneeuwgorshof in Nuenen na, hebben al deze sneeuwdierenstraatnamen verder geen achtervoegsels: de naam van het dier is de naam van de straat. In Emmen hebben ze dus drie sneeuwstraten: je kunt er in vijf minuten van de Sneeuwvink naar de Sneeuwuil fietsen; je komt dan onderweg ook nog door de Sneeuwgors.

Zo wit als sneeuw

In sommige wijken komt alleen maar een straat met 'Sneeuw-' voor omdat het achtervoegsel zo mooi in het thema van de wijk past. In Best is bijvoorbeeld een wijk waar alle straten naar heuvels zijn genoemd; '-heuvel' is daar ook het vaste achtervoegsel. Tussen straten zoals de Praalheuvel, de Rijpheuvel en de Turfheuvel ligt daar ook de Sneeuwheuvel. In Houten hebben ze een wijk met allemaal soorten water. Je hebt er IJswater en Smeltwater, maar ook Fonteinwater en Bluswater. En daar ligt ook de straat Sneeuwwater. Zo ligt in Zoetermeer tussen Roomwit, Spierwit en Titaanwit ook de straat Sneeuwwit.

Hmm, Sneeuwwit. Je zou misschien verwachten dat er wel ergens een sprookjeswijk ligt waar een straat naar Sneeuwwitje is genoemd, maar die heb ik niet kunnen vinden. Ik weet maar één straat die naar een persoon is genoemd: in Veendam is een Pieter Sneeuwplein. Pieter Sneeuw was directeur van de Rijkslandbouwwinterschool. Ook deze Sneeuw is helaas gevallen: hij overleed in 1944 in Kamp Westerbork.

Weer of geen weer

Op mijn zoektocht naar sneeuwstraten ontdekte ik ook allemaal wijken waar de straten naar natuurverschijnselen of weeromstandigheden zijn genoemd. Een mooie ontdekking, want dat thema kende ik nog niet. In zo'n wijk in Elst liggen bijvoorbeeld straten die Regenboog, Dauw en Ochtendnevel heten. En daar liggen de Sneeuwjacht en de Sneeuwvlok mooi tussen. Een Sneeuwjacht kun je ook vinden in De Meern; daar ligt de straat tussen het Wolkendek, de Dauw, de Rijp en de IJsheiligen. Voor een andere Sneeuwvlok moeten we naar Assendelft, waar ze bijvoorbeeld ook de IJsbloem en het Schemerlicht kennen. Het blijkt een rijk thema te zijn waar je veel kanten mee opkunt. En dat is handig want als de wijk groeit, kun je er altijd nog gemakkelijk nieuwe straatnamen bij verzinnen.

Wat hebben we nog meer voor sneeuwstraten? Op Schiphol hebben ze een Sneeuwploegstraat. En in Vaals ligt - bijna tegen de Duitse grens - een Sneeuwbergstraat. Die namen lijken daar allebei wel op hun plek.

De Sneeuwvlerk en de Waloen

En dan zit ik nog met de Sneeuwvlerk in Franeker. Bij 'sneeuwvlerk' dacht ik eerst aan een kwajongen die sneeuwballen gooit - bijvoorbeeld in de Sneeuwbalstraat in Den Haag. Een winterschoffie dus eigenlijk, een koudekinkel of een ijsrekel. Maar dat is waarschijnlijk niet waar ze in Franeker aan dachten toen ze de straatnaam bedachten. Een vlerk is ook een ander woord voor de vleugel van een vogel, en daarmee komen we al meer in de buurt. De andere namen in de buurt zijn namelijk Snepper,
Schepsnavel, Maanvogel, Watersnater, Waloen, Windzwever en Severander. Stuk voor stuk prachtige namen en het lijkt me duidelijk dat de namen allemaal iets met vogels te maken hebben, maar ik heb geen idee wat precies. Zijn het bijnamen van vogels? Ik kan me ook voorstellen dat het vogelsoorten zijn: de een zweeft in de wind, de andere schept met zijn snavel en de derde snatert in het water. Zoiets. Wie weet hoe het zit, mag het zeggen!

dinsdag 8 januari 2013

De hele geschiedenis van de straatnaamgeving... in vijf jaar nagespeeld!

De straatnaamgeving heeft in de loop der eeuwen een hele ontwikkeling doorgemaakt. Mensen vragen me wel eens of ik kort kan schetsen hoe die geschiedenis eruit ziet. Hoe zijn de eerste straatnamen ontstaan? En hoe worden de namen tegenwoordig gekozen? Daar is natuurlijk veel over te vertellen. Onlangs las ik een interessant verhaal over de straatnamen in McDowell County in West Virginia. Ze maken daar in een paar jaar tijd een ontwikkeling door waar wij hier bijna duizend jaar over gedaan hebben.

In McDowell County is een stuk platteland met wat kleine nederzettingen. Tot voor kort redde men het daar prima zonder straatnamen. Als er iemand op bezoek wilde komen, dan kreeg die een mooie routebeschrijving vol met aanwijzingen zoals "direct na het bruggetje rechts", "bij de grote boom links" en "rechtsaf daar waar vroeger die school stond". Daarmee vind je het wel. En anders moet je het gewoon nog eens vragen. De postbode werd daar niet zo blij van, dus de post lieten ze bezorgen bij het dichtstbijzijnde postkantoor of het gemeentehuis. Dat de brandweer of de ziekenwagen een huis niet snel kon vinden... dat was inderdaad wel vervelend. Straatnamen bleken eigenlijk toch wel handig. Vandaar dat men in West Virginia met een enorme inhaalslag is begonnen. Ongeveer een half miljoen plekken moesten een officieel adres krijgen - en daar hoorde een officiële straatnaam bij.

De volksmond
Die routebeschrijving die ik hierboven noemde, dat is precies zoals het bij ons eeuwen geleden ook ging. Als je in een middeleeuwse stad een bepaald huis zocht, kreeg je bijvoorbeeld te horen dat je bij de brug links moest, bij het huis van Ouwe Pier rechtdoor en dan bij dat uithangbord met die klok erop rechts het steegje in. Sommige aanwijzingen waren maar tijdelijk van aard, bijvoorbeeld doordat Ouwe Pier verhuisde of overleed, of doordat het uithangbord verdween. Maar als de namen langer in gebruik waren, dan overleefden ze de tand des tijds. Zo komen de Brugstraat, de Pierstraat en de Kloksteeg aan hun naam. Andere namen zijn juist op de functie van een straat geïnspireerd; die heten bijvoorbeeld gewoon Singel, Plein of Markt. Iets dergelijks zie je nu ook in McDowell County gebeuren: namen die in de volksmond al veel gebruikt werden, worden nu vastgelegd in de officiële straatnaamgeving. Bij straten die maar één bewoner hebben, mag die bewoner zelf een originele naam kiezen.

Doe eens origineel
Veel later - we zitten inmiddels rond 1900 - begonnen onze steden en dorpen flink te groeien, en werden de straten verhard. In korte tijd waren er veel nieuwe straatnamen nodig. Er was geen tijd om die in de volksmond te laten ontstaan, en daar moest wat op verzonnen worden. Men ging toen thema's gebruiken, zodat voor de straten in een wijk namen konden worden gekozen die duidelijk bij elkaar hoorden. Het koningshuis was bijvoorbeeld een populair thema, en later ook bomen en schilders. Ooit besloot een gemeente dat zeehelden ook wel wat leuke straatnamen konden opleveren, en binnen de kortste keren hadden allerlei plaatsen hun straten naar zeehelden genoemd. Altijd weer diezelfde thema's, dat begon wat te vervelen. Sommige gemeentes wilden graag wat origineler zijn en met straatnamen komen die men elders nog niet had. Dat kon door thema's te kiezen die nauw verbonden waren met de eigen gemeentes: voormalige burgemeesters, lokale helden of toponiemen uit de directe omgeving. Als men echt creatief wilde zijn, koos men een heel nieuw thema dat nog nergens gebruikt werd: televisieonderdelen, vijftig tinten rood, romanpersonages, stripfiguren, van die dingen. Nee, geen zeehelden... wij nemen zeeslágen!

Zo ging het de afgelopen jaren ook in West Virginia. Sommige dorpen keken gewoon op Google Maps wat voor straatnamen andere plaatsen hadden en kozen daar de mooiste thema's uit. Bomen, presidenten... klaar. Anderen zochten het een beetje in de buurt en vonden inspiratie in de namen van personen of plekken in het lokale geschiedenisboek. En weer anderen wilden origineel bezig zijn, dus die kwamen met mooie thema's zoals veldslagen uit de Vietnam-oorlog en Disney-figuren.

Nog even en het hele gebied is zo van officiële straatnamen voorzien. Hebben ze toch mooi in vijf jaar tijd de hele geschiedenis van onze straatnaamgeving nagespeeld!


Bron: Where the Streets Have No Name - West Virginia aims to put its residents on the map


Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...