dinsdag 25 december 2012

Kerst in alle straten

Kerstmis is een eeuwenoude traditie. Daar zou je toch iets van terug moeten zien in onze straatnaamgeving. Vandaag is een mooie dag om uit te zoeken wat voor kerst-achtige straatnamen er zijn.

Er zijn in Nederland een heleboel Akkerstraten, Bakkerstegen, Donkerstraten, Fokkerstraten, Klinkerstraten, Mandenmakerstraten, Pottenbakkerstraten en Zeilmakerstraten. Stuk voor stuk straten waar je letterlijk wel iets van kerst in terugziet, maar figuurlijk hebben ze natuurlijk weinig met kerst te maken. Nou, de Donkerstraat misschien, omdat kerst ook het feest van het licht is. Maar echt kerst is het allemaal niet. Met het Kerstomaatplantsoen (in Amsterdam) kom we op het oog al wat meer in de buurt, maar een kerstomaat heeft toch maar weinig met kerst te maken.

Er zijn op enkele plekken in het land straatnamen die met 'Kersten' beginnen. Er ligt bijvoorbeeld een Kerstenberg in Milsbeek, een Kerstenstraat in IJsselstein en een Kerstendijk in Rotterdam. Is dat het meervoud van kerst: één kerst, twee kersten? Nee. De Kerstenberg in Milsbleek blijkt gewoon zo te heten omdat er ooit ene Gradus Kersten woonde. In de Kerstendijk in Rotterdam is 'kersten' een verwijzing naar het oude woord voor 'christen'.

De plant met de Latijnse naam Euphorbia pulcherrima wordt sinds de zestiende eeuw met kerstmis geassocieerd. De rode plant is bekend als kerstster of kerstroos. Voor kerstrozen kunnen we terecht in de Kerstroosgaarde in Gouda, de Kerstrooslaan in Eindhoven, het Kerstroosplein in Eindhoven, of de Kerstroosstraat in Valkenswaard of Rotterdam. Straatnaampuristen vieren kerst natuurlijk in de Kerstroos in Leiden.

In de kerststal
Zouden we met straatnamen misschien een complete kerststal bij elkaar kunnen vinden? Voor Maria nemen we de Mariahof in Schiedam, de Marialaan in Susteren of de Mariadijk in Ooltgensplaat. Voor Jozef gaan we naar de Jozefdreef in Oude-Tonge, het Jozefplein in Valkenswaard of de Jozefstraat in Susteren. (Er zijn ook een heleboel plaatsen met een Jozef Israelstraat - daar zit niet alleen de naam van Jozef in maar ook het land waar de kerststal stond! Maar Jozef Israel was gewoon een schilder dus die telt nu even niet mee.) Wat hebben we dan nog meer nodig? Een os en een ezel! Daarvoor gaan we naar de Oschweg in Zeeland of de Osdijk in Noordlaren, en naar de Ezelmarkt in Maastricht of de Ezelstraat in Sluis. Check.

We gaan verder naar de Herderstraat in Heesch of de Herdersveld in Someren, en dan meteen ook maar naar de Schaapsweg in Sint Odilienberg of de Schaapsdijk in Uden. Dan hebben we ook meteen een herder en wat schapen erbij. Vervolgens nog de Driekoningenstraat in Arnhem, de Driekoningenweg in Nijmegen en het Driekoningenplein in 's-Hertogenbosch. En dan eindigen we onze kersttoch in de Kribbe in Didam. En dat alles speelt zich dan heel toepasselijk af in de Stalstraat in Goes, Vianen, Groningen of Arnhem.

Een straatnamenkerststal, die krijgen we vrij eenvoudig bij elkaar. Maar de hoofdrolspeler, het kindeke Jezus? Daar heb ik geen Nederlandse straatnamen bij kunnen vinden, dus daarvoor gaan we maar naar België. Naar de Jezusstraat in Antwerpen bijvoorbeeld.

dinsdag 18 december 2012

De aalscholver en de schollevaar, waar noem je nou je straatnaam naar?

De aalscholver en de schollevaar: dat zijn twee namen voor dezelfde vogel. En de twee namen zijn nog anagrammen van elkaar ook. Als je nou een straat naar die vogel wilt noemen... welke van de twee namen kies je dan?

Aalscholvers (en schollevaren) zijn visetende vogels die behoren tot de pelikaanachtigen. Ze zijn helemaal zwart, op de witte vlekken op hun wangen na. Op zoek naar vis duiken ze lang en diep onder water. Hun verendek is daarop aangepast: doordat hun veren veel natter worden dan die van andere vogels, kunnen ze veel gemakkelijker onder water zwemmen. Het nadeel daarvan is dat ze na hun duik langer nodig hebben om te drogen. Je hebt ze vast wel eens zien zitten in hun karakteristieke pose: ze zitten vaak met wijd uitgespreide vogels op een paal of tak te drogen in de zon.

Waar komen de namen vandaan?
Van de twee namen is 'schollevaar' met afstand het oudst; de oudste tekst waar die naam in gebruikt wordt, is uit 1287. Het eerste deel van de naam is verwant met oude woorden die een beetje als 'skolf' of 'scholf' klinken en 'onderduiken' betekenen. Er is ook een theorie dat het eerste deel oorspronkelijk 'krijsen' betekende, maar dat zou vreemd zijn want de aalscholver is best een stille vogel. Het achtervoegsel -aar is ontstaan onder invloed van het oude woord voor 'arend'. De naam betekent dus letterlijk 'duikvogel' - een prima naam voor een vogel die graag onder water duikt.

In de loop der tijd ging men de schollevaar kortweg ook 'scholverd' of 'scholver' noemen. Toen het beroepsvissers aan het begin van de negentiende eeuw opviel dat die vogels toch wel erg veel paling aten, begonnen zij het 'aalscholvers' te noemen. De naam 'schollevaar' is dus ruim 500 jaar ouder dan 'aalscholver'. In het moderne taalgebruik wordt het woord 'aalscholver' echter veel vaker gebruikt. Volgens het Nederlands soortenregister is 'aalscholver' ook de officiële Nederlandse naam voor de Phalacrocorax carbo.

De vogel in straatnamen
Er zijn in Nederland ruim vijftig straatnamen genoemd naar de aalscholver/schollevaar. De meeste liggen gewoon in een wijk waar alle straten naar vogels zijn genoemd, maar sommige straten leiden (of leidden) echt naar een plek waar veel aalscholvers vertoeven. Welke van de twee namen is nu het populairst voor de straatnaamgeving?

Van de 57 straten die ik heb gevonden, zijn er maar liefst 51 genoemd naar de 'aalscholver'. Zo hebben we de Aalscholverstraat in Anna Paulowna, de Aalscholverweg in Apeldoorn, de Aalscholverring in Delft, de Aalscholverlaan in Kortenhoef, het Aalscholveroord in Leiden, de Aalscholver in Muiderberg, de Aalscholversingel in Velp en de Aalscholverlaan in Zeist. In de gemeente Den Haag hebben ze zelfs zowel een Aalscholveroever als een Aalscholversingel. Ze liggen in twee verschillende wijken, op nog geen vijf kilometer van elkaar. De eerste kruist met de Watervogellaan en de Purperreigerstraat, en de tweede met de Weidevogellaan en de Blauwe Reigersingel. Wie bedenkt zoiets? Daarvoor moet je niet bij de gemeente Den Haag zijn; beide Vinex-wijken zijn namelijk pas in 2002 bij een gemeentelijke herindeling onderdeel geworden van Den Haag. Voor die tijd lag de Aalscholveroever nog in Leidschenveen (als onderdeel van de gemeente Leidschendam) en de Aalscholversingel nog in Ypenburg (als onderdeel van de gemeente Nootdorp).

Er zijn slechts zes straatnamen in Nederland genoemd naar de 'schollevaar': de Schollevaarlaan in Heemstede, de Schollevaar in Kruiningen, de Schollevaarstraat in Maassluis, de Schollevaarweg in Zeewolde, de Schollevaartseweg in Capelle aan den IJssel, en de Schollevaartse Dreef die in Capelle aan den IJssel en in Rotterdam ligt. Die laatste twee straten hebben hun naam te danken aan het Schollevaarseiland, dat in de achttiende eeuw in de Wollefoppenplas lag. Het Schollevaarseiland kreeg zijn naam in de tijd dat de aalscholvers nog schollevaars werden genoemd. De Wollefoppenplas was een van de veenplassen die is drooggelegd bij de aanleg van de Prins Alexanderpolder. Het eiland in de plas was een paradijs voor watervogels zoals reigers en lepelaars, en natuurlijk ook schollevaars.

In de omgeving van de Schollevaartseweg in Capelle aan den IJssel tieren de verwijzingen naar de oude schollevaar welig. De woonwijk waar de straat in ligt, heet 'Schollevaar'. Ten zuiden van de wijk ligt het 'Schollebos' en ten oosten ligt begraafplaats 'Schollevaart'. Die begraafplaats ligt dan weer nabij de 'Schollevaartse Tocht', een ontwateringskanaal dat in de tijd van de inpoldering is aangelegd. Het winkelcentrum in de wijk heet 'De Scholver'. Kunstenaar Kees de Jong maakte een beeld als landmark voor de wijk, en dat heet dan weer heel modern 'de Aalscholver'.

Nog meer namen
Er zijn nog veel meer namen voor de aalscholver/schollevaar. De vogel wordt ook wel koolgans, kormoraan, waterraaf, zeeraaf of preekheer genoemd. Maar er is nog nooit iemand op het idee gekomen om een van die namen voor een straat te gebruiken.

Foto: Sarunas_B

dinsdag 11 december 2012

Zeven eeuwen dolen door straten op Tholen

De oudst bekende straatnaam van Tholen is de Kerkstraat; deze dateert van precies zevenhonderd jaar geleden. In 1312 liet Ewout Pieterszoon Gabriee in een oorkonde vastleggen dat hij zijn huis aan de Kerckstrate beschikbaar stelde als gasthuis om arme reizigers op te vangen. Dat is de oudste registratie van een straatnaam in het gebied. Het jubileum valt mooi samen met de uitgave van een bijzonder straatnamenboek: Zeven eeuwen straatnamen op Tholen en Sint Philipsland.

Het boek geeft natuurlijk informatie over alle straatnamen op Tholen en Sint Philipsland, en die informatie is al behoorlijk uitgebreid. Maar het doet meer dan dat. In het boek staan namelijk ook verhalen over alle straatnamen die ooit op het eiland in gebruik zijn geweest, maar die nu niet meer bestaan. Het vertelt dus niet alleen hoe straatnamen ontstonden, maar ook hoe ze soms weer verdwenen! Zo lag in de plaats Tholen bijvoorbeeld ooit een steeg die Brouslop werd genoemd, vanwege de naastgelegen brouwerij. Maar in 1617 kreeg timmerman Cornelis Smijtegelt toestemming om de steeg bij zijn huis te voegen, en daarmee verdween de straatnaam weer. Ja, zo gaat dat soms. De straat Armenhuizen in Stavenisse dankte zijn naam aan de armenhuizen die er stonden. Maar bij de onderwaterzetting van het eiland in 1944 raakten de woningen beschadigd en na de watersnoodramp van 1953 waren ze helemaal niet meer te redden. Tegenwoordig ligt op de plek van de armenwoningen het Van der Lek de Clercqplein, genoemd naar de familie Van der Lek de Clercq die veel voor Stavenisse heeft betekend. Kijk, zo leer je nog eens wat over het gebied! Nog eentje dan: het Nieuwe Pad in Sint-Annaland. Dat pad werd in 1652 voor het eerst zo genoemd op een kaart. Drie eeuwen later besloot de gemeenteraad in 1955 dat het beter was om de straat voortaan Nieuwstraat te noemen. Het pad was vermoedelijk al lang geen paadje meer, en het nieuwe was er waarschijnlijk ook wel vanaf.

In het boek staan veel weetjes over de wegenbouw op Tholen. In 1320 gaf de Hollandse graaf Willem II het dorp Scherpenisse een vergunning tot het heffen van accijnzen voor het bestraten van de wegen met keien en klinkers - tot die tijd waren de wegen nog onverhard. Nadat de stad Reimerswaal aan het begin van de 17e eeuw was verlaten - en later ook verdronken - werden de straatstenen uit de stad gebruikt voor de bestrating van wegen elders op het eiland. Die bestrating was vooral fijn voor karren en koetsen, want auto's reden er nog helemaal niet. Pas vanaf 1900 verleende de provincie Zeeland vergunningen voor het rijden met motorvoertuigen op de openbare wegen in de provincie. De eerste vergunning was voor de heer F.C.O.M. Hombach in Hulst, grondeigenaar en lid van de Staten van Zeeland.

Ik noem ook nog even wat feiten over de invoering van straatnamen en huisnummering. Straatnamen bestonden in de volksmond al vele eeuwen, maar in de aanduiding van huizen aan die straten zat vaak maar weinig structuur. Rond 1800 werden her en der in het gebied de eerste huisnummers gebruikt. Met een raadsbesluit in 1907 werd de eerste straatsgewijze huisnummering in de gemeente Tholen ingevoerd. Dat zelfde jaar werden ook de eerste straatnaamborden in Tholen geplaatst. In Scherpenisse werd de eerste straatsgewijze huisnummering in 1956 pas ingevoerd, in de Laban Deurloostraat om precies te zijn. Vanaf 1968 werden ook straatnaamborden in de buitengebieden geplaatst; inmiddels is iedere straat vanzelfsprekend van minimaal één bord voorzien. De laatste straatnaambesluiten die in het boek zijn verwerkt, dateren van 18 september 2012... zeven eeuwen naar de registratie van de Kerkstraat in Tholen.

Het boek Zeven eeuwen straatnamen op Tholen en Sint Philipsland is geschreven door Hans Zuurdeeg, de oud-gemeentearchivaris van Tholen. Hij heeft goed en grondig werk geleverd. Je zou bijna zeggen dat hij wel een straatnaam op Tholen heeft verdiend.

dinsdag 4 december 2012

Lazarus op zijn lazer geven in de Lazerijstraat?

Vorige week vroeg @taaljournalist me via Twitter wat ik hem kon vertellen over de Lazerijstraat in Etten-Leur. Het deed hem vooral denken aan de uitdrukking 'iemand op zijn lazerij geven'. Maar de straat is niet genoemd naar een pak slaag. De naam verwijst naar een plek waar vroeger lepralijders werden opgevangen.

Lepra is een ziekte die de huid en de botten aantast. De ziekte kwam vele eeuwen voor onze jaartelling al voor. Uit angst voor besmetting durfde men de naam van de ziekte vroeger nauwelijks uit te spreken. Daarom had men het simpelweg over 'de zieke', of in het Frans 'le malade'. Uit deze Franse benaming is een ander Nederlandse woord voor de ziekte ontstaan: melaatsheid. De Bijbelse figuur Lazarus - een met zweren bedekte bedelaar - is de beschermheilige van de lepralijders. Met een verwijzing naar zijn naam werd de ziekte daarom ook wel lazerij of lasarie genoemd.

In de middeleeuwen werden op een groot aantal plekken in West-Europa speciale inrichtingen gebouwd om lepralijders op te vangen. Door de leprozen af te zonderen, wilde men voorkomen dat andere mensen ook besmet zouden worden. Meestal werden deze inrichtingen daarom buiten de stadsmuren of dorpsgrenzen gebouwd. Er waren alleen in Nederland al tientallen steden met een leprozenhuis, waaronder Amsterdam, Arnhem, Delft Den Haag, Haarlem, Kampen, Middelburg, Rotterdam, Sneek, Utrecht en Zwolle. Vanaf de vijftiende eeuw nam de besmetting met lepra langzaamaan af. Veel leprozenhuizen werden toen afgebroken of kregen een andere functie als bejaardenhuis of weeshuis.

Op sommige plekken kwam de aanwezigheid van een leprozenhuis ook terug in de straatnaamgeving. In Amsterdam was bijvoorbeeld lange tijd een Leprozengracht. Het Amsterdams leprozenhuis lag in de zestiende eeuw nog buiten de stadsmuren, maar bij een stadsuitbreiding kwam het binnen de stadsmuren te liggen. Toen de Leprozengracht in 1882 werd gedempt, verdween ook de straatnaam. In Den Haag herinnert de straatnaam Zieken aan het voormalige leprozenhuis. Zieken was de weg naar het gebouw dat vanaf halverwege de vijftiende eeuw tot in de negentiende eeuw buiten Den Haag lag. Nadat in 1654 de laatste melaatse was overleden, werd het gebouw ook nog als proveniershuis, kazerne en hospitaal gebruikt. Door de groei van de stad ligt de straat Zieken inmiddels midden in de stad.

Ook op andere plekken in Nederland hebben we nog steeds straatnamen die aan een oude leprozerie herinneren, zoals de Lazarijstraat in Middelburg, de Lazaruskade in Gouda, de Lazaristenstraat in Bocholtz en de Lazarusbocht in Oirschot. En dus ook de Lazerijstraat in Etten-Leur waar @taaljournalist naar vroeg. In België hebben we nog de Lazarijstraat in Hasselt en de Leprozerijstraat in Moeskroen. En ook de Rue de la Maladrie (Soignies) en de Rue de la Maladrée (o.a. in La Louvière, Gembloers, Courcelles en Le Roeulx) doen herinneren aan een oude leprozerie. Als je de straten op de kaart opzoekt, kun je zien dat ze allemaal buiten de oude woonkern liggen.

In Leiden ligt nog geen vijfhonderd meter buiten de oude binnenstad een Lasserstraat. Maar die naam heeft dan weer helemaal niks met de lazerij te maken. De Lasserstraat ligt nabij de Smederijstraat en de Gieterijstraat. Dan kun je zelf wel bedenken over wat voor lasserij het hier gaat.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...