dinsdag 24 april 2012

Straten voor prinsen, sporthelden... en ingenieurs!

Ingenieurs zijn goede mensen. Die lossen namelijk allerlei problemen op en daar worden we allemaal beter van. Goede reden om ook zo af en toe een een straatnaam naar een ingenieur te noemen.

Het is lastig om vast te stellen hoeveel straatnamen er in Nederland naar ingenieurs genoemd zijn. Er zijn namelijk nogal wat straatnamen naar personen vernoemd, en dan zou je van al die personen moeten uitzoeken of ze wellicht ook ingenieur waren. Wat ik wel weet is dat er circa honderd straten zijn waar 'ir' of 'ingenieur' onderdeel is van de straatnaam.

Ingenieurs die hun straten wel verdiend hebben

De ingenieurs waar met afstand de meeste straatnamen in Nederland naar genoemd zijn, zijn Simon Stevin, Jan Adriaanszoon Leeghwater en Cornelis Lely.

  • Simon Stevin (1548–1620) was een veelzijdig ingenieur die zich met allerlei problemen bezighield op het gebied van de wiskunde, natuurkunde, scheikunde en sterrenkunde. Sterker nog: hij introduceerde die vier woorden in de Nederlandse taal! Hij leverde belangrijke bijdragen aan de mechanica, bouwde de eerste zeilwagen en vond het decimale stelsel voor breuken uit. Er zijn in Nederland ongeveer zestig straten naar hem genoemd. Zijn zoon Hendrik was ook ingenieur - hij ontwikkelde bijvoorbeeld het eerste plan om de Zuiderzee af te sluiten - en ook naar hem zijn een paar straten genoemd.
  • Jan Adriaanszoon Leeghwater (1575-1650) was een molenbouwer en waterbouwkundige. Hij is bekend door zijn werk aan de droogmakerijen, zoals de Beemster, de Schermer en de Purmer. Hij maakte ook een revolutionair plan voor de drooglegging van het Haarlemmermeer. Naast molens maakte hij ook meubels, uurwerken en speelwerken. Ook naar Leeghwater zijn in Nederland ongeveer zestig straten genoemd.
  • Waterbouwkundig ingenieur Cornelis Lely (1854-1929) is bekend als de grote man achter de afsluiting van de Zuiderzee (met de Afsluitdijk) en de drooglegging van delen ervan. Als dank voor zijn inspanningen zijn er niet alleen ruim veertig straatnamen naar hem genoemd, maar ook een hele stad: Lelystad. Lely was trouwens niet alleen ingenieur maar ook een tijdlang minister; dat heeft hem nog wel wat extra straatnamen opgeleverd.

Nog een paar ingenieurs

Naast deze beroemde ingenieurs zijn er nog veel andere - net wat minder beroemde - ingenieurs waar straten naar genoemd zijn. Ik pluk nog even wat willekeurige andere ingenieursstraatnamen van de kaart.
  • Ir D S Tuijnmanweg in Vianen - Danny Tuijnman (1915-1992) was een Zeeuwse landbouwkundige die als minister van Verkeer en Waterstaat in het eerste kabinet-Van Agt de nationale strippenkaart invoerde.
  • Ir B Kersjesweg in Braamt - Bernardus Kersjes is in 1849 in Braamt geboren. Hij zette zich actief in voor allerlei activiteiten in het openbare leven.
  • Ir. B.P.G. v Diggelenkade in Kampen en Ir van Diggelenstraat in Hulst - Bernard van Diggelen (1815–1868) is bekend van zijn ambitieuze plan voor droogmaking van de Zuiderzee, dat hij in 1849 presenteerde. Zijn plan voorzag in de bedijking van de gehele Zuiderzee, de Friese Wadden en de Lauwerszee.
  • Ir CM van der Slikkeleane in Berltsum/Berlikum - C.M. van der Slikke was een rijkstuinbouwconsulent die belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de tuinbouw in Berltsum.
  • Ir. Mr. Dr. van Waterschoot van der Grachtstraat in Heerlen - Willem van Waterschoot van der Gracht (1873-1943) was een mijnbouwkundige die aan het begin van de twintigste eeuw werkte voor de Rijksopsporing van Delfstoffen. Hij ontdekte bijvoorbeeld steenkool in de Brabantse Peel. (Blijkbaar houden ze in Heerlen wel van ingenieurs met lange achternamen, want daar hebben ze ook nog een Dr. Ir. Ross van Lennepstraat. Ross van Lennep was directeur bij de voormalige staatsmijnen.)

 

Ingenieur Fortuijn en de turborotonde

Het mooiste voorbeeld van een straatnaam die naar een ingenieur genoemd is, vind ik toch wel de Ir. L.G.H. Fortuijnrotonde in Reeuwijk. Dat is niet zo maar een rotonde, maar een heuse turborotonde. Een turborotonde is zo'n rotonde met twee rijstroken waar je al de juiste strook moet kiezen voordat je de rotonde oprijdt. Om te zorgen dat je de juiste strook kiest, wordt al ruim voor de rotonde met borden en wegmarkering aangegeven welke strook je moet nemen.

De eerste turborotonde werd in 2000 geopend in Barendrecht en sindsdien schieten ze als paddenstoelen uit de grond. Dat komt omdat ze allerlei voordelen bieden ten opzichte van een gewone tweestrooksrotonde: doordat er minder snij- en weefconflicten voorkomen is een turborotonde veiliger, en de doorstroming is op een turborotonde ook nog eens stukken beter. In het buitenland kun je tegenwoordig ook wel her en der een turborotonde vinden, maar de meeste liggen toch gewoon in Nederland. Dat is niet zo vreemd, want het is ook een Nederlandse vinding. De bedenker is ingenieur Bertus Fortuijn. En de turborotonde in Reeuwijk is dus naar hem genoemd! Dat is nog eens een gepast eerbetoon.

Het gebeurt niet vaak dat er straten worden vernoemd naar mensen die nog leven. Sporthelden en leden van het koninklijk huis zijn de belangrijkste uitzonderingen. Maar blijkbaar maak je als ingenieur ook kans om nog tijdens je leven een straatnaam naar je vernoemd te krijgen. De reden dat men liever geen straten naar nog levende personen noemt, is dat het risico bestaat dat die persoon later in zijn leven vervelende dingen gaat doen. En in het ergste geval moet je de straatnaam dan weer aanpassen. Bij een rotonde is dat probleem niet zo groot. Daar wonen toch geen mensen aan, dus die straatnaam kun je als dat nodig is nog relatief eenvoudig wijzigen.

Ben je ingenieur en wil je graag dat er een straat naar je genoemd wordt? Dan moet je maar snel aan de slag gaan met het bedenken van een briljant nieuw wegenconcept!

dinsdag 17 april 2012

Laan van Nieuw Oosteinde of Laan van Nieuw Oost-Indië? Of allebei?

De Laan van Nieuw Oosteinde is een belangrijke weg tussen Voorburg en Den Haag. Als je de gemeentegrens passeert, heet de weg in Den Haag ineens Laan van Nieuw Oost-Indië. Dat lijkt er aardig op, maar het is toch nét twee lettertjes anders. Dat kan toch haast geen toeval zijn...

Die weg ligt er al eeuwen. In de loop der tijd heeft hij een aantal verschillende namen gehad. Het was in die tijd helemaal niet ongebruikelijk dat een straatnaam in de volksmond veranderde. Dat gebeurde bijvoorbeeld als een belangrijke eigenschap, bewoner of bestemming veranderde. In de vijftiende eeuw leidde de weg naar de hofstede 'De Werve' in Voorburg. De weg werd daarom eeuwenlang 'Werflaen' of 'Wervelaan' genoemd. Vanaf de zeventiende eeuw moest iedereen die de weg wilde gebruiken tol betalen. Daar kwam pas in 1928 een einde aan. De weg naar de hofstede is ook nog een tijdlang 'Hoflaan' genoemd, en aan het eind van de achttiende eeuw komt ook nog de naam 'Nieuwe Laan' voor.

Aan het eind van de negentiende eeuw kreeg de straat zijn huidige naam. In 1886 werd in Voorburg de naam 'Laan van Nieuw Oosteinde' geregistreerd. En in 1894 werd voor het Haagse deel de naam 'Laan van Nieuw Oost-Indië' vastgelegd. Die naam wordt vaak afgekort tot 'Laan van NOI'. Het curieuze is dat zowel Voorburg als Den Haag een historische onderbouwing heeft bij de keuze voor de eigen schrijfwijze. De 'Laan van Nieuw Oosteinde' is namelijk genoemd naar het Voorburgse 'Huis Nieuw Oosteinde' dat vlak bij het huidige treinstation Laan van NOI moet hebben gestaan. Dit treinstation stond in de 19e eeuw overigens bekend als station 'Nieuw Oosteinde'. En de Laan van Nieuw Oost-Indië in Den Haag is genoemd naar een zeventiende-eeuwse herberg met de naam 'Nieuw Oost-Indië', die een paarhonderd meter noordelijker moet hebben gestaan, in de buurt van de Bezuidenhoutseweg. Daar is in beide gevallen geen speld tussen te krijgen...

Waarom noem je een huis 'Nieuw Oosteinde' of een herberg 'Nieuw Oost-Indië'? Ik weet het niet, maar bij allebei kan ik wel een verhaal bedenken. Hebben die herberg en dat huis werkelijk allebei bestaan? Dat weet ik ook niet. Ik heb er in ieder geval nog geen goede bronnen voor kunnen vinden, en beide gemeentes doen er in de verklaring van hun straatnaam ook een beetje schimmig over. Misschien weten zij het ook wel niet. Feit is dat beide namen al heel lang door elkaar worden gebruikt.

Een herberg en een huis met een nagenoeg gelijke naam, op tweehonderd meter van elkaar. Ik vind het wel een mooi verhaal. En het is natuurlijk ook goed mogelijk. Ik stel voor dat we gewoon beide verklaringen voor waar aannemen, totdat het tegendeel bewezen wordt.

dinsdag 10 april 2012

Straatnamen zoeken tijdens de paasdagen: zijn er ook paasstraatnamen?

Tijdens de paasdagen vroeg ik me af of er in Nederland ook straatnamen naar het paasfeest genoemd zijn. Veel paaseieren heb ik dit weekend niet kunnen vinden. Misschien dat het zoeken van paasstraatnamen meer geluk oplevert.

Er zijn in Nederland ongeveer vijftig straatnamen die met 'Paas-' beginnen. De meeste daarvan liggen in Gelderland, Overijssel en Drenthe. Zou er een relatie zijn met het ontsteken van paasvuren? Want de traditie om tijdens de paasdagen een groot vuur te stoken, wordt in deze provincies actiever gevolgd dan in de rest van het land. Dit jaar vestigden de inwoners van Espelo (in Overijssel) nog een wereldrecord met het hoogste paasvuur dat ooit gemaakt is.

Een paasvuur maak je om gezien te worden. Daarom - en natuurlijk ook vanwege de veiligheid - maakt men een vuur van oudsher op een grote open plek zoals een plein of weiland, of bovenop een berg of heuveltop. De Paasheuvel in Vierhouten ontleent daar zijn naam aan, en zo ligt er ook de Paasberg nabij Oldenzaal en een Paasberg in Terborg. In dit gebied komen dan ook straatnamen voor als de Paasberg in Hardenberg, de Paasbergweg in De Lutte, de Paasbergerweg in Ede, de Paasbergstraat in Aalden, Paaskamp in Roden, Paasveen in Bunne, Paasweide in Steenwijk en Wijhe, en het Paasweiplein in Enschede. Aan de rand van Epe ligt zelfs een Paasvuurweg!

Er liggen ook straten met de naam 'Paasberg' in bijvoorbeeld Zoetermeer en Capelle aan den IJssel, en een 'Paasheuvelweg' in Amsterdam Zuidoost. Maar dat zijn geen echte! Die straten liggen allemaal in buurten waar bergen en heuvels uit de rest van het land vernoemd zijn. En dan mag een Paasberg of -heuvel natuurlijk niet ontbreken.

Een deel van de Overijsselse paasstraatnamen heeft overigens te maken met het dorp Paasloo. Die plaatsnaam heeft op zichzelf niks met het paasfeest te maken, maar duidt gewoon op zoiets als een doorgang of open plek in het bos. Van 'Paasloo' zijn vervolgens weer straatnamen afgeleid zoals de Paasloërweg (in Paasloo) en de Paasloostraat in Zwolle. En die hebben dus ook niks met het paasfeest te maken.

De mooiste paasstraatnaam die ik gevonden heb, is 'Paasavond' in Huissen (in de Lingewaard). Een doodlopende straat met een paar boerderijen... daar kun je vast ook goed eieren zoeken!

dinsdag 3 april 2012

Wie wil er wonen in Luilekkerland?

Luilekkerland is een land waar je niet hoeft te werken, maar de hele dag lekker kunt luieren. En eten, want men heeft er heerlijk eten en drinken in overvloed! De gebraden vogels vliegen er door de lucht, er lopen gebraden varkens rond met het mes alvast in de rug en de pannenkoeken groeien aan de bomen. Om er te komen moet je je wel eerst even een weg eten door de Rijstebrijberg, maar die moeite lijkt het wel waard. Luilekkerland is natuurlijk een droomwereld. Het bestaat niet echt. Maar zou je er wel echt kunnen wonen?

De oudste verhalen over Luilekkerland komen uit de Middeleeuwen. In die tijd was het leven niet zo luxe en het is wel te begrijpen dat men toen droomde van een land dat van alle gemakken voorzien was. In heel West-Europa kende men verhalen over Luilekkerland. In veel talen is de benaming van het land afgeleid van het Franse 'Pays de Cocagne' ('Koekenland', cocagne was een soort koek). In Duitsland kent men het als 'Schlaraffenland' (het oude woord 'Sluraff' betekent 'luie aap'). In Nederland wordt het land het naar Frans voorbeeld soms ook wel Land van Cocange genoemd, maar het staat hier ook al van oudsher bekend als 'Luilekkerland'. In Veelderhande Geneuchlicke Dichten, Tafel-spelen, ende Refereynen uit 1600 staat bijvoorbeeld al geschreven: "Van t'Luye-lecker-landt, twelcke is een seer wonderlijck, ouer schoon, ende costelijck Landt vol van alder gheneuchten, ende wellustighheeden".

In Nederland zijn twee plaatsen waarvan de naam is afgeleid van de Franse benaming voor Luilekkerland: Kockengen (in het noordwesten van de provincie Utrecht) en Koekange (in het zuidwesten van Drenthe). Beide dorpen hebben tegenwoordig een paarduizend inwoners. In de Middeleeuwen waren het ontwikkelingsgebieden waar pioniers een strook grond konden kopen om te ontginnen. Om de verkoop van de grond te stimuleren, werd de woestenij 'Luilekkerland' genoemd. Alsof de gebraden vogels er al door de lucht vlogen.

In Amsterdam heeft men in de buurt van het Linnaeusplantsoen (dat is overigens een straatnaam met alle verschillende klinkers erin, maar dat terzijde) een hele buurt met straatnamen die zijn genoemd naar droomlanden. Tussen Nirwana, Utopia, Paradijsplein en Hof van Eden ligt hier ook een Land van Cocagneplein. Maar we willen niet aan het Land van Cocagneplein wonen... we wonen liever in het Land van Cocagne zelf!

Er is in Nederland maar één echt Luilekkerland, en dat ligt in het oude centrum van Leeuwarden. Daar ligt een hofje met een rijtje huisjes die aan het begin van de zeventiende eeuw werden gebouwd voor de allerarmsten van de stad. Waarschijnlijk woonden er alleen vrouwen. Ze hoefden niet te betalen voor de huisjes (dat deed de kerk) en ze kregen eten en een kleine toelage. Genoeg te eten zonder dat je ervoor hoeft te werken - het lijkt me duidelijk waarom dit hofje in de volksmond de naam 'Luilekkerland' kreeg. Het is mooi dat die naam nu - eeuwen later - nog wordt gebruikt voor de officiële straatnaamgeving. Op het straatnaambord staat 'Lui lekkerland' overigens met een onjuiste spatie, en dat is natuurlijk wel jammer. Dat is toch een kleine smet op dit droomland. Maar wie maalt er om zo'n spatie als de pannenkoeken aan de bomen hangen?

Foto: Flip van Doorn
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...