dinsdag 30 oktober 2012

Kibbelen, kijven, knibbelen, kabeeuwen, klammen en krakelen over straatnamen

In de tijd dat Nederland nog volop werd ontgonnen, ingepolderd en verkaveld, werd er natuurlijk wel eens ruzie gemaakt over een stukje grond. Soms werd er zo lang geruzied over een polder of perceel dat het in de volksmond zelfs een naam kreeg die aan die twist refereerde. Dat stuk noemde men dan gewoon het twistveen of het twistveld, en dan wist iedereen waarover je het had. Van die eeuwenoude benamingen wordt een behoorlijk aantal nog steeds gebruikt. Die zie je niet alleen terug in namen van dorpen of streken, maar ook in de straatnamen.

Er zijn allerlei manieren om ruzie te maken over een stuk grond, en daar zijn ook weer allemaal verschillende woorden voor. Bij Coevorden lag een stuk veen waar ooit stevig over 'gekibbeld' werd, en op die plaats ligt tegenwoordig nog steeds een gehucht met de naam Kibbelveen. Zo heb je ook Kibbelmieden en Kibbelkamp in het grensgebied van Eexta, Westerlee en Meeden, en een gehucht Kibbelgaarn bij Veendam. Je kunt ook 'kijven' of 'kiften'. Dat levert namen op zoals die van het gehucht Kijfhoek bij Zwijndrecht of het poldergebied Kijfhoek bij Drimmelen. Beide namen zijn al meer dan zeshonderd jaar oud. Bij Akersloot ligt zo een Kijfpolder en bij Nieuwolda kennen ze de Kijfmiede. Over een stuk grond in de buurt van Hoogeveen werd ooit langdurig 'gekrakeeld', en dus noemde men dat in 1797 al Krakeel. Er werd in die buurt wel meer geruzied, want in het zuiden van Hoogeveen lagen ook nog de Kibbelwijken. Het Middelnederlandse werkwoord 'kabeeuwen' (dat ook weer ruziemaken betekent) vormt waarschijnlijk de oorsprong van de dorpsnaam Cabauw, nabij Lopik. En het oude ruziewerkwoord 'klammen' zie je terug in naam van de Klampdijk, een oude dijk op de banscheiding van Krommenie en Assendelft. Je kunt ook nog 'krieuwen', maar ik heb geen toponiemen kunnen vinden die daarvan zijn afgeleid.

Kibbelen, kijven, kabeeuwen, klammen, krieuwen en krakelen... om een of andere reden beginnen al die woorden met een k-klank. Opmerkelijk. 

Behalve de hoeken, polders en dijken zijn er ook straatnamen die herinneren aan de soms eeuwenoude twisten. Zo hebben ze in Dwingeloo bijvoorbeeld het Kibbelstuk, in Schipborg de Kibbelakkers, in Schoonoord het Kibbelveen en in Veendam de Kibbelgaarn. Stuk voor stuk kibbel-straatnamen. Wil je liever knibbelen dan kibbelen? Dan moet je een een huis zoeken aan de Knibbelweide in Aalten, de Knibbeldijk in Almelo, de Knibbelakker in Epe, de Knibbelakker in Ermelo of de Knibbeldijk in Laren. Houd je van kift en gekijf? Dan kun je bijvoorbeeld terecht in de Kijfgracht in Leiden, de Kijffhoeck in Oud Beijerland, de Kijfwaard in Pannerden, de Kijfhoek in Zwijndrecht of in Kijveland bij Poortugaal. Ben je meer van het krakelen? Dan hebben ze speciaal voor jou in Delft de Krakeelpolderweg, in Eede de Krakeelweg, in Haaksbergen de Krakeelsweg, in Hollandscheveld de Krakeelsedijk en in IJzendijke natuurlijk de Krakeeldijk. En tenslotte nog voor de mensen die liever klammen: de Klamptweid in Andijk, de Peelklamp in Deurne, het Klampstuk in Zaandijk en de Hooiklamp in Zwaag. Er is ook een straat in Rotterdam die Klamdijk heet, maar daar was geen onenigheid over; die is gewoon genoemd naar de Klampdijk in Noord-Holland waar ik hierboven al over schreef.

Het lijken allemaal willekeurige rijtjes, maar als je ze op de kaart bekijkt dan valt je misschien weer wat op. Bijna alle straatnamen die ik heb kunnen vinden die iets met 'kibbelen' in de naam hebben, liggen in de provincie Drenthe (of anders in ieder geval daar in de buurt). Verder wordt er blijkbaar nergens gekibbeld over straatnamen. Voor straatnamen die zijn afgeleid van het 'knibbelen' moet je iets naar het zuiden; die komen bijna alleen maar voor in Gelderland en Overijssel. Kijven gebeurt vooral in Zuid-Holland, zo kun je op basis van de straatnamen concluderen. En klammen is een aanduiding die vooral in Noord-Holland en Noord-Brabant wordt gebruikt. Krakelen is de enige vorm van ruziën die door het hele land in straatnamen is terug te vinden. ('Twisten' overigens, maar dat begint niet met een k!)

Akkers en waarden, velden en weides, stukken, venen en polders... je kunt er aardig over van mening verschillen. Maar kibbelen over straatnamen heeft geen zin meer, want die zijn tegenwoordig allemaal netjes officieel vastgelegd.

dinsdag 23 oktober 2012

Eland, Snoek en de Duitse Herder - Kees Torn bezingt de straatnamen

Van straatnamen kun je gemakkelijk een heleboel leren. Als je na de Rubensstraat en de Rembrandtstraat in de Potterstraat terechtkomt, mag je aannemen dat Potter ook een beroemde schilder was - als je dat niet al wist. Als je in een oude binnenstad over de Paardenmarkt loopt, kun je raden dat daar vroeger in paarden gehandeld werd. En als je vanuit de Tangostraat via de Salsastraat en de Paso Doblesingel in de Quadrillestraat komt, zal quadrille ook wel een dans zijn. Weer wat geleerd!

Ex-cabaretier Kees Torn leert zo ook steeds bij van de straatnamen die hij ziet. Hij schreef er zelfs een lied over:

Post

Sinds kort heb ik een tweede baantje bij de posterijen
Waar ik wat extra centjes mee verdien
Voordien zat ik in al mijn vrije tijd maar wat te kleien
Tot ik gewoon geen asbak meer kon zien

En post bezorgen is veel leuker dan je zou verwachten
Want als ik de Coulombstraat binnen kom
Dan neemt Coulomb onmiddellijk bezit van mijn gedachten
En vroeger dacht ik zelden aan Coulomb

Ik denk ook aan de Nederlandse dichter Herman Gorter
Wanneer ik in de Gorterstraat moet zijn
En in de Jan Calvijnstraat, die is namelijk wat korter
Denk ik dus ook wat korter aan Calvijn

En fiets ik met de post bijvoorbeeld door de Delaunaylaan
Dan denk ik aan de schilder Delaunay
Maar ook volslagen vreemde namen tref je nogal veel aan
En daar zit ik soms best een beetje mee

Ik kén een Bob van Bree alleen dan nog zou ik niet weten
Waarom de Breestraat is genoemd naar Bob
Veel vaker heten straten naar bijzondere poëten
En daarin loopt de dichterswijk voorop

Zodoende heb ik ook ontdekt dat ene Duitse Herder
Een dichter is geweest en niet een hond
En dat ook Gustav Holst een dichter was, omdat zich verder
Een Holststraat in de dichterswijk bevond

Wie Eland, Wolff en Snoek geweest zijn, weet ik ook intussen
want daarnaar heb ik onderzoek verricht
Maar ik weet niet wie Kalver was, of Smalle of Rochussen
Of wát dat is, of zijn, of waar dat ligt

Vergeefs heb ik in encyclopedieën zitten lezen
Ja, een beetje PTT'er doet dat wel
Om uit te zoeken wie Gedempte of wie Dorps zou wezen
Of Rond of Korte Dwars of Parallel

Als ik de post weer in een nieuwe wijk moet gaan bezorgen
Dan informeer ik bij de hele buurt
Dus weest maar niet verbaasd als het bij u vandaag of morgen
Voor u de post krijgt, ietsjes langer duurt



Kees Torn laat mooi zien hoe je wat kunt leren van de straatnamen die je ziet. Als je midden in de schilderswijk een Delaunaylaan ziet, mag je aannemen dat Delaunay ook een schilder was. En inderdaad: Sonia Delaunay was een Oekraïens-Franse kunstenares. En de Duitse Herder heeft ook echt bestaan. Maar Kees Torn laat in zijn lied ook zien dat je gemakkelijk in de fout kunt gaan. De kans is niet zo groot dat de Breestraat echt naar zijn vriend Bob van Bree is genoemd; het zal vroeger wel gewoon een brede straat zijn genoemd. En als je in de dichterswijk een Holststraat ziet, is die waarschijnlijk niet naar Gustav Holst genoemd. Dat was namelijk geen dichter, maar een Britse componist. De kans is groter dat de dichter Adriaan Roland Holst is vernoemd. Je kunt veel van de straatnamen leren, maar je moet wel je hoofd erbij houden.

Waar ligt dat dan?
Kunnen we uit de liedtekst ook leren waar Kees Torn zijn ronde maakte als postbode? Kunnen we de straatnamen die hij bezingt bijvoorbeeld allemaal terugvinden in zijn woonplaats Rotterdam? Rotterdam heeft inderdaad een Herman Gorterstraat, een Adriaan Roland Holststraat (met die voornamen erbij is het wel onaannemelijk dat hij dacht dat de straat naar Gustav was genoemd) en een Sonia Delaunaystraat (maar vermoedelijk paste de -laan beter in zijn verfijnde rijmschema). Rotterdam heeft ook een Elandstraat (genoemd naar de hertensoort), een Snoekstraat (Andries Snoek was een Rotterdams toneelspeler), een Betje Wolffstraat (genoemd naar de schrijfster) en een Rochussenstraat (Charles Rochussen was een Rotterdams schilder). Straatnamen die beginnen met Gedempte, Dorps, Rond, Dwars of Parallel kun je overal tegenkomen, en inderdaad ook in Rotterdam.

Hij zingt ook over straatnamen waar je als Rotterdams postbode niet langs zult komen. Rotterdam heeft wel ooit wel een Breestraat, een Kalverstraat en een Herderstraat gehad, maar die bestaan sinds respectievelijk 1934, 1942 en 1957 niet meer. Vreemd genoeg komen juist twee straatnamen uit het begin van het lied helemaal niet in Rotterdam voor: die stad heeft helemaal geen Coulombstraat en ook geen Jan Calvijnstraat. Veel van de namen uit het lied komen dus in Rotterdam voor, maar net niet allemaal. Vermoedelijk heeft Kees Torn bij het schrijven van zijn lied gewoon uit zijn eigen straatnamenherinnering geput, en dan is het niet vreemd dat daar vooral veel Rotterdamse namen uit zijn gekomen.

En de Duitse Herder?
Oh, voor ik het vergeet: Johann Gottfried von Herder was inderdaad een Duitse dichter. Hij leefde aan het eind van de achttiende eeuw. De Herderstraat in Rotterdam was echter niet naar hem genoemd, maar gewoon naar de metselaar Leunis den Herder die rond 1700 een stuk grond had op die plek. Weer wat geleerd!

dinsdag 16 oktober 2012

Geen straten, velden of wegen te bekennen... op Urk

De gemeente Urk heeft ongeveer 19.000 inwoners en ruim 200 straten. Van al die straten eindigen maar vijftien straatnamen op '-straat'. Is dat niet wat weinig? Ja, met Urk is inderdaad wat raars aan de hand.

De oudste bebouwing van Urk staat in het 'Oude Dorp'. Rond 1900 stond daar aan de haven een wirwar aan huizen, waar nauwelijks een stratenplan in te herkennen was. In 1902 bepaalde burgemeester Van Suchtelen van de Haare dat daar wat meer structuur in moest komen. Het bleek niet handig om de huizen per straat in te delen en de straten een naam te geven, want dan bleven er overal losse huizen over. Men besloot daarom om de huizen te groeperen in wijken, en men noemde dat... 'wijken'. Die wijken werden genummerd van 1 tot en met 6. De wijk aan de haven werd Wijk 1 en de wijk rondom de vuurtoren werd Wijk 3. Later kwamen er ook nog Wijk 7 en Wijk 8 bij. Per wijk werden de huizen genummerd. Je adres was dan bijvoorbeeld Wijk 3-17 of Wijk 5-12.

In 1911 bracht prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, een bezoek aan Urk. Bij die gelegenheid werd snel een lange straat midden door het dorp de Prins Hendrikstraat gedoopt. En zo kregen in de loop der tijd meerdere straten in de Wijken een eigen naam. Na de Tweede Wereldoorlog werden bijvoorbeeld enkele straten genoemd naar Urkers die in de oorlog waren omgekomen: het Harmen Visserplein, de Pieter Brouwerstraat, de Pieter Hakvoortstraat, de Pieter Hoekmanstraat, de Pieter Romkesstraat en de Hessel Hoefnagelstraat (best opmerkelijk: bijna alle Urkse oorlogshelden heten 'Pieter'). En zo kwamen er ook nog straatnamen in gebruik zoals de Vuurtorenstraat, de Raadhuisstraat en de Schoolstraat. Het leverde wel een verwarrende situatie op, want de meeste van deze straatnamen liepen door verschillende Wijken. Hoewel de alternatieve straatnamen wel eigen straatnaamborden kregen, zijn ze nooit offcieel geregistreerd. Tot op de dag van vandaag zijn Wijk 1 tot en met Wijk 8 nog steeds de officiële straatnamen van het oude deel van Urk!

Na de Tweede Wereldoorlog begon Urk langzaam te groeien, en daarmee kwamen er nieuwe wijken bij. Ten noorden van het Oude Dorp kwam een wijk met straatnamen die goed passen bij die tijd, zoals de Arubastraat, de Surinamestraat en de Koningin Julianastraat. Ook de burgemeester die structuur bracht in de stratenchaos werd daar geëerd met een eigen straat: de Burgemeester van Suchtelenlaan. Ook bij de volgende uitbreiding eind jaren vijftig bleven de straatnamen nog redelijk conventioneel, met bijvoorbeeld de Pinksterbloemstraat, de Boterbloemstraat en de Blauwe Zeedistelstraat. Daarna haakte Urk gewoon aan bij de trend in straatnamenland om wat creatievere thema's aan te spreken en het tot dan toe verplichte achtervoegsel los te laten. In de jaren zestig kwamen bijvoorbeeld de Schelpenhoek en de Waaiershoek erbij. En vervolgens de Rotholm, de Nieuwe Klif en De Reede. In de jaren tachtig gevolgd door prachtige namen zoals de Kreil, de Gammels en de Ramswelle. Kamperzand, Muiderzand en Kooizand. Duinriet, Wilgenroos, Kamvaren. Bergeend, Tuinfluiter, Reiger. De Plecht, De Brug, De Mast. En de nieuwste aanwinsten zijn Wimpel, Toplicht, Fuik en Kotter. En daarmee zijn we met onze vissersboot zo te zien weer terug in de haven van Urk.

Urk heeft dus relatief veel creatieve en moderne straatnamen en relatief weinig historische straatnamen in het oude centrum. Dat verklaart waarom zo weinig straten een naam hebben die op -straat eindigt; dat is in Urk minder dan 7% en slechts 5% van de straten eindigt op -weg. Als we de officieuze straatnamen in het centrum stiekem ook meetellen, stijgt het aandeel straat-straten tot net boven de 13%. Ter vergelijking: in Lelystad eindigt 17% van de straatnamen op -straat, en in Zutphen is dat zelfs 50%! Er zijn dus letterlijk amper straten, velden of wegen te bekennen op Urk. En dat maakt Urk wel bijzonder.

dinsdag 9 oktober 2012

Onafscheidelijke koppels? Die moeten samen gewoon één straatnaam delen.

Ik fietste onlangs in Parijs door de Rue Pierre et Marie Curie. Even later zat ik op een terras aan het Place Sartre-Beauvoir aan een kop koffie. Twee straatnamen die allebei naar twee personen zijn genoemd. De ene naar de wetenschappers Pierre en Marie Curie en de andere naar de schrijvers Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Het schijnt dat die twee ook vaak een drankje dronken op dat plein. En terwijl ik genoot van de heerlijke koffie vroeg ik me af: hebben we in Nederland ook straatnamen die naar twee personen zijn genoemd?

Voor de duidelijkheid: het gaat me echt om straatnamen waar zichtbaar twee persoonsnamen in voorkomen. Ik schreef hier bijvoorbeeld al eens over de Mesdaglaan in Rotterdam die genoemd is naar Hendrik Mesdag én naar zijn broer Taco Mesdag, maar die twee namen zie je in de straatnaam niet terug. We hebben in Nederland ook wel een Echtpaar Curiedreef (in Maassluis) waarmee in één klap zowel Pierre en Marie vernoemd zijn, maar ook hier zie je de twee persoonsnamen niet terug. En we moeten streng zijn.

Ik durfde ook wel streng te zijn, want ik wist in Nederland al meteen één straat die aan de criteria voldoet. Ik woonde in Utrecht ooit in de buurt van het Wolff en Dekenplein. Die straat is genoemd naar het onafscheidelijke schrijversduo Aagje Wolff en Betje Deken. Ik ontdekte dat ze in Driehuis ook een Wolff en Dekenlaan hebben en in Beverwijk een Wolff en Dekenstraat. Er zijn ook aardig wat straten die alleen naar Aagje Wolff of naar Betje Deken zijn genoemd, maar dan ligt de bijbehorende straat van de ander nooit ver weg. Er zijn ook een aantal straten genoemd naar duo's uit (strip)boeken. Het populairst zijn Jip en Janneke, met straten in Gorinchem, Kapelle en Wageningen. Ot en Sien hebben een pad in Huissen. En de stripfiguren Brommy en Tommy hebben een straat in de stripbuurt in Almere.

In Amsterdam vond ik vijf straatnamen die naar twee personen zijn genoemd. De Colnot en Poonshof, de Boas en Judelshof en de Stoel en Spreehof liggen dicht bij elkaar in de buurt. Guustaaf Colnot en Salomon Poonshof waren exploitant van de Plantage Schouwburg, net als Teunis Spoel en Marius Spree. Israël Boas en Nathan Judas waren directeur van de Salon des Variétés in de Amstelstraat. In Amsterdam-Noord ligt de Gebroeders A. en B. Wolfswinkelweg, genoemd naar twee verzetshelden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. In het centrum van Amsterdam ligt nog de Mozes en Aäronstraat. Mozes en Aäron zijn Bijbelse broers. De straat loopt heel toepasselijk tussen het voormalige stadhuis (Mozes staat voor het wereldlijk gezag) en de Nieuwe Kerk (Aäron staat voor het kerkelijk gezag). Er ligt trouwens ook nog een Moses en Aäronlaan in Heilig Landstichting.

Personen die met zijn tweeën een fabriek hebben opgericht, hebben ook een goede kans om samen een straatnaam te krijgen. Daar hebben ze in Eindhoven bijvoorbeeld het Mignot en de Blockplein (De zwagers Adolphus Mignot en Anthonius de Block richtten er in 1858 een tabaksfabriek op), de Backer en Ruebweg in Breda (Mr. J.G. Rueb en Jhr. F. Backer gaven jarenlang leiding aan de Machinefabriek Breda), het Janssen & Fritsenplein in Helmond (een meubelmaker en een klokkengieter begonnen ene bedrijf dat nu wereldwijd gymnastiektoestellen levert) en het Goulmy en Baarplein in 's-Hertogenbosch (Eugène Goulmy en Rudolf Baar waren de oprichters van Willem II-sigarenfabriek). Straatnaamdeling door ondernemende koppels, dat lijkt vooral populair in Noord-Brabant.

Noem nog eens een beroemd koppel? Precies: Willem en Maria, bij sommigen beter bekend als William en Mary. Zij werden in 1689 koning en koningin van Engeland. Naar hen zijn de Willem en Marialaan in Gouda en het Willem- en Maryplein in Hellevoetsluis genoemd. Wat hebben we verder nog voor straatnamen met dubbele namen?
  • De Bik- en Arnoldkade in IJmuiden - De zwagers Adrianus Bik en Jan Willem Arnold waren twee ondernemers die samen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van IJmuiden.
  • Twee straten in Leende: Sint Catharina en Sint Barbarastraat en de Sint Jacob en Sint Annastraat in Leende - De straten ontlenen hun namen aan het gilde Sint Catharina & Sint Barbara en de schutterij Sint Jacob en Sint Anna.
  • De A en J van Damlaan in Aduard - A. en J. van Dam zijn twee joodse dorpsgenoten die in de Tweede Wereldoorlog zijn overleden.
  • De Adam en Atze strjitte in Tersoal - Adam Ruurds en Atze Atsma waren twee legendarische Friese hardrijders op de schaats.
  • De Clara en Mariahof in Dordrecht - Koekbakker Marinus Kemp liet huizen bouwen voor 'weduwen en vrouwelijke weezen uit den fatsoenlijken stand' die geen eigen huis konden betalen. Hij noemde het hofje naar zijn vrouw Clara en zijn oudste dochter Maria.
Zijn alle straatnamen met 'en' erin genoemd naar twee personen? Nee, zo gemakkelijk is het niet. Want er zijn ook genoeg instinkers. Zo is de Laan van Beek en Royen in Zeist niet genoemd naar twee ondernemers met die namen, maar naar de buitenplaats 'Beek en Royen' in Zeist. De Heining en Damlaan in Bodegraven is niet genoemd naar twee zwagers die zo heetten, maar naar de monumentale hallenhuisboerderij 'Heining en Dam' uit ongeveer 1700. De Mars en Wijthdijk in Grave is niet genoemd naar twee verzetshelden, maar naar twee oude polders ten noordwesten van Grave: De Mars en De Wijth. En de Van Inn en Kniphuizenlaan in Rasquert? Die is genoemd naar 'In- en Kniphuizen', een heerlijkheid in Oost-Friesland die eigendom was van de Heer von In- und Kniphausen.

Maar ook zonder Beek en Royen, Heining en Dam, Mars en Wijth, en Van Inn en Kniphuizen hebben we nog steeds behoorlijk wat koppels waar in Nederland straatnamen naar genoemd zijn. Ik weet niet eens of de verzameling hierboven wel compleet is. Als je er ergens nog eentje weet, dan hoor ik dat natuurlijk graag.

dinsdag 2 oktober 2012

Met de paardentram naar Stadskanaal - wonen in de Remise

In Stadskanaal kwam ik in een zijstraat van het kanaal terecht die Remise heet. Mijn eerste gedachte was dat ik in de 'Schaakbuurt' terecht was gekomen, met geinige straatnamen zoals Pat, Mat, Paard en Rokade. Toen ik zag dat honderd meter verder een straat met de naam Paardentram lag, begreep ik dat het om een tramremise ging. Geen schaakspel als inspiratie voor de straatnamen, maar de paardentram. Hoe komen ze daar nou bij in Stadskanaal? Lag iets met trekschuiten, jaagpaden en rolpalen niet veel meer voor de hand? Nee, blijkbaar niet.

Als je gaat googlen naar Stadskanaal en paardentram, dan kom je al snel bij de 'Eerste Groninger Tramway-Maatschappij' terecht, kortweg de EGTM. Deze werd in 1879 opgericht door een aantal Groningse notabelen, waaronder Anthony Winkler Prins (bekend van de encyclopedie). De EGTM bouwde en exploiteerde een paardentramlijn in het zuidoosten van de provincie Groningen. Op het hoogtepunt was die lijn 45 kilometer lang, en daarmee de langste paardentramlijn van Europa!

De paardentram was een van de eerste vormen van openbaar vervoer. De paardentram ontstond aan het eind van de negentiende eeuw uit de 'omnibus'. Dat was een rijtuig met paarden ervoor waarmee iedereen mee kon reizen. Dat is overigens ook wat het Latijnse woord 'omnibus' letterlijk betekent: 'voor iedereen' - best toepasselijk voor openbaar vervoer. Ons huidige woord 'bus' is van de 'omnibus' afgeleid. Omdat de bestrating in die tijd nog niet zo goed was, was een rit in een omnibus geen pretje. Vandaar dat men rails aanlegde om het rijcomfort te verbeteren.

De EGTM begon in 1880 met de aanleg van een paardentramlijn van Zuidbroek naar Wildervank. Een jaar later werd de lijn doorgetrokken naar Stadskanaal. De jaren daarna werd de lijn steeds verder uitgebreid tot die in 1895 Ter Apel bereikte. De paardentram werd vooral gebruikt voor personenvervoer, maar men vervoerde er ook goederen en post mee. De EGTM wilde de paardentram vervangen door een stoomtram, maar het gemeentebestuur van Groningen vertrouwde dat niet en gaf daarom geen toestemming.

Aan het begin van de twintigste eeuw werd het gebruik van de paardentram voor personenvervoer langzaamaan minder populair. Bovendien kreeg de EGTM steeds meer concurrentie van andere spoorlijnen, zoals die van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS). Er werden nog wel wat pogingen gedaan om de paardentramlijn te behouden, maar dat was allemaal tevergeefs. In 1923 reed de laatste paardentram over de lijn.

Er rijdt geen paardentram meer door Stadskanaal. Maar je kunt er nog wel in de Remise wonen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...