dinsdag 27 maart 2012

Wonen in de Wasstraat

Onlangs reed ik in Leiden door de Wasstraat. Een verrassende naam in een leuke buurt, maar er was natuurlijk in geen velden of wegen een wasstraat te zien!

De Wasstraat in Leiden heet niet zo omdat je er je auto kunt laten wassen. Nee, de straat is genoemd naar burgemeester François Was. En wat was Was eer Was burgemeester was? Was was van beroep advocaat en procureur. In 1883 werd hij raadslid in Leiden, en in 1894 werd hij daar benoemd tot burgemeester. Die functie zou hij vervullen tot drie maanden voor zijn dood in 1903.

Dat Was burgemeester van Leiden was, is natuurlijk ook precies de reden dat er een straat naar hem is genoemd. In veel steden en dorpen zijn buurten waar de straten naar burgemeesters genoemd. De Wasstraat in Leiden ligt ook in zo'n buurt waar allerlei burgemeesters vernoemd zijn, zoals zijn voorgangers Willem van der Brandeler en Louis de Laat de Kanter, en Nicolaas de Ridder en Nicolaas de Gijselaar die na Was burgemeester van Leiden waren.

Stel je voor dat je in een heel vieze auto rijdt en wordt aangehouden door een agent die vraagt waar je woont. Als je dan in alle eerlijkheid "in de wasstraat" antwoordt, zal hij je natuurlijk nooit geloven! Voor dat soort situaties is 'Wasstraat' natuurlijk een onhandige straatnaam. Maar ik vermoed dat François Was een gewaardeerd burgemeester was die toch echt een straatnaam verdiende. Een gemakkelijke oplossing is dan natuurlijk om het de Burgemeester Wasstraat te noemen, of eventueel de François Wasstraat.

Voor zo'n oplossing hebben ze in Pernis ook gekozen. Daar hadden ze geen burgemeester maar een dokter die Was heette. Hij richtte er in 1877 fanfarecorps Concordia op. In Pernis wonen nu mensen in de 'Dokter Wasstraat'.

dinsdag 20 maart 2012

Hoeveel straten kun je noemen naar de Vier Heemskinderen?


Het verhaal van de Vier Heemskinderen en hun ros Beiaard is een sage die zijn oorsprong vindt in de Middeleeuwen. Zo'n verhaal biedt natuurlijk een goed aanknopingspunt voor een paar mooie straatnamen. Minimaal vier, lijkt me. Want als je een straat naar een van de Heemskinderen noemt, dan mogen de andere drie niet ontbreken... zou je denken.

Eerst even over de sage - hoe zat het ook al weer? Het verhaal gaat over de vier zoons van ridder Aymon (een leenheer van Karel de Grote) en zijn vrouw Aye.  In het Nederlands is de naam van Aymon verbasterd tot 'Heymijn' of 'Heem' en daarom zijn zijn zoons ook bekend als de 'Heemskinderen', oftewel: 'de kinderen van Heem'. De vier zoons heten Reinout, Ritsaert, Writsaert en Adelaert. Reinout is nogal sterk , en daarom krijgt hij van zijn vader ook een groot en sterk paard: het beruchte ros Beiaard. Tijdens een hoogopgelopen ruzie doodt Reinout de zoon van Karel de Grote, waarna de vier broers vluchten op het ros. Karel neemt na een lange strijd hun vader Aymon gevangen, en eist dat hij het beruchte ros krijgt. Reinout wil zijn geliefde paard natuurlijk niet kwijt, maar staat hem onder druk van zijn moeder toch af. Karel geeft opdracht om het dier te laten verdrinken, maar het Beiaard is zo sterk dat hij keer op keer weet te overleven. Omdat Reinout het lijden van zijn paard niet langer aan kan zien, wendt hij zijn hoofd af. Beiaard interpreteert dit als desinteresse van zijn baas, en staakt zijn strijd. Uiteindelijk verdrinkt het paard - een tragisch eind aan het verhaal.

Straten voor de Vier Heemskinderen
De hoofdpersonen uit zo'n sage verdienen wel ergens een eigen straatnaam. Stel nou dat je ergens een straat naar één van de Vier Heemskinderen zou mogen noemen, welke zou je dan kiezen? En welke komt op de tweede plek? Het lot van de Vier Heemskinderen is zo aan elkaar verbonden, dat kiezen haast niet mogelijk is. Als je straatnamen ontleent aan dit verhaal, dan moet je toch minimaal de vier broers vernoemen. En liefst ook nog het beroemde paard als vijfde.

In Geldrop hebben ze sinds 1994 een Laan der vier Heemskinderen. Deze komt uit in het deel van de wijk Coevering waar het ridderthema is gebruikt voor de straatnamen. In de buurt liggen ook de Reinoutlaan, de Ritsaartlaan en de Adelaartlaan... maar geen Writsaertlaan! Wristaert heeft als enige van de vier broers geen eigen straatnaam gekregen! Er zijn wel straten genoemd naar Walewein (een van de onbekendere ridders van de Ronde Tafel), Roelant (ridder uit het Roelantslied) en Clarisse (een jonkvrouw uit het verhaal van de Zwaanridder), maar blijkbaar verdiende ridder Writsaert geen straatnaam. De reden hiervoor wordt al snel duidelijk als je de namen Ritsaert en Writsaert hardop uitspreekt: als je een ziekenwagen of taxichauffeur naar de Writsaertlaan stuurt, is de kans groot dat die in de Ritsaertlaan terechtkomt, of andersom. Achteraf had Aymon zijn zoon Writsaert beter gewoon Willem kunnen noemen.

Ook in de Eindhovense wijk Jagershoef zijn alle straten aan ridderverhalen ontleend. Ze hebben daar bijvoorbeeld straten die zijn genoemd naar Koning Arthur, Lancelot, Parcival (van de Ronde Tafel), de Elegast (die van 'Karel ende Elegast') en Roelant (weer die van het Roelantslied). Er ligt ook de Vier Heemskinderenlaan, met als zijstraten de Adelaertstraat en de Ritsaertstraat. Maar hier ontbreken zelfs twee van de vier broers in de straatnaamgeving. Dat Writsaert geen straat heeft gekregen in Eindhoven, heeft waarschijnlijk dezelfde oorzaak als in Geldrop. Dat de oudste broer Reinout hier ook geen straat kreeg, heeft er misschien mee te maken dat er in dezelfde wijk ook al een Reinaertstraat en een Reynhovestraat liggen. Toch zou ik dan zelf eerder de oudste van de Heemskinderen vernoemd hebben, en één van die andere straten achterwege hebben gelaten.

In Heemskerk is een nieuwe wijk met een Reynoutlaan, een Ritsaertlaan en een Adelaertlaan. Ook hier ontbreekt de laan voor Writsaert. De vierde laan in de wijk is genoemd naar het ros: de Beyaertlaan. Dat is dan wel weer aardig.

En Writsaert dan?
Er is in heel Nederland niet één plaats die Writsaert het voordeel van de twijfel heeft gegund en een straat naar hem vernoemd heeft. In Noordwijk komen ze daar nog het dichtst bij in de buurt. Vlak bij zee ligt daar de Heemborghpromenade - genoemd naar de Heemborg, de burcht van de Vier Heemskinderen. Om de huisnummering van het appartementencomplex overzichtelijker te maken, heeft men de vijf gebouwen officieel een eigen naam gegeven: Beyaert, Reinout, Adelaert, Ritsaert en... Writsaert!

Het is wel verrassend dat ze er bij de vijf (5!) gebouwen aan gedacht hebben om die naar de Vier (4!) Heemskinderen te noemen, want dan kom je zo op het eerste gezicht toch een naam tekort. Dat is net zoiets als bij vier gebouwen meteen denken aan de drie musketiers (met D'Artagnan erbij als vierde naam). Maar deze verrassende ingeving levert toch nog Writsaert dan gelukkig toch nog een vernoeming op!

dinsdag 13 maart 2012

De Willemsparkweg en de Willem Sparkweg - straatnamen voor Willem Spark

Wordt er wel eens een straat genoemd naar mensen die helemaal niet bestaan hebben? Dat komt inderdaad wel eens voor. Maar dan moet zo iemand die niet bestaan heeft natuurlijk wel iets bijzonders gepresteerd hebben. Zo iemand is Willem Spark.

Het verhaal van Willem Spark
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in Sint-Michielsgestel een interneringskamp. In het kamp werden een paar honderd vooraanstaande Nederlanders gevangen gehouden, zoals politici, hoogleraren, advocaten en schrijvers. Onder hen waren bekende namen zoals Wim Schermerhorn, Jan de Quay, Piet Lieftinck, Max Kohnstamm en de Niko Tinbergen. Het regime in de gevangenis was niet echt streng en de gevangenen hoefden geen zwaar werk te doen. Ze kregen ook de vrijheid om filmavonden, cursussen, sporttoernooien en andere activiteiten te organiseren.

Een van die activiteiten was een bijeenkomst die in het teken stond van de grote Britse componist Willem Spark. De bijeenkomst werd gehouden op donderdag 24 juni 1943, precies honderd jaar na zijn overlijden. Willem Spark - wie kent hem niet? Dat hij een groot componist was, blijkt wel uit het feit dat de bekende Willemsparkweg in Amsterdam-Zuid naar hem is genoemd. Als zo'n straat naar je genoemd is, hoor je er echt bij. Een aantal sprekers (o.a. Wieger Bruin, dr. Onno Damsté, prof. dr. B.A. van Groningen, mr. C.J.G.M. Schölvinck) gingen uitgebreid in op Willem Spark en de betekenis van zijn werk, en op de piano werden enkele van zijn werken ten gehore gebracht. De lezingen werden na de oorlog gepubliceerd onder de titel The Spark papers. Inhoudende de redevoeringen uitgesproken bij de Willem Spark-herdenking in "Beekvliet", Sint Michielsgestel op 24 juni 1943.

De bijeenkomst was bijzonder interessant en een groot succes... maar ook een grote grap. In werkelijkheid had Willem Spark namelijk helemaal niet bestaan. De sprekers hadden alle verhalen bij elkaar verzonnen. En die Willemsparkweg in Amsterdam dan? Die is natuurlijk helemaal niet naar Willem Spark genoemd, maar 'gewoon' naar het Willemspark, en dat park is op zijn beurt weer genoemd naar Koning Willem I. (In werkelijkheid heeft er overigens wel een Engelse musicus geleefd die 'William Spark' heette, maar die heeft niks met de Willem Spark uit dit verhaal te maken.)

De Duitse bezetter moest niks hebben van het Nederlandse koningshuis. Voor alle straatnamen die naar leden van het koninklijk huis waren genoemd, werden daarom tijdens de oorlog andere namen bedacht. Het verhaal gaat dat Amsterdamse ambtenaren het hernoemen van de Willemsparkweg hebben kunnen voorkomen door te stellen dat die weg niet naar Koning Willem I was genoemd maar naar de componist Willem Spark. Dat verhaal is echter niet juist. In werkelijkheid hoefden namelijk alleen straatnamen te worden hernoemd die waren afgeleid van leden van het koningshuis die nog in leven waren: Wilhelmina, Juliana, Bernhard, Beatrix en Irene. Koning Willem I was toen echter al honderd jaar dood en de hernoeming van de Willemsparkweg was helemaal niet aan de orde.

Een echte straat voor Willem Spark
De componist Willem Spark heeft dus nooit bestaan. Maar in Sint-Michielsgestel hebben ze tegenwoordig toch een straat die naar hem is genoemd. Aan de rand van het Duitse Bos ligt daar sinds 1986 de Willem Sparkweg. Dat bos is in de oorlog onder dwang aangelegd door gijzelaars uit het interneringskamp, en is in de volksmond 'het Duitse Bos' gaan heten. Aanvankelijk wilde men de straat ook 'Duitse Bos' noemen, maar dat voorstel stuitte op te veel bezwaren. Vandaar dat men toen besloot om de straat naar Willem Spark te noemen. Hij heeft weliswaar nooit echt geleefd, maar zijn verhaal is onlosmakelijk met het kamp en de locatie verbonden. De vernoeming is dus op zijn plaats.

Zijn er meer mensen zoals Willem Spark?
Blijkbaar is er in Nederland dus wel eens een straat naar een fictief persoon genoemd. Zijn er zo meer voorbeelden? Tja, het is maar net hoe je 'fictief persoon' definieert. Er zijn in Nederland bijvoorbeeld wel straten genoemd naar romanfiguren zoals Eline Vere en Max Havelaar. En er zijn straten genoemd naar stripfiguren zoals Kuifje, Jerom en Donald Duck. Maar dat is toch allemaal van een andere orde.

Het verhaal van Willem Spark is misschien beter vergelijkbaar met dat van Jean François Moufot. Die Franse wiskundige en filosoof is geboren op 13 maart 1784 en dat is vandaag precies 228 jaar geleden! Zijn baanbrekende werk is op zich al bijna voldoende om een straatnaam mee te verdienen, maar helaas voor Moufot heeft hij - net als Willem Spark - nooit echt geleefd. Het feit dat zijn biografie desondanks toch ooit meer dan vier jaar op de Nederlandse, Engelse, Duitse en Franse versie van Wikipedia heeft gestaan, maakt zijn verhaal misschien toch bijzonder genoeg voor een straatnaam. Als ze in Sint-Michielsgestel ooit een weg door het Duitse Bos gaan aanleggen, kunnen ze voor de straatnaam misschien nog eens aan Moufot terugdenken...

dinsdag 6 maart 2012

Buddingh'hof of Buddinghhof, wat moet je met die apostrof?

C. Buddingh' (1918-1985) was een Nederlands schrijver, dichter en vertaler. Hij vertaalde bijvoorbeeld de toneelstukken van Shakespeare in het Nederlands, maar hij is vooral bekend vanwege zijn vrolijke gedichten zoals die over de Blauwbilgorgel. Sinds 1988 wordt jaarlijks de C. Buddingh'-prijs uitgereikt voor het beste debuut in de Nederlandstalige poëzie. Iemand met een eigen poëzieprijs op zijn naam verdient toch ook wel een eigen straatnaam, zou je zeggen. Maar wat doe je dan met die rare apostrof in zijn naam?

Ik zal eerst even wat vertellen over zijn voor- en achternaam. Zijn officiële voornaam is Cornelis (met een C), maar zijn roepnaam was Kees (met een K). Als schrijversnaam gebruikte hij C. Buddingh', dus met alleen de initiaal. Zelf vertelde hij daarover: "Een heleboel mensen kunnen, vreemd genoeg, niet tegen initialen in schrijversnamen. Dat je als C. Buddingh' publiceert nemen ze - bewust of onbewust - ergens niet: die 'C' moet en zal een naam worden. En zo prijk je - zonder dat je het zelf wilt - op de meest uiteenlopende plaatsen als 'Cees', een voornaam die ik zelf wel als laatste zou uitkiezen." Maar dat is niet het meest opvallende aan zijn naam. Zijn achternaam eindigt namelijk officieel op een apostrof. Die wordt daar gebruikt als weglatingsteken (net als wanneer je het als 't schrijft en mijn als m'n). De naam Buddingh' is afgeleid van het oude boetrechtheer (boetingheer of buddingheer), waarbij de apostrof dus op de plaats komt van het weggelaten -eer.

Wat moet je nou met die apostrof als je een straat naar C. Buddingh' wilt noemen? Ik heb in Nederland vier plaatsen kunnen vinden waar ze een daadwerkelijk een straat naar deze schrijver hebben vernoemd. In de schrijversbuurten van Almere en De Meern hebben ze respectievelijk een Cees Buddinghstraat en een Cees Buddinghlaan. In beide gevallen laten ze de apostrof gemakshalve maar achterwege. En ook opvallend: in beide gevallen noemen ze hem Cees met een C, terwijl hij dat zelf nooit zou doen! In Hoorn in Noord-Holland hebben ze in één wijk allemaal Nederlandse dichters vernoemd. Tussen de Jacques Bloemhof, de Gerard den Brabanderhof, de Bertus Aafjeshof en de Gerrit Achterberghof ligt ook de Cees Buddingh'hof. Netjes met apostrof, maar ook hier schrijven ze Cees weer met een C. Een Buddinghhof zonder apostrof ziet er - door die dubbele h - wel vreemd uit, maar met apostrof oogt het toch ook wat raar. Maar ja, zo heette die goede man nou eenmaal.

In zijn geboortestad Dordrecht hebben ze een paar jaar geleden natuurlijk ook een straat naar C. Buddingh' genoemd. En niet zo maar een straat in een schrijversbuurt, maar een heus plein in de oude binnenstad.Het plein heet gewoon Buddingh'plein. Aan de discussie of hij C., Cornelis, Cees of Kees heette, hebben ze hun vingers hier maar niet gebrand, maar ze schrijven het hier in ieder geval wel netjes mét apostrof.

Als je op internet zoekt, kom je ook nog vaak de schrijfwijze Buddingh' Plein tegen, met een extra spatie. Blijkbaar raken mensen door die apostrof toch af en toe in de war. Volgens mij is het beter om na de apostrof een koppelteken in te voegen, net zoals we dat doen bij 65+-leeftijd, 10%-regeling, A4-formaat en 250cc-klasse. Dat is ook de oplossing die ze voor de C. Buddingh'-prijs hebben gekozen. Ik vind Buddingh'-plein ook wat duidelijker dan Buddingh'plein.

De apostrof is in deze straatnamen natuurlijk niet heel kritisch. Als je een postbode of politieagent naar het Buddinghplein of zelfs het Budding Plein stuurt, komt die waarschijnlijk ook wel op de goede plek terecht. Maar dat ene kleine krulletje maakt de straatnaam wel net af. Het is eervol als ze een straat naar je noemen, maar dan moeten ze je naam wel goed schrijven!
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...