dinsdag 27 december 2011

Nadenken over straatnamen - zo kom je nog eens wat te weten!

Wat komt er allemaal kijken bij het bedenken van goede straatnamen? Welke namen kunnen wel, en welke kun je beter niet gebruiken? Veel gemeentes hebben een Commissie Straatnaamgeving die goed over de straatnaamgeving nadenkt en advies uitbrengt aan het College van B&W. Het artikel 'Straatnaamcommissie buigt zich over namen voor Veenderij' dat kort voor kerst in de Veenendaalse Krant stond, geeft een leuk kijkje in de keuken van zo'n commissie.

VEENENDAAL - Hoogveen, dat kan als straatnaam. Maar Laagveen niet, dat is veen ontstaan onder het niveau van het omringende land, bijvoorbeeld in plassen en moerassen. Dat is er nooit geweest in Veenendaal en omgeving. Veenraadschap als straatnaam, dat kan, evenals Veengenoten. Kameraar (penningmeester) en Vaartmeester (regelt het stroomopwaarts en afwaarts varen van de turfschepen) kunnen ook. Maar Raaigreppel, Turfkloter, Impost of Hondgeld en Veenbrand liggen als straatnamen toch meer in de categorie waar je niet aan wilt wonen.

We zijn te gast bij een overleg van de Commissie Straatnaamgeving, in de VSW-zaal in de nieuwe vleugel van het gemeentehuis. Het betreft een adviescommissie van het college. Er ligt een interessante agenda ter tafel. Deze middag buigt het kwartet deskundigen zich over een veertigtal namen die nodig zijn om straten in Veenderij een naam te geven. Veenderij vormt, met Buurtstede en Groenpoort, de nieuwe woonwijk Veenendaal-Oost.

Mats Beek is voorzitter van de commissie. Hij was raadslid en fractievoorzitter van de PvdA en maakt sinds zes jaar deel uit van de club die zorgt voor adequate straatnamen. Dezelfde termijn geldt ook voor de andere leden van de commissie, zes jaar geleden werd het een adviescollege van het college, daarvoor van de raad. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw bepaalden ambtenaren de namen van straten en pleinen. Bij de ontwikkeling van De Engelenburg kwam daar een eind aan, het moest "niet allemaal aan ambtenaren worden overgelaten."

Gert Groenleer is archivaris en presideert met zijn indrukwekkende archief in de gewelven van het gemeentehuis. Peter Will is lid van de Historische Vereniging Oud Veenendaal, werkte 32 jaar bij de gemeente en was chef van de afdeling bevolking. Zijn in 2000 uitgekomen boekje 'Straat in straat uit', met niet alleen de actuele stand van zaken maar ook straten die ooit bestaan hebben, is nog steeds een goede leidraad voor wie in de materie is geïnteresseerd. Jan Heijkamp completeert het viertal, hij werkt bij de gemeente. We hebben iets met historie, zeggen ze. Vroeger werden er meer algemene namen gegeven aan straten, nu wordt er meer gelet op de plaatselijke geschiedenis. "Ik vind het hartstikke leuk werk, het bezig zijn met goed bruikbare straatnamen. Wanneer zo'n straatnaambord dan is aangebracht en ik fiets er langs geeft dat een goed gevoel. Dat hebben we zelf bedacht, denk ik dan."

Veenendaal verandert in rap tempo. Op vrijwel iedere vrijliggende kavel die Veenendaal nog heeft zijn wel activiteiten te bespeuren of er wordt aan gewerkt. Waar mensen wonen en werken zijn straten of komen er straten en die straten hebben een naam nodig. De Commissie Straatnaamgeving adviseert daarover het college en het moet wel heel extreem uitpakken als het college daar niet naar zou luisteren. Dat gebeurt dan ook niet. Zo werden nog niet zo lang geleden in de omgeving van de Binnenronde nieuwe straten vernoemd naar de sociaal-democratische voormannen Willem Drees en Joop den Uyl. Dat zou enige decennia geleden nog niet mogelijk zijn geweest. In dezelfde omgeving werden indertijd zonder uitzondering straten vernoemd naar staatslieden van anti-revolutionaire en christen-historische huize.

Het werk van de straatnaamcommissie luistert nauw en vergt derhalve een gedegen voorbereiding. Zo zijn in het momenteel vol te bouwen Buurtstede straten vernoemd naar oorlogsslachtoffers. "Kunnen we erbij zijn als het straatnaambordje van opa wordt onthuld", werd aan Mats Beek gevraagd. Maar de straatnaamborden worden niet één voor één onthuld. Wel wordt gedacht aan een bord met verklarende tekst bij het begin van de wijk, en eventueel stoeptegels met namen.

Wat betreft Veenderij geldt: er zijn meer namen dan er straten zijn. Er moet dus geselecteerd worden waarbij onuitspreekbare en ingewikkelde namen zogezegd in het archief verdwijnen. Op deze plek, de Veenderij, is Veenendaal min of meer ontstaan. Vandaar dat het logisch is te zoeken naar namen die te maken hebben met de turfwinning. Twee commissieleden, Groenleer en Will, hebben op vijf a-viertjes een reeks suggesties aangedragen die in aanmerking kunnen komen voor straatnamen. In hoog tempo, zoals we dat kennen van Beek als raadslid, wordt er al of niet een streep gezet door de namen van veensoorten (naar ligging, ontstaan en bruikbaarheid), bestuursvorm, ontwatering, waterbeheersing, werkvolk, materiaal, opslag van turf en vervoer. Handig hulpmiddel is een schriftuur van Taeke Stol: 'De Veenkolonie Veenendaal, Turfwinning en waterstaat in het zuiden van de Gelderse Vallei, 1546-1653'.

Wat kan wel, wat is minder gewenst als straatnaam. Daarover buigen de straatnaamdeskundigen zich. De bewoners moeten het er tenslotte mee doen. Niemand wil tenslotte aan de Baggerschep wonen, of aan het Veenlijk, of aan de Turfkloter. Maar dat zijn wel namen uit het jargon van de turfgraverij. Het kaf van het koren scheiden zogezegd, zodat met het resultaat de bewoners straks tevreden zijn en de herinnering aan de bakermat van Veenendaal behouden blijft. Dan blijft nog de vraag of er weg of straat achter een naam moet worden gezet. Er wordt kaartmateriaal bijgehaald, of een indelingskaart indien aanwezig. Dan blijkt Rietveen als straatnaam bruikbaar (uit afstervend en vergaand riet), maar Veenmosveen niet (uit afgestorven veenmos), omdat Veenmos al voorkomt in het Petenbos. Dan blijkt Woudveen (blauwe turf, bij voorkeur gebruikt voor huisbrand) bruikbaar, maar Halve Maan niet (hoop van ongeveer 35 turven in de vorm van een halve maan).

De gehele turfwinning komt ter sprake bij de discussie over wat wel en niet gewenst is als straatnaam. Zo kom je nog eens wat te weten. De pompmolen werd gebruikt voor het droog houden van de werkput van de te bouwen sluizen. De turflossers gingen als eersten in het voorjaar het veen in om de humuslaag (bolster) af te graven. De turfkloter stapelt de turf op kloten ofwel drooghopen. De kattepoot bestaat uit enkele schuin tegen elkaar gezette turven met één turf er bovenop. De commissie zet de Kattepoot als straatnaam op de reservelijst. De samoreus is een platbodem vaartuig "waarschijnlijk vernoemd naar de Sambre en de Meuse (Maas) waar deze veel werden gebruikt." Het Trekpad ofwel Lijnpad, pad langs het vaarwater van waaraf de schepen werden gesleept, komt als straatnaam niet door de keuring, maar de Orie (erfrecht) en Propine (fooi/drinkgeld voor veenarbeiders) daarentegen wel.

Er blijven 46 namen over. "We hebben er genoeg", stelt Beek vast. Maar weinig straten staan op de reservelijst. Behalve Veenderij is er één nieuwe straatnaam nodig bij de ontwikkeling aan het Panhuis/Pionier. Waar nu nog achtertuinen en schuren zijn komt een straat. "Kun je niet doornummeren of is dat niet logisch", vraagt Beek aan zijn medecommissieleden. Doornummeren aan de Pionier wordt het dan. Voor de herkenbaarheid wordt een andere naam praktischer geacht. Er is geen haast bij dus de kwestie wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering, woensdag 15 februari.

Nog onderwerpen genoeg voor de straatnaamdeskundigen: vrij liggende fietspaden en bruggen (oud-burgemeesters) moeten een naam krijgen, dat is makkelijk voor politie en hulpdiensten. Verder vragen ontwikkelingen aan de 1e Melmseweg, het Van Ginkelterrein en het Stationskwartier ook de aandacht.

Bron: Veenendaalse Krant, Gerard van Wijk
Foto: Christiaan Zielman

dinsdag 6 december 2011

Molukse Tukkers kiezen hun eigen straatnamen

Begin deze maand was het precies zestig jaar geleden dat de eerste duizend Molukkers voet op Nederlandse bodem zetten. Dat werd in heel Nederland gevierd en herdacht. In Wierden was dat de aanleiding om een aantal straatnamen te wijzigen.

Tientallen jaren woonden veel Molukkers in Wierden aan de Jan Jansweg. Die oer-Hollandse straatnaam verdwijnt nu gedeeltelijk uit de Molukse wijk in Wierden en gaat daar Martha C. Tiahahustraat heten. Een aantal zijtakken van de Jan Jansweg - waar al tientallen jaren vooral Molukkers wonen - krijgen nu namen zoals Pattimurastraat en Chris Soumokilstraat.

Het zijn allemaal namen van Molukse verzetsstrijders. Pattimura was een Ambonese soldaat die in 1817 op Saparua bij Ambon op de Molukken een opstand leidde tegen de Nederlandse bezetting. Martha Christina Tiuahahu leidde in datzelfde jaar op zeventienjarige leeftijd in Nusa Laut het verzet tegen de Nederlanders. Chris Soumokil was in 1950 een van de oprichters en president van de onafhankelijke Republiek van de Zuid-Molukken.

Een besluit om straatnamen te hernoemen wordt niet zo snel genomen, omdat dat veel gedoe oplevert voor de bewoners. Die moeten immers overal hun adresgegevens laten wijzigen, en dat is vaak de reden om bezwaar aan te tekenen. Maar de gemeente Wierden komt met deze straatnaamhernoeming juist tegemoet aan een lang gekoesterde wens van de grote Molukse gemeenschap in het Twentse dorp.

Bron: TC Tubantia
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...