dinsdag 23 augustus 2011

Wie heeft de straatnamen van Monopoly gekozen?

De Barteljorisstraat, Neude, A-Kerkhof en de Kalverstraat. Iedereen kent de straatnamen uit het Monopoly-spel. Maar waarom hebben nou juist deze straatnamen een plekje in het spel gekregen? Waarom heeft men uit Rotterdam niet de Weena of de Lijnbaan gekozen, en voor Amsterdam de P.C. Hooftstraat? En waarom zitten Haarlem en Arnhem er wel in, en Maastricht en Eindhoven niet? Wie heeft dat allemaal bedacht?

Voor de geschiedenis van het spel gaan we even helemaal terug naar 1904. Elizabeth Magie vroeg toen patent aan op het bordspel 'The Landlord's Game'. Geïnspireerd door dat spel liet Charles Darrow in 1934 in eigen beheer 5000 exemplaren van het spel 'Monopoly' maken en die waren binnen een jaar verkocht. Toen toonde Parker Brothers interesse om het spel in de Verenigde Staten uit te geven. Zij verkochten binnen een jaar meer dan een miljoen exemplaren. De populariteit van het spel bleef niet onopgemerkt en de Engelse firma Waddington kocht in 1936 de rechten om het spel ook in Engeland te verkopen. In de Amerikaanse editie van het spel werden allemaal straatnamen gebruik uit Atlantic City en omgeving. Voor de Engelse markt werd een nieuwe uitvoering gemaakt met straatnamen uit Londen.

Monopoly in Nederland
Het Engelse spel werd in 1936 door Perry & Co geïmporteerd in Nederland. Perry & Co was een Engelse warenhuisketen met vestigingen in een aantal landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en België. In 1866 werd ook een vestiging geopend in de Amsterdamse Kalverstraat. De vestiging werd gestart door de Nederlandse ondernemer A. Verster en zijn Engelse studievriend Joseph Perry. In de begintijd verkocht Perry & Co vooral reisartikelen en speelgoed, maar later kwamen daar steeds meer sportartikelen bij. In de loop der jaren werden er steeds meer vestigingen geopend in Nederland, bijvoorbeeld in Den Haag en Arnhem. De leiding ging over van vader op zoon, en kwam uiteindelijk in handen van kleinzoon Frederik Louis Verster. Na wat fusies en overnames zijn de winkels sinds 1978 bekend onder de naam 'Perry Sport'.

De eerste Monopoly-spellen die in Nederland werden geïmporteerd, waren nog gewoon in de Engelse uitvoering. Er werden wel Nederlandstalige spelregels bij gevoegd, maar de straatnamen waren die uit Londen. Toen begon de Tweede Wereldoorlog en stopte de import van spellen. Dat was voor Frederik Verster aanleiding om een geheel Nederlandse uitvoering te bedenken, met Nederlandse straatnamen. Hij was op dat moment directeur van Perry Engros aan het Frederiksplein in Amsterdam. Hij woonde daar ook met zijn gezin. Het verhaal gaat dat het Nederlandse spel door het gezin Verster aan de keukentafel is bedacht.

Over steden en straten
Maar hoe kwam Verster nou tot zijn keuze van de steden en straatnamen? Dat is eigenlijk heel eenvoudig: hij nam gewoon alle steden waar Perry op dat moment een vestiging had. Dat was wel een bijzondere keuze, want tot dat moment had een uitvoering van het Monopoly-spel altijd straatnamen uit één stad gehad. De Nederlandse editie is dus de eerste in de wereld waar straten uit verschillende steden zijn gekozen. Verster gebruikte allemaal straatnamen die iets met Perry te maken hadden. De hoofdvestiging van Perry zat in de Kalverstraat in Amsterdam. Aan het Leidseplein (nabij de Leidschestraat) zat de firma Van Perlstein & Roeper Bosch, de officiële licentiehouder van de eerste Nederlandse Monopoly-versies. Verder had Perry op dat moment filialen in de Ketelstraat in Arnhem, de Heerenstraat in Groningen, het Plein in Den Haag, de Coolsingel in Rotterdam, en een magazijn aan de Barteljorisstraat in Haarlem. Waarschijnlijk zater er in Utrecht ook een winkel aan de Vreeburg (tegenwoordig 'Vredenburg'); daar zit nu in ieder geval wel een filiaal van Perry Sport. Aan de Blaak in Rotterdam zat ook nog Monopoly-verkoper Meijer & Blessing. Daarmee zijn in één klap alle steden en een belangrijk deel van de straatnamen verklaard.

De genoemde straatnamen werden door Verster aangevuld met straatnamen uit de directe omgeving, met een voorkeur voor winkelstraten. Zo kwamen ook het Velperplein, De Groote Markt en Lange Poten in het spel. Er werden wel wat keuzes gemaakt die nu vraagtekens oproepen. Waarom zit de Haarlemse Zijlweg er bijvoorbeeld in? Het had veel meer voor de hand gelegen om de Zijlstraat te kiezen. Dat is namelijk ook een winkelstraat en een zijstraat van de Barteljorisstraat. Heeft Verster zich hier vergist? Nog vreemder lijkt de keuze voor de Houtstraat, want die bestaat helemaal niet in Haarlem! Ze hebben er wel een Grote Houtstraat, een Kleine Houtstraat, een Korte Houtstraat, een Kleine Houtweg en een Houtplein. Keuze genoeg, zou je zeggen. In de Kleine Houtstraat zat in de jaren veertig een rijwielhandel met de naam Perry. En in de Grote Houtstraat zit tegenwoordig een filiaal van Perry Sport. Misschien kon Verster niet kiezen en besloot hij alle connecties samen te vatten in één 'Houtstraat'.

'Ons Dorp' komt in dit verhaal niet voor, maar dat is ook geen bestaande plaatsnaam. Misschien dat de familie Verster het niet aandurfde om één echte stad als de goedkoopste aan te wijzen. Of wellicht dat ze hiermee naast de zeven steden 'de rest van Nederland' ook een plekje wilden geven. Dorpsstraat en Brink zijn gewoon twee algemene straatnamen die in veel plaatsen voorkomen.

Bronnen: Monopoly Lexicon en H.O.N.G.

dinsdag 16 augustus 2011

Om maar een zeisstraat te noemen...

Het is slim om straatnamen te kiezen die je goed kunt uitspreken en waar geen misverstanden over kunnen ontstaan. Het is helemaal niet handig als je je straatnaam iedere keer weer moet spellen. Of als mensen denken dat ze je straatnaam goed verstaan hebben, maar er iets heel anders van gemaakt hebben. Voor je het weet, is je pizza koud, komt de ambulance te laat, wordt de post niet goed bezorgd, of kunnen je vrienden je nieuwe huis niet vinden.

Neem nou de 'Zeisstraat'. Je moet die straatnaam maar eens een paar keer hardop uitspreken. De kans is groot dat mensen denken dat je het over een 'zijstraat' hebt. "Maar van welke straat bedoel je dan de zijstraat?" Het lijkt me geen handige straatnaam, en toch zijn er Zeisstraten in bijvoorbeeld Rotterdam, Breda en Purmerend. In alle gevallen is de Sikkelstraat niet ver weg. Een zeis en een sikkel - dat is ook wel een logische combinatie. En zo zijn er nog wel meer verwante gereedschappen te bedenken:
  • Rotterdam heeft in dezelfde buurt ook nog een Schoepstraat, een Disselstraat, een Ploegstraat, een Vorkstraat en een Kouterstraat (een kouter is een soort ploegmes).
  • Breda heeft behalve de Zeisstraat en de Sikkelstraat ook nog een Spadestraat, een Eggestraat. En een Smutsstraat. Dat doet vermoeden dat een smuts ook een soort gereedschap is, maar ik heb werkelijk idee of dat ook echt zo is.
  • Purmerend heeft ook een Ploegstraat, een Egstraat en een Kouterstraat, maar ook nog een Riekstraat, een Drietandstraat, een Spadestraat en een Haarspitstraat. Een haarspit is een draagbaar aambeeld waarop je een zeis weer scherp kunt maken.
Maar goed, terug naar de Zeisstraat. Het is op zich een mooie aanleiding om me eens wat meer te verdiepen in de oude boerengereedschappen, maar ik blijf het vanwege de mogelijke verwarring met 'zijstraat' een onhandige straatnaam vinden. Ook omdat het thema helemaal niet onuitputtelijk lijkt en er voldoende alternatieven te bedenken zijn. Blijkbaar heeft niemand een probleem gezien in de mogelijke verwarring rond de Zeisstraat. Of is de zeis zo'n standaardvoorbeeld van een boerengereedschap dat die in een dergelijke wijk simpelweg niet mag ontbreken?

Het wachten is nu op de plaats die in de stedenbuurt een straat naar Zeist gaat noemen: de Zeiststraat. Of misschien kunnen ze ergens straatnamen naar beroemde lenzenmakers noemen, zoals Carl Zeiss. Dat wordt dan de Zeissstraat. Taalkundig bijzonder met al die s'en op een rijtje, maar als straatnaam niet heel praktisch. Dan kun je misschien maar beter in de Zijstraat wonen.

Er zijn overigens ook plaatsen waar ze officieel ook echt een 'Zijstraat' hebben. Zo heeft Hoensbroek een echte 'Zijstraat', als zijstraat van de 'Langstraat'. Een andere zijstraat van de Langstraat heet 'Dwarsstraat'. Daar zal weinig verwarring over ontstaan.

dinsdag 9 augustus 2011

Wonen er vegetarische burgers aan de Vegakade?

Een vriend vertelde me dat hij een leuk huis had gezien aan de Vegakade in Woerden. Bij die straatnaam moest ik natuurlijk meteen aan vegaburgers denken. De Vegakade... ligt die soms vlak bij de Vleesweg?

Het leek me onwaarschijnlijk dat er echt een straat naar vegetarische burgers genoemd zou zijn. Maar waar komt de naam dan wel vandaan? Ik moest natuurlijk meteen denken aan Suzanne Vega die eind jaren tachtig een hit had met het liedje Luka ("My name is Luka. I live on the second floor"). Maar zou die ene hit al voldoende zijn om een eigen straatnaam te krijgen in Woerden? En is er dan ook een Lukakade?

Een blik op GoogleMaps leert me dat er in de buurt van de Vegakade ook een Anholtkade en een Falsterkade liggen. Die namen zeggen me nog niet zo veel. De Nova Zemblakade ligt ook in de buurt - dat zegt me al wat meer. Verderop zag ik de Etnakade, de Maltakade, de Ibizakade en de Kretakade. Aha, een eilandenbuurt! Ik kende Vega nog niet in deze betekenis, maar inmiddels weet ik dat de Vega-archipel een eilandengroep van ongeveer 6500 eilanden is in het noorden van Noorwegen. Anholt en Falster zijn trouwens twee Deense eilanden.

De huizen in deze Woerdense buurt liggen overigens allemaal op (schier)eilanden. Het eilanden-thema is dus nog toepasselijk ook. Maar met vlees heeft het niks te maken.

dinsdag 2 augustus 2011

De tragiek van Jan Steen

Als je de hoop koestert dat er ooit nog eens een straat naar je genoemd wordt, moet je je eerst eens afvragen of je naam zich daar wel voor leent. Niet alle achternamen zijn even geschikt om voor een straatnaam gebruikt te worden. Een straatnaam moet bijvoorbeeld niet al te ingewikkeld zijn, want anders wordt het lastig om hem uit te spreken of op te schrijven. En een straatnaam mag ook geen verwarring opleveren met andere straatnamen in dezelfde stad of dorp. Heet je bijvoorbeeld 'Nachtegaal' van achter en is er in jouw stad ook al een vogelbuurt, dan is de kans op een vernoeming klein.

Bij het toekennen van straatnamen wordt per wijk vaak een thema gebruikt. Een heleboel steden en dorpen hebben wel een schilderswijk, waar allerlei vaderlandse schilders in de straatnamen vereeuwigd zijn. Een bekende kunstschilder uit de zeventiende eeuw is Jan Steen. Hij is vooral bekend door zijn schilderijen van huiselijke taferelen. Het 'huishouden van Jan Steen' is zelfs spreekwoordelijk geworden. Jan Steen wordt zo gewaardeerd dat er in allerlei plaatsen een straat naar heb genoemd is. Zo is er bijvoorbeeld een Jan Steenstraat in Den Haag, Meppel, Kerkrade, Den Bosch, Deventer en Zutphen.

In Boxmeer hebben ze ook een schilderswijk, maar daar hebben ze geen straat naar de beroemde Jan Steen genoemd. Vonden ze zijn schilderijen daar niet goed genoeg? Nee, dat is het probleem niet. Het is heel eenvoudig: in Boxmeer hadden ze al een Steenstraat. In het centrum van het dorp ligt een straat die ooit - lang geleden - als eerste werd verhard. Die straat werd in de volksmond de 'Steenstraat' genoemd, en die naam is later officieel vastgesteld. Toen later de schilderswijk werd aangelegd, was er geen plek voor nog een Steenstraat, want dat zou alleen maar verwarrend zijn. Zelfs als er bij een van de twee nog 'Jan' voor zou staan. Jammer voor Jan Steen.

Dat Arnhem ook een Steenstraat heeft, weten we allemaal uit het Monopoly-spel. Het zal ongetwijfeld vanwege die naam zijn dat er ook in Arnhem geen Jan Steenstraat is in de schilderswijk. Maar in het centrum van Arnhem ligt ook een Rijnstraat. Betekent dat dat er in Arnhem ook geen straat naar Rembrandt van Rijn is genoemd - een van de grootste Hollandse meesters? Een schilderswijk zonder Rembrandt van Rijnstraat, dat lijkt toch haast onmogelijk. Gelukkig is er ook in Arnhem gewoon een straat naar hem genoemd: de Rembrandtlaan. Voor sommige mensen is de voornaam blijkbaar al genoeg. En de kans op verwarring met de Rijnstraat is minimaal. Voor Jan Steen was dat echter geen oplossing. Niet alleen omdat zijn voornaam wat minder onderscheidend is dan die van Rembrandt, maar ook omdat er in Arnhem al een Jansstraat is. Daar houdt het dus echt op voor Jan Steen.

Je hebt dus de meeste kans op vernoeming als je een makkelijke achternaam hebt, die niet ook een veelgebruikte andere betekenis heeft. Jozef Israels - ook een schilder - hoeft niet te hopen op een straatnaam als er al een wijk met landennamen is waar ook een Israelstraat loopt. Frans Hals kan een plekje in de schilderswijk wel vergeten als er in de stad ook straten naar lichaamsdelen of onderdelen van een gitaar zijn genoemd. Voor Ferdinand Bol houdt het allemaal op als er ook al een wijk is waar de straatnamen naar ruimtelijke figuren genoemd zijn. Zij kunnen jaloers zijn op collega's zoals Meindert Hobbema, Peter Paul Rubens en Gabriël Metsu; met die namen is de kans op verwarring klein. Hun namen kun je dan ook in bijna iedere schilderswijk tegenkomen.

Het is overigens niet voldoende om een duidelijke en unieke achternaam te hebben. Als je wilt dat er een straat naar je vernoemd wordt, moet je ook nog iets presteren waar je veel mensen mee helpt of blij mee maakt. De grootste kans heb je in de sport, cultuur of politiek. Maar als je 'Steen' van achter heet, hoef je daar dus niet eens aan te beginnen.
Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...