dinsdag 31 juli 2012

Straatnamen voor kampioenen - alsof een olympische medaille nog niet voldoende is!

Sinds een paar dagen zijn de Olympische Zomerspelen weer bezig. Vaak hanteert men de regel dat er pas een straatnaam naar een persoon genoemd mag worden als die al minstens tien jaar dood is, maar voor olympische helden wordt regelmatig een uitzondering gemaakt. De sporters strijden deze weken in Londen dus om de hoogste eer: een eigen straatnaam.

In een aantal plaatsen in Nederland zijn straten naar beroemde sporters genoemd. Ik heb eens uitgezocht welke Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen een eigen straatnaam hebben gekregen. Fanny Blankers-Koen, Bep van Klaveren en Anton Geesink kende ik wel, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit gehoord had over de prestaties van Rie Beisenherz, Lien Gisolf of Marie Baron... een schande natuurlijk. Maar door hun straatnamen leven ze voort, en kan ik het nu alsnog rechtzetten.
  • De roeiers Roelof Klein en François Brandt deden in 1900 mee aan de Olympische Spelen in Parijs. Samen wonnen ze goud op het onderdeel 'twee met stuurman' en ze waren onderdeel van de ploeg die brons won bij de 'acht met stuurman'. Klein en Brandt zijn daarmee de eerste twee Nederlandse olympisch kampioenen. Dat hebben ze zelf overigens nooit geweten, want ze hebben hun hele leven in de veronderstelling geleefd dat ze in Parijs wereldkampioen waren geworden. Roelof Klein is voor zijn prestaties geëerd met een straatnaam in Amsterdam: het Roelof Kleinpad. Ik heb geen straat kunnen vinden die naar François Brandt is genoemd. Klein en Brandt hebben wel samen een straatnaam: Klein Brandt Sportpark in Almere.
  • Zwemster Rie Beisenherz deed mee aan de Spelen van 1920 in Antwerpen. Ze won geen prijs, maar is wel de eerste vrouw die ooit namens Nederland meedeed aan de Olympische Spelen. In die tijd zwom men trouwens nog in een bad van 100 meter lang en werd er gestart vanuit het water. Beisenherz kreeg een eigen straatnaam in Heerhugowaard.
  • Adriaan Paulen was een veelzijdig sportman. Hij deed aan cricket, motorsport en autosport, en deed als atleet mee aan de Olympische Spelen van 1920, 1924 en 1928. Hij is de eerste Nederlander die in een olympische atletiekfinale stond; hij werd in 1920 zevende op de 800 meter. Na zijn actieve sportcarrière zat hij in het bestuur van de KNAU, het NOC en de IAAF. Er zijn straten naar hem genoemd in Arnhem en Haarlem.
  • Charles Pahud de Mortanges was legerofficier. Hij deed als ruiter mee aan de Olympische Spelen van 1924, 1928, 1932 en 1936 en won daarbij vier gouden en een zilveren medailles. Dat maakt hem een van de succesvolste Nederlandse olympiërs. Na zijn sportcarrière was hij ook nog voorzitter van het NOC en lid van het IOC. Naar hem zijn de Pahud de Mortangesdreef in Utrecht en de Pahud de Mortangeslaan in Doorn genoemd.
  • Tennister Kea Bouman was de eerste Nederlandse vrouwelijke winnaar van een olympische medaille. Samen met Henk Timmer won zij brons in het gemengd dubbel bij de Olympische Spelen in Parijs in 1924. Ze is de enige Nederlandse vrouw die ooit een Grand Slam-toernooi won, namelijk Roland Garros in 1927. Ze was een echte sportvrouw, want ze was ook nog hockeyinternational en Nederlands kampioene golf. Kea Bouman heeft straten in Amstelveen, Arnhem en Heerhugowaard.
  • Zwemster Marie Baron deed mee aan de Olympische Spelen van 1924 in Parijs die van 1928 in Amsterdam. In Parijs won ze geen prijzen, maar in Amsterdam behaalde ze zilver op de 200 meter schoolslag. Ze werd in Amsterdam ook nog vierde bij het torenspringen. Baron kreeg een eigen straatnaam in Rotterdam.
  • Bokser Bep van Klaveren ('the Dutch Windmill') werd tijdens de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 kampioen in de vedergewicht-klasse. Natuurlijk is er in Rotterdam - zijn geboortestad - een straat naar hem genoemd, maar hij heeft ook straten in Amsterdam, Haarlem en Hoofddorp.
  • Marie 'Zus' Braun won goud op de 100 meter rugslag bij de Olympische Zomerspelen van 1928 in Amsterdam. Twee dagen daarvoor had de Nederlandse damesturnploeg ook al oud gewonnen, maar Braun is de eerste Nederlandse vrouw die individueel olympisch kampioen werd. Tijdens het zelfde toernooi won ze ook nog zilver op de 400 meter vrije slag. Naar Braun zijn straten genoemd in Amsterdam, Arnhem en Rotterdam (dicht bij die van Marie Baron).
  • Ik schreef net al wat over de damesturnploeg die in 1928 goud won. Stella Agsteribbe en Lea Nordheim maakten als gymnastes deel uit van die ploeg, samen met Burgerhof, De Levie, Polak, Simons, Stelma, Van den Berg, Van den Bos, Van der Vegt, Van Randwijk en Van Rumt. Van deze twaalf dames hebben alleen Agsteribbe en Nordheim een eigen straatnaam gekregen in Heerhugowaard, maar het is me niet duidelijk waarom die eer juist aan deze twee is gegund.
  • Lien Gisolf was de eerste Nederlandse vrouw die op Olympische Spelen een atletiekmedaille won. Bij de Olympische Spelen in Amsterdam behaalde zij een zilveren medaille bij het hoogspringen met een sprong van 1 meter 56. Er zijn straten naar haar genoemd in Amstelveen, Haarlem en Heerhugowaard.
  • Bernard Leene en Daan van Dijk wonnen bij de Olympische Spelen in Amsterdam goud op de tandem. In 1936 haalden Bernard Leene en Hendrik Ooms op de tandem een zilveren medaille bij de Olympische Spelen in Berlijn. In Amsterdam liggen het Bernard Leenpad, het Daan van Dijkpad en het Hendrik Oomspad dicht bij elkaar.
  • Zwemster Willy den Ouden won twee keer zilver tijdens de Olympische Zomerspelen 1932 in Los Angeles: op de 100 meter en op de 4x100 meter vrije slag. Bij de Olympische Zomerspelen van 1936 in Berlijn, werd zij olympisch kampioen op de 4x100 meter samen met Rie Mastenbroek, Tini Wagner en Jopie Selbach. Ze heeft straatnamen in Arnhem en Rotterdam; in Rotterdam ligt haar straat dicht bij die van Marie Baron en Marie Braun.
  • Zwemster Rie Mastenbroek won bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn drie gouden medailles, op de 100 meter vrije slag, de 400 meter vrije slag en de 4x100 meter vrije slag (samen met Willy den Ouden, Tini Wagner en Jopie Selbach), en ook nog een zilveren, op de 100 meter rugslag. Er zijn straten naar haar genoemd in Almere, Amsterdam en Haarlem.
  • Fanny Blankers-Koen is zonder twijfel de succesvolste atlete die Nederland gehad heeft. Ze won tijdens de Olympische Spelen van 1948 vier gouden medailles, op de 100 meter, de 200 meter, de 80 meter horden en de 4x100 meter estafette. De IAAF koos haar in 1999 tot 'internationaal atlete van de 20e eeuw'. Er zijn straten naar haar genoemd in Amstelveen, Arnhem, Haarlem, Hoofddorp, Utrecht en Zutphen.
  • Piet Kraak deed als voetbalkeeper mee aan de Olympische Zomerspelen van 1948 en die van 1952. Hij speelde daar in totaal drie wedstrijden, maar won geen prijs. In 1959 speelde hij op 38-jarige leeftijd zijn laatste interland, waarmee hij lange tijd de oudste keeper van het Nederlands elftal was. Dat record werd pas in 2010 verbroken door Sander Boschker. Ik weet niet of het door zijn olympische carrière komt, maar er is in Haarlem een straat naar hem genoemd.
  • Zo zijn er ook her en der straten naar Abe Lenstra genoemd. Hij was een van de grootste voetballers van Nederland. Hij deed samen met Piet Kraak mee aan de Olympische Spelen van 1948. Daar kwamen ze niet verder dan de eerste ronde, dus dat zal niet de reden zijn dat er in Arnhem, Amsterdam, Den Haag, Heerenveen, Oldenzaal en Rosmalen straten naar hem genoemd zijn.
  • Anton Geesink won als judoka de gouden medaille tijdens de Olympische Spelen van 1964 in Tokio; een grote verrassing omdat hij de in finale een Japanner versloeg. Hij was later meer dan 20 jaar lid van het IOC. Heel bijzonder: hij woonde jarenlang in de Anton Geesinkstraat in Utrecht. Er zijn ook straten naar hem genoemd in Hoofddorp en Oldenzaal.
  • Zwemster Ada Kok won bij de Spelen van 1968 in Mexico goud op de 200 meter vlinderslag. Vier jaar daarvoor had ze op de Spelen van Tokio al twee keer zilver gewonnen (op de 100 meter vlinderslag en op de 4x100 meter wisselslag). Er is een straat naar haar genoemd in Oldenzaal.
  • We slaan 28 jaar over en komen bij de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Ellen van Langen won daar verrassend goud op de 800 meter, en behaalde daarmee voor het eerst sinds 1948 een gouden medaille voor Nederland op een loopnummer. Later werd er een straat naar haar genoemd in haar geboorteplaats Oldenzaal; het is overigens een zijstraat van de Ada Kokstraat.
  • Voorlopig de laatste in de rij is Anky van Grunsven. Ze nam als dressuurruiter deel aan de Olympische Spelen van Seoul in 1988, Barcelona in 1992, Atlanta in 1996, Sydney in 2000, Athene in 2004 en Peking in 2008. Ze won in totaal acht medailles: vijf keer zilver en drie keer goud. Ze is de eerste Nederlandse sporter die op vier verschillende Spelen een medaille heeft gewonnen. Onder protest van de plaatselijke straatnaamcommissie (die vond dat je geen straatnamen mag noemen naar nog levende personen) werd er in 2009 een straat naar Van Grunsven genoemd in haar geboorteplaats Erp.

Voor de meeste sporters die ik hier heb genoemd, kwam de eer van de eigen straatnaam pas na hun dood. Slechts een enkeling was het gegund om het eigen straatnaambord te kunnen onthullen, en alleen Anton Geesink heeft ook echt in zijn eigen straat gewoond. (Ik heb hier trouwens alleen geschreven over deelnemers aan de Zomerspelen. De Winterspelen komen over een jaar of twee misschien wel aan bod; Ard Schenk, Kees Verkerk, Sjoukje Dijkstra en Jochem Uytdehaage moeten dus nog even op hun beurt wachten.)

Waarom zij allemaal wel, en waarom Pieter van den Hoogenband, Leontien van Moorsel en Nico Rienks niet? Zij moeten hopen dat er in hun geboorteplaats iemand het initiatief neemt om een straat naar ze te noemen. Als dat niet gebeurt, is het een kwestie van tijd. Misschien dat hun sportieve topprestaties ons bijblijven, zodat we aan ze denken als er over een paar jaar ergens een nieuwe wijk komt met straten die naar olympische helden genoemd zijn.

Bas Verwijlen, Dorian van Rijsselberge, Marit Bouwmeester, Adelinde Cornelissen en Ranomi Kromowidjojo hebben deze twee weken de kans om aan hun onsterfelijkheid te werken. In Oss, Den Burg, Warten, Beilen en Sauwerd kunnen ze in ieder geval alvast op zoek naar een geschikte straat.

dinsdag 24 juli 2012

Gebouwen, bestemmingen, bomen en personen - welke straatnamen komen het vaakst voor?

Pas vroeg iemand me naar welke personen in Nederland de meeste straatnamen zijn vernoemd. Mijn vermoeden werd bevestigd: dat zijn geen schilders of zeehelden, maar gewoon leden van het koningshuis. Dat bracht me tot de vraag: welke straatnamen komen eigenlijk het vaakst voor in Nederland? En hoe zit dat in andere landen?

Dit is de top-10 met straatnamen die in het Nederland het meest voorkomen:
1. Kerkstraat
2. Schoolstraat
3. Molenstraat
4. Dorpsstraat
5. Molenweg
6. Julianastraat
7. Parallelweg
8. Nieuwstraat
9. Wilhelminastraat
10. Sportlaan

Deze tien worden op de voet gevolgd door Industrieweg, Beatrixstraat, Kastanjelaan, Stationsweg, Eikenlaan, Markt, Prins Bernhardstraat, Emmastraat en Beukenlaan. Wat zien we aan dit lijstje? Het zijn allemaal bijzonder traditionele straatnamen met een verwijzing naar een bekend gebouw (kerk, school, molen, station), een bestemming of functie (dorp, parallelweg, sport, industrie, markt), het koningshuis (Juliana, Wilhelmina, Beatrix, Bernhard, Emma) of bomen (kastanje, eik, beuk).

Gebouwen, bestemmingen en functies... dat zijn de onderwerpen waar men van oudsher al straten naar noemt. Vroeger werden straten ook nog genoemd naar prominente bewoners of opvallende uithangborden, maar die komen natuurlijk vaak maar in één plaats voor. Toen de steden en dorpen op een gegeven moment gingen groeien, ging men thema's gebruiken voor de straatnaamgeving. Daarbij waren het koningshuis en de bomen bijzonder populair.

Most common street names in the UK


Iets vergelijkbaars zien we in de top-10 van meest voorkomende straatnamen in het Verenigd Koninkrijk:
1. High Street
2. Station Road
3. Main Street
4. Park Road
5. Church Road
6. Church Street
7. London Road
8. Victoria Road
9. Green Lane
10. Manor Road

Met op de plekken 11 tot en met 20: Church Lane, Park Avenue, The Avenue, The Crescent, Queens Road, New Road, Grange Road, Kings Road, Kingsway en Windsor Road. Geen bomen deze keer, maar wel gewoon weer gebouwen (kerk en station, maar geen molen), bestemmingen, functies en het koningshuis.

Noms de rue les plus courants en France

Gaan we verder naar Frankrijk. Wat zijn daar de populairste straatnamen?

1. Rue de l'Église
2. Place de l'Église
3. Grande Rue
4. Rue du Moulin
5. Place de la Mairie
6. Rue du Château
7. Rue des Écoles
8. Rue de la Gare
9. Rue de la Mairie
10. Rue Principale

Net buiten de top-10 staan achtereenvolgens nog: Rue du Stade, Rue de la Fontaine, Rue Pasteur, Rue des Jardins en Rue Victor-Hugo. Het wordt bijna saai, maar ook hier zien we weer dezelfde gebouwen (kerk, school, molen, station), bestemmingen en functies. Opvallend is de hoge positie op de Franse ranglijst van de scheikundige Louis Pasteur en de schrijver Victor Hugo - twee nationale helden, blijkbaar. Wat ook opvalt, is dat de 'mairie' (het gemeentehuis) twee keer in de top-10 staat. In Nederland komen 'Raadhuisplein' en 'Raadhuisstraat' wel vaker voor, maar niet vaak genoeg voor een plek bij de eerste twintig. En alleen Noordbroek (in Groningen) heeft een 'Gemeentehuislaan'.

Die häufigsten Straßennamen in Deutschland

Op naar Duitsland.  Welke straatnamen komen daar het meeste voor?
1. Hauptstraße
2. Dorfstraße
3. Schulstraße
4. Bahnhofstraße
5. Gartenstraße
6. Bergstraße
7. Lindenstraße
8. Birkenweg
9. Waldstraße
10. Kirchstraße

Met net buiten de top-10 ook nog Ringstraße, Wiesenweg, Schillerstraße, Goethestraße en Mühlenweg. We zien weer veel bekende gebouwen, bestemmingen, functies en bomen - het wordt bijna saai. Bij gebrek aan koningshuis zijn de dichters Schiller en Goethe populair bij de Duitsers.

Most common street names in the USA

Hoe anders wordt dat lijstje als we naar de Verenigde Staten van Amerika gaan! 

1. Second Street
2. Third Street
3. First Street
4. Fourth Street
5. Park Street
6. Fifth Street
7. Main Street
8. Sixth Street
9. Oak Street
10. Seventh Street

Op de plekken 11 tot en met 20 staan hier nog: Pine Street, Maple Street, Cedar Street, Eighth Street, Elm Street, View Street, Washington Street, Ninth Street, Lake Street en Hill Street.

Wat in deze lijst natuurlijk meteen opvalt, is dat er zo veel volgnummers in staan! Eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende... alsof ze niks leukers konden verzinnen. En zo is het ook wel een beetje, want waarom zou je moeilijk doen als het makkelijk kan? De Amerikaanse steden staan bekend om hun strakke en rechtlijnige stratenplannen, en daar horen strakke en duidelijke namen bij. Dat de ranglijst niet met 'First' maar met 'Second' begint, heeft overigens een logische verklaring: de eerste - vaak centraal gelegen - straat kreeg vaak nog wel een 'echte' naam, zoals 'Main Street' of 'Central Street'.

Als we al die nummers even negeren, zien we in deze lijst ook weer veel straten met verwijzingen naar bestemmingen en functies. Er staan ook opvallend veel bomen in de lijst. Geen gebouwen deze keer, en om begrijpelijke reden ook geen koningshuis. Een speciale vermelding is er nog voor George Washington, op de zeventiende plaats. Washington was de eerste president van de Verenigde Staten, van 1789 tot 1797. Hij is op deze lijst de eerste persoon waar een straat naar vernoemd is.

En wat leert dit ons?

Ik begon dit verhaal met de vraag naar welke personen in Nederland de meeste straatnamen zijn vernoemd. Deze lijstjes roepen natuurlijk weer allemaal nieuwe vragen op. Wat zegt het over een land dat mensen de school en het station belangrijker vinden dan de kerk? En waarom komt in Nederland de naam Hoofdstraat zo weinig voor, terwijl die in andere landen juist zo populair is? Ik kan ooit nog wel een keer een diepe sociologische analyse loslaten op de verschillen die ik hier gevonden heb, maar voor nu laat ik het even hierbij.

Als jullie nog mooie straatnamentoptiens van andere landen kunnen vinden, dan hoor ik dat graag!

dinsdag 17 juli 2012

Van Valge naar de Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat - we gaan het hoekje om in Leens

Leens is een dorp in het hoge Groningen met ongeveer 1800 inwoners en bijna vijftig straatnamen. Op één paal hangt een bijzondere combinatie van straatnaamborden: de korte straatnaam Valge en de bijzonder lange straatnaam Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat. Twee heel verschillende namen, en toch hebben ze allebei iets te maken met de geschiedenis van Leens.

Voor de betekenis van het woord 'valge' gaan we terug naar de ijzertijd, maar we blijven wel in de buurt van Leens. Rond het jaar 500 voor Christus was het gebied in het noorden van Groningen al bewoond. In het kweldergebied woonden de mensen vooral op de hoger gelegen kwelderwallen. Door de stijging van de zeespiegel - daar had men toen ook al last van - liepen ook die wallen soms onder. De bewoners lieten zich niet wegjagen: ze gingen de wallen kunstmatig verhogen. Zo'n kunstmatige heuvel wordt in Groningen 'wierde' genoemd. In Friesland noemen ze dat een 'terp'; dat is een term die wat meer algemeen gebruikt wordt. De bewoners van zo'n wierde gebruikten het hoge kleigebied aan de randen ervan als akker. Dat akkerland noemde men 'valge'. Het woord gaat terug op een oud Germaans woord dat 'met de ploeg omgeworpen aarde' betekent.

De wierden komen voor langs de hele kust van de Waddenzee. Leens ligt ook op een oude wierde, op een rijtje tussen die van Ulrum, De Houw en Wehe. Een straat met de naam Valge is in Leens dus helemaal op zijn plek. De straat achter de Valge heet overigens Achtervalge, en in het verlengde van de Valge ligt de straatnaam Wierde. Je weet nu wat die met elkaar te maken hebben.

Het hoekje om

Dan gaan we nu de hoek om, de Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat in. In Leens noemen ze graag straten naar personen. Van de vijftig straatnamen is veertig procent naar personen genoemd. Zo zijn er straten genoemd naar zuster A. Westerhof, meester J.S. van Weerden, burgemeester E.P. van Iperen en notaris A.A. Ages, er zijn straten voor Van der Munnik, Werkman, Zijlma, Tammens, Beukema en Ritzema, en natuurlijk ook voor Beatrix, Juliana, Bernhard en Wilhelmina. De straatnaam voor E.Tj. van Starkenborgh Stachouwer past prima in dat lijstje.

Ik dacht even dat de Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat genoemd was naar jonkheer Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1859-1936). Op zich geen vreemde gedachte. Hij was achtereenvolgens notaris, burgemeester van Groningen, lid van de Provinciale Staten van Groningen, lid van de Eerste Kamer en Commissaris van de Koningin in Groningen. Een mooie carrière waar je wel een straatnaam mee verdient. Maar waarom zouden ze in Leens een straat noemen naar de burgemeester van Groningen?

In werkelijkheid blijkt dat de Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat is genoemd naar zijn grootvader, en die heette ook Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. Dat is vast geen toeval. Deze Edzard werd in 1797 geboren in Wehe, een dorp op een wierde iets ten oosten van Leens. Hij was ook burgemeester (van 1829 tot 1839), maar dan niet van Groningen maar gewoon van Leens. In die periode was hij ook nog een paar jaar lid van de Provinciale Staten van Groningen. In 1814 ontving hij het adelspredicaat, zodat hij zich sinds die tijd jonkheer mocht noemen. Een gewaardeerd burgemeester en jonkheer... daarmee hebben we de tekst van het straatnaambord compleet: Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat.

In Groningen ligt sinds 1938 ook het Van Starkenborghkanaal, dat loopt van Groningen naar de grens met Friesland. Dit kanaal is wél genoemd naar de kleinzoon van de oude burgemeester van Leens.

De langste?

Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat... dat is best een lange straatnaam. En door die combinatie met Valge lijkt hij alleen nog maar langer. Is het wellicht zelfs de langste straatnaam van Nederland?

De langste namen die ik ken, zijn de Burgemeester Baron van Voerst van Lyndenstraat in Gramsbergen (46 tekens, inclusief de spaties), de Burgemeester Jonkheer Quarles van Uffordlaan in Apeldoorn (40 tekens) en de Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg in Tilburg (38 tekens). Het is duidelijk: als je ooit nog kans wilt maken om de langste straatnaam van Nederland naar je vernoemd te krijgen, dan helpt het wel om burgemeester te worden, een adellijke titel te voeren en een dubbele achternaam te hebben.

Het zal wel niet de reden zijn geweest dat onze Van Starkenborgh Stachouwer burgemeester werd. Maar hij voldoet wel helemaal aan de regels en het levert inderdaad een lange straatnaam op: Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat, dat zijn 57 tekens. Dat is meer dan tien tekens langs dan de Burgemeester Baron van Voerst van Lyndenstraat in Gramsbergen! Waarom prijkt de straat in Leens dan nergens op de recordlijstjes? Simpel: de straatnaam op het bord is niet de officiële naam. Volgens de registers heet de straat gewoon Van Starkenborghstraat, en dat zijn maar 22 tekens. De bordenmaker heeft dus alles uit de kast gehaald om er een stoer bord van te maken; misschien wel omdat hij vond dat Van Starkenborgh Stachouwer meer eer verdiende.

Het is trouwens helemaal geen lange straat, die Burgemeester Jhr. E.Tj. van Starkenborgh Stachouwerstraat. De Valge is een flink stuk langer.

dinsdag 10 juli 2012

Boter bij de vis - eeuwenoude straatnamen die de tand des tijds hebben doorstaan

In het magazine 'Delf' uit het voorjaar van 2012 staat een leuk artikel over 'winkelen in de tijd van Vermeer'. In het verhaal wordt beschreven hoe Griet, de dienstmeid van Johannes Vermeer, ergens halverwege de zeventiende eeuw door Delft loopt om haar dagelijkse boodschappen te doen. Het is opvallend dat veel plekken die ze bezoekt nu nog steeds voor de straatnaamgeving gebruikt worden.

Tegenwoordig worden nieuwe straatnamen zorgvuldig gekozen door straatnaamcommissies. Maar vroeger deed men daar veel minder moeilijk over; toen ontstonden de namen gewoon op straat. Als mensen het over locaties in de stad hadden, bedachten ze ter plekke wel een toepasselijke aanduiding. Straten hadden soms meerdere namen tegelijk, maar de goede namen werden vanzelf meer algemeen gebruikt. Straten werden zo genoemd naar een belangrijke bewoner die iedereen kende, naar belangrijke gebouwen in de straat (Kerkstraat, Molenstraat), naar een opvallend object op een gevelsteen of uithangbord (bijvoorbeeld van een herberg of brouwerij), of naar werk dat op of aan de straat werd uitgevoerd (Lakenstraat, Wijnhaven, Brouwersstraat).

Een paar eeuwen geleden deed je je dagelijkse boodschappen bij kramen op straat, bij winkeltjes of bij langs de deuren trekkende handelaren. Op vaste plekken in de stad zaten de handelaren met verschillende producten bijeen. De markten hadden een belangrijke functie in de stad en waren een plek waar mensen dagelijks samenkwamen. Geen wonder dat ze in de volksmond werden gebruikt om locaties in de stad mee aan te duiden. Zo ook in het Delft van Vermeer.
  • Op de Markt in Delft wordt al sinds de middeleeuwen iedere week een warenmarkt gehouden. Op een kaart uit het begin van de veertiende eeuw wordt die plek al als 'Marctveld' aangeduid. Pas sinds de zeventiende eeuw heeft men het structureel over de Markt, dus zonder '-veld' erachter, en zo heet het nu nog steeds. Op de weekmarkt kon je terecht voor allerhande levensmiddelen en huishoudelijke artikelen. Zoals het bij een goede markt hoort, stonden er natuurlijk ook kwakzalvers, kiezentrekkers en dierendresseurs. Een grappig feitje: in die tijd werd weekmarkt in Delft al net als nu op donderdag gehouden.
  • Vlees kon je kopen in de grote vleeshal, waar vleeshandelaren een kraam konden huren. Maar je kon ook gewoon een levend dier kopen op de Beestenmarkt of de jaarlijkse Paardenmarkt en dat zelf slachten. Voor kippen en ander pluimee moest je bij de Poelbrug zijn. 'Poel' is een oude benaming voor een kip, dat net als het Franse 'poule' is afgeleid van het Latijnse 'pullus'. Je ziet het bijvoorbeeld ook terug in het woord 'poelier'.
  • Vis koop je tegenwoordig bij de visbanken aan de Hippolytusbuurt, direct naast de vleeshal. Op exact die plek werd in de zeventiende eeuw ook al zeevis verhandeld. Er waren toen een aantal vaste plekken in de stad waar vis werd verhandeld, waaronder de Kaakbrug. Die naam heeft - helaas voor dit verhaal - niets te maken met het kaken van haringen. De brug heet zo omdat er een schandpaal (of 'kaak') stond waar criminelen 'aan de kaak' werden gesteld. Er is in het centrum van Delft ook een Visstraat, maar die heeft ook niks met de vishandel te maken; op die plek zat rond 1650 brouwerij De Visch.
  • Graan was nodig voor het dagelijks brood. Veel mensen bakten in die tijd zelf hun brood, en anderen maakten van graan wel hun eigen deeg en lieten dat door de bakker afbakken. Op drie plekken in de stad werd graan verkocht: achter de Oude Kerk, bij de Haverbrug en op de Koornmarkt. De graanschippers hadden aan de Koornmarkt een ligplaats bij de Sint-Jacobsbrug; Sint Jacob was de oogstheilige en beschermheilige van de schippers.
  • Op de Boterbrug konden de inwoners van Delft hun boter kopen, en trouwens ook kaas en eieren. De botergroothandel zat in het Boterhuis, dat nog steeds onder die naam bekend is maar al lang die functie niet meer heeft. Melk werd verkocht bij de Teemsbrug; de melk werd gezeefd met een 'teems', een haren zeef.
  • Groente en fruit kocht je op de markt bij de Warmoesbrug. 'Warmoes' is een oud woord voor groente. Oorspronkelijk was het 'warme moes' en werd er warme groentebrij mee aangeduid, maar in de loop der tijd ging het gewoon 'groente' betekenen. Op de Warmoesbrug waren de vlakken voor de groentehandelaren duidelijk afgebakend.
  • Goede kleding was in die tijd nogal duur. Vandaar dat er een levendige handel was in tweedehands kleding. Er was in Delft lange tijd een markt voor tweedehands kleding die bekend stond als de Luizenmarkt. Op een of andere manier heeft die naam de tand des tijds niet overleefd...

Alle namen van straten en bruggen in deze opsomming zijn later als officiële namen vastgesteld door de gemeente Delft. Tegenwoordig ontstaan nieuwe straatnamen maar zelf in de volksmond. Er zijn wel een paar plaatsen waar ze officieel een Winkelstraat of Winkelcentrum hebben vastgesteld, maar een naam als Meubelboulevard kom je nergens tegen. Zouden ze in Rotterdam over vierhonderd jaar nog steeds over de Koopgoot praten?

In Delft is het trouwens maar vijftig meter lopen van de Boterbrug naar de Kaakbrug. Als je in die tijd dus boter bij de vis wilde, dan was dat zo gepiept.

Bron: Winkelen in de tijd van Vermeer, in Delf
Foto: Girl with the Pearl Earring

dinsdag 3 juli 2012

Graven naar straatnamen - tijd voor een quiz!

De laatste jaren wordt voor de straatnaamgeving in nieuwbouwprojecten vaak gezocht naar aanknopingspunten uit het verleden. Er worden bijvoorbeeld steeds vaker straten genoemd naar bijlen, bekers en andere bijzonderheden die bij opgravingen in de directe omgeving zijn gevonden. Zo werd vorige week in Oosterhout een hele verzameling straatnamen bekendgemaakt voor de nieuwe wijk De Contreie. Die straatnamen verwijzen allemaal naar de geschiedenis van het gebied.

Voordat men met de nieuwbouw in De Contreie begon, heeft men in 2010 uitgebreid archeologisch onderzoek gedaan. Daarbij werden sporen gevonden uit de ijzertijd, de bronstijd en zelfs de steentijd. De perioden zijn genoemd naar het materiaal dat de mensen in die periode gebruikten om hun werktuigen te maken. Het is lastig om eenvoudig aan te geven van wanneer tot wanneer die tijdsperioden waren, omdat dat per gebied verschilt. In Brabant begon de ijzertijd omstreeks 700 vóór Christus. De bronstijd was daarvoor; die begon ongeveer 2000 vóór Christus. En daarvoor was het stenen tijdperk. De oudste voorwerpen die archeologen in Brabant hebben gevonden dateren uit de periode van ca. 75.000-50.000 vóór Christus.

Vaak kiezen gemeenten één duidelijke periode om hun straatnamen op te baseren. In de Haagse wijk Ypenburg liggen straten zoals Vuursteen, Vuistbijl en Pijlpunt; allemaal duidelijk gebaseerd op de steentijd. In Tiel hebben ze met de Tegulastraat, de Amforastraat, de Doliumstraat en de Fibulastraat duidelijk voor de Romeinse tijd gekozen. Maar in Oosterhout hebben ze voorwerpen gevonden uit de steentijd, de ijzertijd én de bronstijd. En dus heeft men maar straatnamen gekozen die naar alledrie die perioden verwijzen.

Tijd voor een quiz

Denk nou niet dat het een zooitje wordt, met al die perioden door elkaar. Ze hebben er heus wel even goed over nagedacht. Wethouder Janse legt uit: "Om de vindbaarheid van de straten te bevorderen, zijn de straatnamen zo veel mogelijk per periode bij elkaar gezet. IJzertijd bij ijzertijd, bronstijd bij bronstijd en steentijd bij steentijd." Dat klinkt wel logisch, want zo worden straatnamen in de praktijk vaak ook gebruikt. Als iemand je de weg vraagt naar de Vincent van Goghstraat, dan weet je misschien niet precies waar die ligt, maar wel dat je hem naar de schilderswijk moet sturen. Ben je op zoek naar de Kastanjelaan en zie je een bordje 'Lindelaan', dan heb je toch goede reden om aan te nemen dat je in de buurt bent. Op zich dus slim bedacht om de straatnamen per periode te ordenen. Maar is het ook duidelijk? Tijd voor een straatnamenquiz.

Ik noem dadelijk de straatnamen die men in Oosterhout heeft vastgesteld. De opdracht is simpel: verdeel de straatnamen in drie groepen, dus ijzertijd bij ijzertijd, bronstijd bij bronstijd en steentijd bij steentijd. Precies zoals de wethouder het zegt. Ik begin met drie makkelijke straatnamen om erin te komen, daarna wordt het misschien wat lastiger. Hier komen de straatnamen: Bronstijd, IJzertijd, Steentijd, Amfora, Broekbos, Dolium, Drenkkuil, Erfpad, Gebint, Hamerbijl, Heideven, Jachtkamp, Karrespoor, Kling, Leempad, Middenstaander, Napoleonshoed, Paalspoor, Pijlpunt, Ploegschaar, Slijpsteen, Spieker, Stuifduin, Tegula, Vuursteen en Wandgreppel.

En? Viel het mee of viel het tegen? Amfora, Dolium, Tegula, Pijlpunt en Vuursteen had ik hierboven al genoemd. Die waren dus makkelijk. Maar bij die andere namen zaten behoorlijk wat twijfelgevallen - voor mij in ieder geval wel. Ik denk dat ik wacht tot alle straatnamen in Oosterhout een plekje op de kaart hebben gekregen. Dan kan ik waarschijnlijk wel zien bij welke periode de namen horen. Zo leer ik er misschien ook nog wat van. Dat is dan ook wel weer een leuk aspect van straatnaamgeving.

Bron: BN de Stem
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...