dinsdag 26 juni 2012

Op zoek naar de langste Beghilosz-straatnaam, hihi

Als je je rekenmachine ondersteboven houdt, kun je met cijfers woorden maken. Tel bijvoorbeeld eens 707 en 707 bij elkaar op, maar houd je rekenmachine wel ondersteboven: LOL + LOL = hihi. Wat hebben we daar vroeger veel lol mee gehad! De langste woorden die we konden maken, waren OLIEBOL en HELEBOEL. Het aantal letters dat je in je woorden kunt gebruiken, is helaas beperkt. De letters die je kunt gebruiken, zijn B, E, g, h, I, L, O, S en Z. Men spreekt daarom ook wel van het 'Beghilosz-alfabet'. De vraag is nu natuurlijk: zijn er ook straatnamen die je zo kunt schrijven?

De meest gebruikelijke achtervoegsels voor straatnamen hebben allemaal wel één of meer letters die niet in het Beghilosz-alfabet zitten. Straten met namen die eindigen op -straat, -weg, -plaats, -plein, -laan, -dreef, -singel en -hof vallen dus allemaal al meteen af. En toch zijn er in Nederland meer dan 200 straatnamen die je met de letters uit het Beghilosz-alfabet kunt schrijven.

Ik heb hier onlangs nog geschreven over de kortste straatnamen van Nederland. Daar zitten er ook een paar tussen die aan de Beghilosz-regels voldoen. B en E, natuurlijk, en Eg, Es, Els en Bos. Zeis, Boeg, Hees en Egge komen ook vaker voor. Libel, Lelie, Hegge en Zegge zijn ook mooie woorden die vaker voor straatnamen zijn gebruikt. Bijzondere straatnamen zijn Bessie (in Nibbixwoud), Bezeel (Rhoon), Hobbel (Riethoven), Osebos (Gulpen) en Zeglis (Alkmaar). De straatnaam Bosbes [538508] komt meer dan tien keer voor in Nederland. En die kun je dus allemaal op je rekenmachine typen. Als je die maar ondersteboven houdt.

Nog langere straatnamen op de Beghilosz-lijst zijn vaak samengesteld uit twee kortere namen die ook op de lijst staan: Zeishegge (in Maastricht), Bosbies (Terheijden) en Biesbos (Apeldoorn, Hondelersdijk en Zwijndrecht), Boszegge (Twello), Boslelie (Assen) en Zeebies (Zwolle, Oosthuizen, Kampen, Brielle). De straatnaam Elleboog [60083773] komt ook best vaak voor (in Terneuzen, Ede, Heesch, Breda, Gasselternijveen en Riel), maar daarmee hebben we nog steeds niet de langste. De langste Nederlandse straatnaam die je op je rekenmachine kunt typen, is namelijk de Hoogzoggel in Uden: 7366026004.

Nederland heeft trouwens ook een mooie verzameling plaatsnamen die je met de Beghilosz-letters kunt schrijven: Beesel, Ee, Ees, Ell, Elsloo, Gees, Gilze, Goes, Hee, Heeg, Heel, Heeze, Heiloo, Lies, Liessel, Lisse, Oss, Zeegse en Zegge. Er is één straat in Nederland waarvan zowel de straatnaam als de plaatsnaam aan de regels voldoet. Dat is de Bosbes in Oss [550,538508]. Ben je een echte Beghilosz-liefhebber? Dan weet je nu waar je op zoek moet naar een huis. De huisnummers 538508 en 550 komen in de Bosbes in Oss helaas niet voor...

Het langste Nederlandse woord dat je op een rekenmachine kunt schrijven, is trouwens BIOLOGIELES [53731607018]. Dan moet je wel een rekenmachine hebben waarbij er meer dan 10 cijfers op de displayregel passen.

dinsdag 19 juni 2012

Een straatnaam voor Bert van Marwijk?

Het 'Wonder van Charkov' bleef zondagavond uit. Nederland verloor met 2-1 van Portugal en ging puntloos weer naar huis. Is dit nu het moment om bondscoach Bert van Marwijk te vereren met een straatnaam? Nee, natuurlijk niet.

Dat was twee jaar geleden wel anders. Toen speelde het Nederlands elftal onder leiding van Van Marwijk de sterren van de hemel. Dat bracht ons zelfs in de halve finale van het WK. Direct na het WK bedacht men in Deventer - de stad waar Van Marwijk geboren en getogen is - dat zijn sportieve prestaties beloond moesten worden met een straatnaam. En waar kon dat mooier dan in De Hoven, in de buurt waar Van Marwijk opgroeide en leerde voetballen? Het Bert van Marwijkplein werd in april 2010 geopend door Bert van Marwijk zelf. Mooi detail uit het persbericht: "het plein heeft in de vorm van een voetbal een toepasselijke inrichting gekregen".

Het gebeurt niet vaak dat er in Nederland een straat wordt genoemd naar een persoon die nog in leven is. Normaal wacht men tot minimaal tien jaar na het overlijden, om even rustig af te wachten of de geleverde prestatie de tand des tijds wel overleeft. Maar bij het bereiken van de WK-finale is het blijkbaar wel duidelijk dat dat zal gebeuren. Dan kun je die gok wel nemen.

Kort voor het EK werd het contract van Van Marwijk nog verlengd tot 2016. Nu, drie wedstrijden later, spreekt men erover dat hij beter de eer aan zichzelf kan houden en zijn contract op moet zeggen. Zo gaat dat in de voetballerij. Niet is zeker. Maar die eigen straatnaam... die blijft.

dinsdag 12 juni 2012

Een straatnaam voor Jenny... die op mysterieuze wijze verdween

In het centrum van Den Haag ligt het Jenny Plantsoen, tussen straten zoals de Zorgvlietstraat, de Hemsterhuisstraat, de Elandstraat en de Westerbaenstraat. Zorgvliet is het buitenverblijf waar Jacob Cats in 1652 het Catshuis liet bouwen. De andere straten zijn genoemd naar François Hemsterhuis (een wijsgeer), Cornelis Eland (een kartograaf en graveur) en Jacob Westerbaen (een geneesheer en dichter). En Jenny? Dat was een circusolifant! Dat er in Den Haag een straat is genoemd naar een olifant, is op zich al bijzonder. Maar er hoort ook een opmerkelijk verhaal bij.

In 1937 kwam het beroemde circus Sarrasani voor een voorstelling naar Scheveningen. De bejaarde olifant Jenny was een van de belangrijkste attracties van het circus. Na afloop van de voorstelling moest Jenny op het toenmalige station aan de Zwolsestraat in de trein worden geladen, maar ze stortte op het perron in elkaar. Ondanks alle goede zorg overleed ze nog diezelfde dag.

Het Museum voor Onderwijs (in de Hemsterhuisstraat) kocht de overleden olifant voor nog geen 50 gulden, met de bedoeling om het skelet tentoon te stellen. Maar het bleek nog helemaal niet makkelijk om het enorme kadaver zo schoon te maken dat er een mooi skelet overbleef. Eerst werd het naar het slachthuis gebracht om het uit te laten benen. Daarna werd het in een vijver in het Zuiderpark gelegd om het skelet verder schoon te laten worden. Na ruim een jaar werd het skelet weer boven water gehaald. Al het vlees was netjes van de botten verdwenen, maar in plaats daarvan waren ze nu helemaal groen van de algen. Om die groene laag van het skelet te krijgen, werd het in de tuin van het museum begraven in een laag wit zand. En toen? Toen is men helemaal vergeten dat het skelet daar lag... Misschien doordat het nogal lang duurde voordat het skelet schoon genoeg was. Misschien doordat de Tweede Wereldoorlag uitbrak. Of misschien had men er gewoon het geld even niet voor. Hoe dan ook: niemand dacht meer aan Jenny.

Meer dan veertig jaar later - in het begin van de jaren tachtig - dook het verhaal van Jenny ineens weer ergens op. Maar er was niemand meer die zich kon herinneren waar het skelet van Jenny precies begraven was. Pas toen het oude museum in november 1991 werd afgebroken, is men uitgebreid gaan zoeken naar het skelet. Er werd helemaal niks gevonden; Jenny was spoorloos verdwenen. Het is haast niet voor te stellen dat iemand dat skelet gestolen heeft, zonder dat het is opgemerkt. En het is ook erg onwaarschijnlijk dat de botten in iets meer dan vijftig jaar helemaal vergaan zijn. Maar wat is er dan wel gebeurd? Wie het weet, mag het zeggen. In 1998 vonden bewoners uit de wijk een bot dat wel erg op dat van een olifant leek. Natuurlijk dachten ze meteen dat ze Jenny toch nog gevonden hadden. Het bot werd onderzocht in het Museon (sinds 1986 de nieuwe naam van het Museum voor Onderwijs). Het bleek een voorpoot te zijn van een mammoet van meer dan 10.000 jaar oud... nog net iets ouder dan het skelet van Jenny dus.

Het buurtpark tussen de Zorgvlietstraat en de Hemsterhuisstraat was aan het begin van de jaren negentig toe aan een complete herinrichting. Bij het nieuwe imago van het plein hoorde ook een nieuwe naam, en daarvoor werd een prijsvraag uitgeschreven. Die bewoners van de wijk waren het verhaal van Jenny blijkbaar nog niet vergeten. Bij de feestelijke opening van het nieuwe plein in 1993 werd de nieuwe naam van het park onthuld: het Jenny Plantsoen. De resten van de olifant lijken compleet van de aardbodem verdwenen te zijn, maar in deze straatnaam leeft de beroemde circusolifant toch nog een beetje voort.

dinsdag 5 juni 2012

De kortste weg, van A naar B

Een hele tijd geleden heb ik eens uitgezocht wat nu eigenlijk de langste straatnamen zijn van Nederland. Een mooie zoektocht, want het kan altijd langer dan je denkt. Het is er nooit van gekomen om eens uit te zoeken wat nu eigenlijk de kortste straatnamen zijn. Op een of andere manier leek me dat toch minder interessant, want voor de kortste straatnaam geldt toch een logisch minimum. De zoektocht naar de kortste straatnaam bleek echter toch nog wat leuke nieuwe feiten op te leveren. Tijd om af te tellen, van drie naar een...

Er zijn in Nederland ongeveer driehonderd straten met een straatnaam van drie letters. Vaak zijn dat alledaagse woorden of verwijzingen naar een aardrijkskundige naam in directe omgeving. Voorbeelden van deze drieletterige straatnamen zijn Aak, Dam, Eem, Erf, Fok, Hof, Jol, Olm, Rak, Ven, Wal en Zon. Maar zo zijn er dus nog veel meer. Te veel om ze hier allemaal te noemen.

Van drie naar twee

Dan gaan we door naar de tweeletterige straatnamen. Daar zijn er iets meer dan tien van in Nederland. De naam die het vaakst voorkomt, is Eg. In Boxtel, Didam, Vriezenveen, Huissen en Bovenkarspel kun je wonen in een straat met die naam. Bij al deze straten ligt wel een Ploeg of Dorsvlegel in de buurt. Verder hebben we nog een Es in Leek, Een en Neede (blijkbaar mogen alleen plaatsnamen met alleen maar E's een Es hebben), een Ra in Groningen en Huizen, een Aa in Kaatsheuvel, een As in Deurne, de Eb in Dordrecht (een straat verderop heet inderdaad Vloed) en de Ye in Edam. Logisch dat ze in Edam een Ye hebben, want die stad is ooit ontstaan bij een dam aan de Ye (ook wel E genoemd).

Niet een van deze tweeletterige straatnamen heeft een postcode die uit dezelfde twee letters bestaat. Dat is toch een gemiste kans.

Met stip op één

Er zijn in Nederland wonderbaarlijk genoeg ook een aantal straatnamen van maar één letter. Die komen vaak voor in wat minder dicht bevolkte gebieden. Vroeger was het op het platteland heel gebruikelijk om bijeengelegen boerderijen voor de adressering aan te duiden met een letter. De buurtschappen rondom Winterwijk gebruikten tot 1 januari 1994 bijvoorbeeld nog helemaal geen straatnamen. Elk buurtschap had zijn eigen letter, en de boerderijen werden aangeduid met de combinatie van de naam van het buurtschap, de letter en een nummer. Boerderijen hadden dus bijvoorbeeld Kotten H22, Huppel F9 of Ratum E76. Pas sinds 1994 kwamen daar 'echte' straatnamen voor in de plaats, zoals Bekeringweg, Waliënseweg en Veldboomweg. Op www.buurtschap.info kun je alle buurtschappen vinden met hun oude lettercode.

De eenletterige straatnamen die we nu nog hebben in Nederland zijn waarschijnlijk ook zo ontstaan. In het dorp Oostwold - ten westen van de stad Groningen - hebben ze bijvoorbeeld een straatnaam E. De naam wordt gebruikt voor drie parallel lopende smalle weggetjes, met aan het eind een boerderij. Die boerderijen hebben als adres E 1, E 3 en E 5. Het schijnt dat er in Zuidlaren en Haaksbergen ook een straatnaam E bestaat, en dat er in Midwolde een straatnaam D ligt. Maar die heb ik op de kaart niet terug kunnen vinden. (Het is ook lastig om dit soort straatnamen op te zoeken in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster, want dat systeem accepteert geen zoekopdrachten van één letterteken.)

Laten we verder gaan naar Ottoland, een dorp in de Alblasserwaard. Lange tijd hadden ze in het langgerekte dorp maar twee straten in het verlengde van elkaar liggen. Aan de ene kant van de vliet heet de straat 'A' en aan de andere kant 'B'. Als gevolg van nieuwbouw kwamen daar pas in de jaren tachtig 'echte' straatnamen bij. Nu kun je er ook in de Nassaustraat, de Oranjestraat of het Statenhofje wonen, maar lange tijd waren A en B er de enige straatnamen. De kortste weg van A naar B ligt dus in Ottoland: neem gewoon het bruggetje over de vliet, het is hooguit tien meter.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...